Kritiek Hof op OM én Defensie in zaak-Eric O.

Het gerechtshof heeft Eric O. vrijgesproken. Volgens het hof was het simpel: het waarschuwingschot waarmee hij een Irakees doodde, was toegestaan.

Gejuich in de rechtszaal: na anderhalf jaar verdachte zijn geweest is Eric O. (42) weer gewoon sergeant-majoor der mariniers. Het gerechtshof in Arnhem sprak O. woensdag niet alleen vrij, het veegde ook de vloer aan met de argumenten die het openbaar ministerie in hoger beroep naar voren had gebracht.

Volgens het hof is het simpel: het afgeketste waarschuwingsschot dat op 27 december 2003 een Irakees doodde, was gewoon toegestaan volgens de geweldsregels die golden voor de Nederlandse militairen in Irak, de rules of engagement (ROE's). Op een aantal principiële rechtsvragen die het OM had voorgelegd, wilde het Hof niet ingaan. De militaire rechtspraak dient ,,robuust'' te zijn, zo stelde het Hof in zijn vonnis, zodat ,,de individuele militair in het veld weet waar hij aan toe is''.

`Robuust'. Dat woord wordt meestal gebruikt voor de rules of engagement zelf. Ook voorafgaand aan de missie in Irak verzekerde minister van Defensie Kamp de Tweede Kamer dat de geweldsregels voor de Nederlandse militairen ,,helder en robuust'' waren. Het was een standaardformulering om aan te geven dat de militairen die naar het levensgevaarlijke Irak werden gestuurd voldoende mogelijkheden hadden om van zich af te bijten, en niet – zoals tijdens de VN-missie in Bosnië begin jaren negentig – door de ROE's aan handen en voeten werden gebonden.

Ook ná de arrestatie van Eric O. herhaalde zowel Kamp als minister van Justitie Donner de mantra: de geweldsinstructie voor de Nederlandse militairen in Irak was helder en robuust. De beide ministers zeiden er nog iets bij: de militair die zich aan de geweldsinstructie houdt, zou niet met het openbaar ministerie te maken krijgen.

Maar juist de gang van zaken rondom Eric O. had toen al duidelijk gemaakt dat de zaken niet zo eenvoudig lagen. De rules of engagement van het Britse divisiecommando in Irak waaronder de Nederlandse militairen opereerden, waren misschien goede operationele richtlijnen om te werken, maar de juridische status van de regels was allerminst uitgekristalliseerd.

Zo heeft het OM het handelen van Eric O. uitsluitend beoordeeld aan de hand van de geweldsinstructie die door Defensie in Den Haag is opgesteld. Dat die geweldsinstructie niet bedoeld was als een aparte `set' regels, maar vooral diende als een handzame samenvatting van de Britse ROE's waaraan Nederland zich had gecomitteerd, wenste het OM buiten beschouwing te laten – ten onrechte, zo blijkt nu.

De juridische onduidelijkheid was niet nodig geweest, zo vindt het Hof. In het vonnis laat het rechtscollege zich buitengewoon kritisch uit over het functioneren van het OM, maar ook van het ministerie van Defensie. Beide partijen hebben van tevoren niet of nauwelijks overleg gevoerd over hoe om te gaan met de ROE's en de daaruit afgeleide geweldsinstructie. Ze hebben daarmee verzuimd een goede ,,grondslag te leggen voor een afgewogen beleid voor instructie en vervolging'', aldus het vonnis.

Wie er tekortgeschoten is, weet het Hof niet: ,,It takes two to tango.'' Het hof kan alleen maar constateren ,,dat het openbaar ministerie kennelijk onvoldoende was voorbereid op de vraag, hoe een dergelijk schietincident aan te pakken.''

Direct na de aanhouding van Eric O. liet het OM weten de sergeant-majoor te verdenken van doodslag of moord. ,,Een veel te zware inschatting'', zo oordeelt het Hof. Klaarblijkelijk vond het OM dat zelf ook: in de zaak die uiteindelijk vorig jaar voor de rechter werd gebracht werd niet meer gerept van moord, doodslag of dood, maar slechts van ,,overtreding van de dienstvoorschriften'' – de geweldsinstructie.

Inmiddels hebben Defensie en het OM een en ander gedaan om de samenwerking te verbeteren. Officieren van justitie leggen werkbezoeken af. Tijdens een persconferentie die voorafging aan de uitzending van Nederlandse commando's naar Afganistan, benadrukte Defensie dat de rules of engagement uitgebreid waren doorgesproken met het Arnhemse parket – daar waar het OM de geweldsinstructie voor Irak pas ná het schietincident met Eric O. had opgevraagd. Voor de beoordeling van toekomstige incidenten is inmiddels gekozen voor de `politie-aanpak': net als agenten woren militairen niet meteen als verdachte aangemerkt, maar eerst gehoord als getuige.

Of dat laatste zal werken, is de vraag. Het Arnhemse gerechtshof kon het in haar vonnis niet nalaten op te merken dat met de nieuwe regeling ,,uit het oog verloren [wordt] dat het militaire optreden tijdens militaire missie van een hele andere orde is'' dan het werk van een politieagent in Nederland.

Dat laatste geldt zéker voor de commando's in de bergen van Afghanistan. Tijdens die missie, zo heeft minister Kamp toch maar besloten, geldt de `staat van oorlog'.