Jury's, wees eens royaal

In plaats van de Theo en de Louis d'Or uit te reiken aan individuele acteurs, kan zo'n toneeljury beter duo's bekronen. Of een gezelschap. Of een regisseur. Oftewel: waarom zijn er eigenlijk niet een soort toneel-Oscars?

a tien maanden peinzen kwam de jury van de belangrijke VSCD-toneelprijzen onlangs met één nominatie voor de Theo d'Or (de prijs voor de beste vrouwelijke dragende rol) en twee voor de Louis d'Or (de mannelijke tegenhanger). Begin juni vergadert de jury voor het laatst om te kijken of er nog iemand bij mag. Hopelijk lukt dat, want drie goeie spelers op honderden hoofdrolspelers is wat karig. De winnaars worden op 27 juni bekendgemaakt, op het Gala van het Nederlands Theater in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

De laatste jaren komt de jury vaker laat in het seizoen met dit soort zuinige nominaties. Als je die jury moet geloven, is het dus treurig gesteld met het Nederlandse toneelspel. De genomineerden, Bien de Moor, Mark Rietman en Hans Kesting leverden afgelopen seizoen grote prestaties – ze hebben de prijs dik verdiend. Maar is er naast hen niemand prijzenswaardig genoeg? Is er iets mis met de Louis d'Or of met het Nederlands toneelspel?

Het zou wel wat royaler kunnen. We hebben het hier over een prijs, iets feestelijks, het kost niets om wat meer mensen te nomineren. En het is ook weer niet zo dat er naast de drie uitverkorenen alleen maar kneusjes rondlopen. Uit de losse pols kan ik zo dertien prijzenswaardige acteurs noemen, die dit seizoen een gedenkwaardige rol hebben gespeeld.

In het verleden is het wel gebeurd dat de Theo d'Or helemaal niet werd uitgereikt, wegens te geringe prestaties. Een idiote situatie, alsof alle goede actrices van Nederland opeens tegelijk twaalf maanden lang alles uit hun handen laten vallen om het jaar daarna opeens weer goed te zijn. Het bijzondere van grote acteurs is juist een constante kwaliteit; ook al is het seizoen nog zo mat; ook al treffen ze een matige regisseur; ook al staan ze in een beroerd stuk. Een beetje jury kijkt daar doorheen. Het gaat erom dat de acteur boven zichzelf en het stuk uitstijgt.

Hoewel de juryleden geacht worden louter de acteurs te beoordelen, ontkomen ze niet aan een oordeel over de voorstelling die om de acteur heen staat. Een briljante acteur in een onopvallende voorstelling maakt weinig kans. De nominatie van Mark Rietman is hierop een uitzondering: hij steeg dit seizoen uit zowel boven zichzelf als boven het half gelukte toneelstuk Raak me aan.

Onlangs kwamen bijna alle nog levende winnaars van de Louis d'Or en de Theo d'Or bijeen in de Amsterdamse Stadsschouwburg om op de foto gezet te worden ter ere van het 50-jarig bestaan van de prijzen. Wie tussen deze halve eeuw toneelgeschiedenis rondliep, viel op dat de jury er zelden naast zat wat betreft de eeuwigheid; er liepen weinig spelers rond die totaal vergeten zijn. De jury kiest terecht veilig voor toneelkanonnen, die het liefst ook na het winnen van de prijs nog jaren doorbulderen.

Ook viel op dat de jury in die vijftig jaar van een bepaald type speler bleef houden. Hij moet in ieder geval in de grote stukken van de grote gezelschappen in de grote schouwburgen staan. Wie in het kleine-zaalcircuit of bijvoorbeeld het jeugdtheater werkt, maakt geen schijn van kans.

Bij die fotobijeenkomst zei de drievoudig bekroonde actrice Elizabeth Andersen: ,,Ach de tijd van de prima donna's bij het toneel is al lang voorbij, en dat is helemaal niet erg.'' Daarmee legde ze een andere zwakte bloot: de acteursprijzen zijn fossielen uit het tijdperk vóór Aktie Tomaat, toen mensen nog naar de schouwburg gingen om bepaalde spelers te zien declamerenen lichte komedies werden ingezet als vehikel om de spelers te laten schitteren.

