Kraandrijver tussen hemel en aarde

In zijn vaderland geldt de Finse schrijver Arto Paasilinna als de held van de literaire slapstick. ,,Wat anderen normaal vinden, acht ik juist bijzonder.''

`Natuurlijk is God een Fin'', zegt auteur Arto Paasilinna, geboren in 1942 in Kittilä, een kleine plaats in het allerdiepste en eenzaamste noorden van Finland. Over zijn wat ronde, jongensachtige gezicht speelt een glimlach die een mengeling van spotlust en nauwelijks verholen amusement verraadt. ,,God heeft alle eigenschappen van de Finnen: hij is ijverig en kan helder denken, hij is melancholisch en soms dadenloos. God zou nooit een Italiaan kunnen zijn. Die beschikken naar mijn smaak niet over de geëigende kwaliteiten voor zo'n verantwoordelijke functie. Een Duitser of Fransman evenmin. Dat zijn geen fijne lui. Een Fin dus. Bovendien is God aldoor moe, levensmoe zou je kunnen zeggen: hij wil graag op vakantie. Ook dat karakteriseert mijn landgenoten.''

Een schrijver als Paasilinna kent in de Skandinavische letteren, en ook buiten het hoge noorden, zijn gelijke niet. De lezer zoekt bij hem tevergeefs naar `autobiografische zelfexploitatie', zoals hij het genre noemt waarin auteurs zichzelf en hun eigen leed tot uitgangspunt nemen. Hij zegt: ,,Dan zouden mijn boeken duizendmaal dikker zijn dan nu, en niemand die ze leest. En terecht. Een schrijver moet zichzelf buiten het boek plaatsen. Ik heb een afkeer van literatuur die niet verder reikt dan het eigen kleine achtertuintje. Ik zie dan aldoor een priemend opgestoken vingertje voor me, dat waarschuwend heen en weer zwaait en roept: `Kijk, hier ben ik'.''

Maar goed, het gesprek begon met God. De auteur brengt een bezoek aan Amsterdam ter introductie van de Nederlandse vertaling van zijn roman Wees genadig, waarvan de oorspronkelijke titel luidt Auta armias dat zoveel betekent als `Schouders eronder' of `Zet `m op'. Het boek verscheen in 1989, een jaar voor zijn weergaloze roman De zelfmoordclub. Andere boeken van Paasilinna hebben in vertaling titels als De huilende molenaar (1981) en De gifkokkin (1988).

Paasilinna is een ingenieus ontwerper van plots. In Wees genadig voert hij God ten tonele die het werk van zijn handen moe is. De mensheid heeft hem teleurgesteld. Altijd oorlog voeren, geweld en twist veroorzaken. Bovendien is de mens geneigd andere goden te aanbidden, zoals die van het hindoeïsme en de islam. Dat kan God niet goed verkroppen. Het maakt hem jaloers.

Adamsappel

Voor Paasilinna is God een man met menselijke eigenschappen. Het enige wat hem onderscheidt van een normale man is de afwezigheid van een adamsappel. ,,Dat komt'', antwoordt Paasilinna, ,,omdat God niet uit een vrouw is geboren. Hij is er altijd geweest, vanaf het begin af aan. Hij staat aan het begin van zijn eigen schepping.''

Paasilinna introduceert in zijn roman Wees genadig God met enkele pennenstreken, lichtvoetig, precies en ironisch. Er staat in de eerste alinea: ,,God is een knappe man. Hij is een meter achtenzeventig lang, goedgeproportioneerd qua lichaamsbouw, een tikje gezet, en heeft een statig postuur. God heeft regelmatige gelaatstrekken, zijn neus is recht, zijn voorhoofd hoog. Hij heeft een milde, vastberaden, maar tamelijk vermoeide blik in zijn ogen. God heeft geen flaporen (...) en evenmin een baard of snor.''

Na deze uitputtende beschrijving van God voert Paasilinna de lezer met vaste hand naar de crux van het boek: de vermoeide God zoekt een plaatsvervanger op aarde. Hij wil op reis naar de verste en door niemand gekende uithoek van het universum. Daar is hij onvindbaar. Maar God kan de mensheid op aarde natuurlijk niet aan haar lot overlaten. Dus moet hij zorgen voor een plaatsvervanger. De keuze is betrekkelijk eenvoudig. God laat zijn oog vallen op een godvruchtig man, Pirjeni, die gescheiden van zijn vrouw leeft en ongehuwd samenwoont. Juist op de dag dat God een gezant nodig heeft, richt de man zich met een gebed tot God. Dat geeft de doorslag.

,,Ook het beroep van Pirjeni is van betekenis'', legt Paasilinna uit. ,,De man is kraandrijver in Helsinki, dus hij bevindt zich per definitie tussen hemel en aarde. Hij blikt vanaf zijn hoge positie uit over de wereld. Eigenlijk is een kraandrijver al zo'n beetje God. Als schrijver stel ik mezelf graag voor moeilijke taken. In dit geval moest ik aannemelijk maken dat een man van betrekkelijk eenvoudige komaf het tot Opperwezen brengt. Hij is niet theologisch geschoold, evenmin een bijbelvast man en al helemaal niet de paus bijvoorbeeld. God is een gewoon iemand die we dagelijks kunnen tegenkomen, gekleed in een grijs kostuum of in bruine werkkleding.''

