Kunstenaars reageren op populisme

Bij de ingang van Post CS hangt een reusachtige digitale teller. Het apparaat is verbonden aan de kassa van het Stedelijk Museum en houdt het aantal bezoekers van Populism bij, een groepsexpositie waar zo'n veertig kunstenaars aan meedoen. Een week na de opening staat de teller op bijna drieduizend.

Binnen moet de toeschouwer opnieuw betalen. Tenminste, als hij een werk van Christo wil zien dat achter een lijst met melkwit glas verstopt zit. Voor twee euro wordt het glas vijftien seconden transparant. De werken ernaast zijn goedkoper, maar gemaakt door mindere goden. Tijdens de expositie zullen de prijzen, afhankelijk van de vraag, worden aangepast.

Wie denkt dat het Stedelijk nu echt slachtoffer is geworden van marktwerking heeft het mis. De bezoekteller is een werk van de Deense kunstenaarsgroep Jens Haaning & Superflex, en de betaalschilderijen horen bij de installatie Pay-per-View van de Fin Jani Leinonen. Beiden spreken zich juist uit tegen de vercommercialisering. Want anders dan de titel doet vermoeden is Populism niet gemaakt voor het grote publiek.

De meeste namen op de deelnemerslijst zullen niemand iets zeggen, al is Turner Prize-winnaar Jeremy Deller vertegenwoordigd en zijn Marc Bijl en Julika Rudelius in eigen land inmiddels redelijk bekend. Wat Populism bijzonder maakt is dat het project gelijktijdig in vier Europese steden plaatsvindt – naast Amsterdam ook Vilnius, Oslo en Frankfurt. Dat kan omdat de expositie voornamelijk bestaat uit video's en het kost weinig moeite een extra dvd'tje te branden. De enkele schilder of tekenaar die uitgenodigd werd heeft zijn oeuvre in vieren gesplitst, waardoor iedere dependance van Populism toch een uniek karakter heeft.

Waar Populism precies over gaat, is niet in een paar woorden te benoemen en wordt ook in de gratis krant The Populist niet duidelijk uitgelegd. De tentoonstelling is op te vatten als een reactie op de populistische bewegingen die Europa sinds enkele jaren in hun greep hebben. Onderwerpen als nationalisme en xenofobie worden aangekaart, maar er zijn ook kunstenaars die zich juist door massacultuur of consumentisme laten inspireren. Zoals de Fransman Matthieu Laurette die beroemd werd door zijn optredens in tv-quizzen en er een hobby van maakte om goedkoop te leven door uitsluitend `niet-goed-geld-terug-producten' te kopen.

Erik van Lieshout werkt volgens het motto `if you can't beat them, join them' en ging voor zijn nieuwe video Awakening op pad met junks, Marokkaanse taxichauffeurs en nationaal-socialisten. Hij praat mee met zijn vriend Geert die op de Lijst Fortuyn stemde, hij salueert voor het huis van Pim Fortuyn, en rookt gezellig een pijpje met een heroïneverslaafde. Zoals altijd is Van Lieshout ontwapenend eerlijk en gedraagt hij zich puberaal en nonchalant. Maar intussen legt hij wel precies zijn vinger op de zere plekken van de allang niet meer zo tolerante Nederlandse samenleving.

Ook de Deen Jakob S. Boeskov infiltreert in rechtse kringen, door zich voor te doen als de leider van de fictieve organisatie Danes for Bush. Zijn vermakelijke, een uur durende documentaire laat zien hoe hij als knappe blonde jongen republikeinse bijeenkomsten bezoekt, in gesprek gaat met zogenaamde collega's en een onderscheiding uitreikt aan een omstreden rechter. De andere kant van het politieke spectrum komt aan bod in de film Get Rid of Yourself van kunstenaarsgroep Bernadette Corporation, die autonomen aan het woord laat met handige demonstratie-tips (hoe maak je een molotov-cocktail). En de Servische Milica Tomic probeert twee uitersten te combineren door rijke Texanen passages uit Das Kapital van Karl Marx voor te laten lezen – een nogal eendimensionaal ideetje dat snel verveelt.

Al met al is Populism een rijke, afwisselende tentoonstelling die veel meer te bieden heeft dan je in een dag kunt behappen. Het is bovendien een zeer actuele tentoonstelling, die aansluit bij tendensen die ook al op de laatste Documenta, Manifesta en Biennale van Venetië zichtbaar werden. Namelijk dat kunstenaars zich steeds vaker een semi-journalistieke of maatschappelijke rol aanmeten en werken maken met een uitgesproken documentair karakter.

Erg mooi is de film Los Angeles van Sarah Morris, die in een losse aaneenschakeling van beelden een vlijmscherp portret van de filmindustrie neerzet. Op de geruststellende klanken van een elektronisch muziekje zien we de bordkartonnen straten van de studio's voorbijtrekken, wannabe's hun tanden laten bleken en de echte sterren hun entree maken bij de Oscar-uitreikingen. Heerlijk is het om naar de maniertjes van Nicole Kidman of Jeff Bridges te kijken zonder dat je wordt afgeleid door een commentaarstem. Even waan je je achter de schermen van Hollywood, een sprookjeswereld die, gezien het grote aantal bewakingscamera's en beveiligingsmensen, maar met moeite in stand kan worden gehouden.

Tentoonstelling: Populism. T/m 28/8 in Stedelijk Museum CS, Oosterdokskade 5, Amsterdam. Dagelijks 10-18u. Inl: 020-5732911, www.populism2005.com