Inmiddels zijn acteurs allang niet meer de belangrijkste kunstenaars in het toneel. Volgens toneelpopulisten ligt de macht in het gesubsidieerde kunsttoneel sinds dertig jaar bij de regisseurs. Die zouden `regisseurstoneel' maken waarin de acteurs ondergeschikt zijn gemaakt aan een dwingend concept. Dat is een karikatuur: in het huidige toneel zijn acteurs in zekere zin belangrijker geworden. Ze denken vaak mee met de regisseur over de vorm van het hele stuk. In het hedendaagse toneel valt zelden te zeggen wie een voorstelling doet slagen. Inderdaad, briljante regisseurs met sterke ideeën zijn belangrijk, maar dat geldt ook voor de acteurs en de decorontwerpers. Het gaat, kortom, om het hele product. Niet de chauffeur van het jaar, maar de auto van het jaar verdient de aandacht. Het is dus vreemd dat er alleen voor toneelspelers belangrijke prijzen bestaan.

Door één acteur uit een toneelstuk te bekronen, sleur je hem uit zijn context. De terechte bekroning van Bien de Moor – voor haar rol als zusje Solange in Genets De meiden – zou bijvoorbeeld een groot onrecht inhouden. Om te beginnen voor haar prachtige tegenspeler Heike Wisse. De meiden wordt gespeeld door twéé meiden. Zonder zusje Claire geen zusje Solange. Zonder Wisse geen De Moor. Maar de bekroning zou ook onrechtvaardig zijn tegenover regisseur Franz Marijnen en de hele voorstelling die op deze manier verdwijnt in een bijzin in de toneelprijs-annalen.

Ik pleit daarom voor de mogelijkheid om spelers in duo's of kleine groepjes te kunnen bekronen. Ik weet, dat doet afbreuk aan de aantrekkelijkheid van de prijs, maar het is wel eerlijker. Voor de Theo d'Or zou bijvoorbeeld Joop Admiraal samen met Arjen Ederveen bekroond kunnen worden, omdat zij zo'n prachtig pottenstel neerzetten in de komedie Iets om naartoe te leven. Ederveen grove spel botste daarin prachtig met Admiraals verfijnde bewegingen.

Een hiermee samenhangend onrecht is het bestaan van de prijzen voor de beste bijrollen, luisterend naar de belegen Commedia dell'arte-namen `Arlecchino' en `Colombina'. Deze prijzen staan altijd in de schaduw van de grote prijzen, als een soort tweederangs-prijzen. In een goed toneelstuk bestaat er wel een onderscheid tussen hoofdrollen en bijrollen, maar niet tussen hoofdacteurs en bijacteurs. En goede speler is een goede speler. Dit jaar staat bijvoorbeeld Celia Nufaar genomineerd voor zo'n Colombina, voor haar bijrol in Scènes uit een huwelijk. In tijd gemeten is haar aandeel klein, maar ze speelt wel een cruciale rol; goed genoeg voor een Theo d'Or, zou ik zeggen. Schaf dus die bijprijzen af en laat alle genomineerden meedingen naar de hoofdprijs. Heb je meteen wat meer nominaties.

Bovenal bepleit ik een compleet prijzenpakket, zoals dat ook in het buitenland bestaat: niet alleen de acteurs, ook de regisseurs en de voorstellingen moeten bekroond kunnen worden. Later in de nacht kunnen dan de decorontwerpers, lichtmannen, laarzenmakers, etcetera een prijs krijgen, maar laten we bescheiden beginnen met hervormen.

Dan moeten er ook namen voor die nieuwe prijzen bedacht worden. ,,En de Capitane voor de beste regisseur gaat naarrrr...'' Nee, dat bekt niet. ,,En de Pantalone voor de beste kostuum-ontwerper gaat naarrrr...'' Nee, dat onthoudt niemand. Eigenlijk is het heel onhandig om verschillende namen voor al die prijzen te hebben, onder de saaie verzamelnaam VSCD-prijzen. Beter is om ze allemaal dezelfde naam te geven, net als de Oscars, de Tony's en de Oliviers. Wegens de traditie, de naamsbekendheid, en de dubbelslachtigheid zou Theo d'Or heel goed kunnen. ,,En de Theo d'Or voor het beste toneelstuk gaat naarrrr...'' Ja, dat klinkt heel plausibel.

Als ik mijn eigen prijzengala zou mogen organiseren, wie zouden er dan winnen? Net als ieder jaar wordt er weer gemopperd dat het weer zo'n mat seizoen was. Maar ik heb minstens tien prachtige toneelstukken gezien. Wat een rijkdom! Uit mijn keuze blijkt overigens dat ik een behoudend mannetje ben: vrijwel alle voorstellingen zijn van de grote gezelschappen, gemaakt voor de schouwburgen, met bekende acteurs en regisseur die al jarenlang het theater aanvoeren: Cassiers, Van Hove, Simons.