Simpele werkman

Paasilinna is in zijn vaderland wel uitgeroepen tot de `koning van de literaire slapstick'. De beschrijving van de tocht die apostel Petrus en aartsengel Gabriël als goddelijk boodschappers maken vanuit de hemelse sferen naar de simpele werkman in zijn cabine is meer dan fascinerend. Ze zweven door de lucht alsof het niets is. Tijd en afstand bestaan niet. De wereldbol is zo klein als een knikker. Paasilinna bedient zich van een droog-komische toon. Hij zegt: ,,Stel je voor dat iemand je midden op de dag overrompelt met het bericht dat je bent uitverkoren de nieuwe God te worden, dan sta je vreemd te kijken. Je gelooft dat natuurlijk niet. In het geval van de kraandrijver spreken Gabriël en Petrus ook nog eens Fins. Pirjeni's verbazing kent op dat moment geen grenzen. Ik heb altijd talloze ideeën die erom vragen uitgewerkt te worden. Wanneer ik het idee van Wees genadig aan een serieus auteur zou voorleggen, een zwaarwichtig iemand die gespeend is van elke humor, dan zou hij met zijn zogenaamd wijze hoofd schudden. Maar ik schrijf dan juist wél dat boek. Ik heb een absurde kijk op het leven, op de wereld. Wat anderen normaal vinden, acht ik juist bijzonder. Toen ik begon met schrijven, vroeg ik me af of ik in staat zou zijn absurde ideeën literair vorm te geven. U moet bij het woord `absurd' niet denken aan Beckett of Ionesco of zo, nee. Ik heb geen literaire voorbeelden. Ik schrijf in alledaagse termen over bizarre gebeurtenissen.''

Zoals meer Skandinavische schrijvers is Arto Paasilinna geschoold in de journalistiek. Hij was verslaggever en verzorgde een politiek periodiek. Maar vanaf het moment dat zijn collega's van de krant zich bij het vliegveld opstelden om beroemde mannen en hun minnaressen te betrappen, is hij met de journalistiek opgehouden. Paasillina: ,,Mijn eerste boeken waren geen probeersels. Wat ik van het werken voor de krant heb geleerd, is het schrijven onder grote spanning. Ik verdiep me lange tijd in een onderwerp, en schrijf daarna in hoog tempo het boek, vaak met typefouten er nog in. Die corrigeert mijn uitgever. Ik houd van het schrijven in trance, dat geeft een boek tempo. Ik streef ernaar een roman in drie lagen op te bouwen. Eerst is er de verhaallijn, bijvoorbeeld kraandrijver wordt God. Dan varieer ik op dat thema met tal van uitweidingen en beschouwingen. Ten derde hoop ik de fantasie van de lezer te prikkelen. De lezer moet zich gaan afvragen hoe het voor hem of haar zou zijn als God opeens aan zijn deur klopt met de vraag zijn taak over te nemen. Van de journalistiek heb ik geleerd om me heen te kijken met een scherpe, afstandelijke blik. Een schrijver moet midden in de wereld gestaan hebben, anders heeft zijn werk eigenlijk geen betekenis.''

Het is niet eenvoudig Paasilinna te verleiden tot diepgaande uitspraken. Als het erop aankomt, antwoordt hij ontwijkend. Hij is er niet de auteur naar die zich verliest in theoretische verhandelingen. Dat neemt niet weg dat Wees genadig, maar ook De zelfmoordclub en het prachtig-sfeervolle De huilende molenaar, romans zijn met een rijk gedachtegoed. Wie zich niet laat afleiden door de snelle dialogen en de vrolijke gebeurtenissen uit Wees genadig treft daarin een scala aan verhandelingen over het christendom.

Paasilinna blijkt een kenner te zijn van de theologische zienswijze van het deïsme, de leer dat God de wereld heeft geschapen maar daarna zijn handen van zijn eigen creatie heeft weggetrokken. ,,Deze roman is het resultaat van mijn wanhoop over de wereld'', zegt hij.

Paasilinna's keert gangbare begrippen om. De kraandrijver als God-op-aarde, en niet de paus bijvoorbeeld, ,,Dat vind ik maar een potsenmaker.'' Een kenmerkende Paasilinna-omdraaiing is ook de zelfmoordenaar die hunkert naar het leven in De zelfmoordclub. ,,Wanneer je het normale omkeert, krijg je een dieper inzicht in de werkelijkheid'', legt Paasilinna tot slot uit. ,,In De zelfmoordclub slaat verlangen naar zelfvernietiging om in levensvreugde. Het boek is een loflied op de zinnelijkheid van het leven, bijvoorbeeld de ontluikende erotiek bij een kampvuur in de bergen of een gedeelde fles drank. De zelfmoordenaars ontpoppen zich uiteindelijk tot woeste levensgenieters.''

De boeken van Arto Paasilinna verschijnen bij Uitg. De Wereldbibliotheek. Vert. Annemarie Raas. www.wereldbibliotheek.nl