Hors concours is de Proust-cyclus, waarvan zondag het laatste deel in première gaat. Regisseur Guy Cassiers overstijgt met dit majestueuze project de seizoenen, en aangezien zijn sterk op live videoprojecties steunende vormgeving weinig ruimte laat voor de acteurs om te schitteren, valt zijn werk buiten de VSCD-prijzen.

Niet alleen met Proust, maar ook met zijn twee uitstapjes dit seizoen, naar het werk van Jeroen Brouwers (Bezonken rood) en Toon Tellegen (Mijn avonturen door V. Schwrm) zet Cassiers een nieuwe standaard voor het literaire videotheater. Met suggestieve close-ups en gedragen muziek creeërt hij een sfeer waarin de eerbiedig behandelde tekst het beste tot zijn recht komt. Cassiers bevindt zich inmiddels op eenzame hoogte, ver verwijderd van het aardse theater, en hij verdient dan ook vijf Theo D'Ors: één voor beste regie, en vier voor al zijn Proust-delen. Zijn acteur Dirk Roofthooft verdient bovendien een nominatie voor de Theo d'Or voor beste acteur, voor zijn mompelende, fluisterende, mijmerende monologen in Bezonken rood.

Opmerkelijke afwezige dit seizoen is ZT Hollandia dat haar laatste seizoen beleeft. Regisseur Johan Simons, die deze zomer naar Gent vertrekt, werkte louter in het buitenland, De stukken die Hollandia thuis speelde stelden allen teleur. Simons' daverende slotaccoord Fort Europa gaat zondag in Wenen in première. De tekst van Tom Lanoye ziet er veelbelovend uit, dus daarmee kan de roemruchte groep nog veel goed maken, en kan Simons op de valreep een Theo d'Or voor beste regie krijgen. Laat ik hem als afscheidscadeau alvast de ere-Theo d'Or geven, voor zijn hele oeuvre.

Opmerkelijke winnaar dit seizoen is het Nationale Toneel. Dit gezelschap speelt vaak veilig repertoire rond grote acteursnamen, deels luchtige komedies, die een groot en wat ouder publiek trekken, maar die artistiek gezien weinig indruk maken. Dit seizoen schoot de Haagse groep ineens uit de slof met drie opzienbarende stukken achter elkaar, naast bovengenoemde De meiden, spelend in een dance-arena annex boksring in de Scheveninger visafslag, bracht het gezelschap Elementaire Deeltjes, naar de roman van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Johan Doesburg maakte er een rauwe, desolate montagevoorstelling van, met een gedreven cast zonder grote namen.

Ook opmerkelijk was De methode Ribadier. Op het eerste gezicht een doorsnee, flinterdunne boulevardkomedie van Feydeau, die behoorlijk uit de tijd lijkt. Maar het Nationale Toneel gaf dwarse regisseur Frans Strijards de gelegenheid om zijn comeback te maken, en dat doet hij met verve. Zijn Feydeau deed dan wel geen pijn, zoals Elementaire deeltjes en De meiden dat deden – maar als vormexperiment zat het virtuoos in elkaar.

Toneelgroep Amsterdam had ook al zo'n mooi seizoen. Ivo van Hove is bezig met een serie huwelijksdrama's. Hij begon vorig jaar juni met de komedie Kruistochten van Ayckbourne, waarin Hans Kesting schitterde als huis-Casanova. vervolgens kwam zijn hartverscheurende Scènes uit een huwelijk, naar de film van Ingmar Bergman. Hij brak dit stuk open door de hoofdrollen door drie verschillende paren te laten spelen. Tussen dit hels kabaal aan ruziënde paren, diende Celia Nufaar als rustpunt; huiveringwekkend als vrouw die een scheiding aanvraagt, en verzoenend en relativerend als de moeder die het echtelijk rumoer van historische context voorziet. Zondag a.s. volgt Shakespeares Het temmen van de feeks, wat met Hans Kesting en Halina Reijn in de hoofdrollen veelbelovend klinkt.

Twee andere voorstellingen van Toneelgroep Amsterdam gingen ook over het huwelijk. Pinters overspeldrama Bedrog was te kil en afstandelijk. Maar Echt iets om naartoe te leven was helemaal raak. Joop Admiraal en Arjen Ederveen spelen een lesbisch echtpaar. De eerste is een bekende kinderboekenschrijfster met een ernstige ziekte, de tweede bemoedert haar en verheugt zich stiekem op een leven na haar dood. De voorstelling was vooral hilarisch, maar Admiraal en Ederveen, volkomen geloofwaardig in travestie, weten hun rollen ook enige tragiek te geven.

Het huwelijk als rode draad door het toneelseizoen. Volgens Johan Simons en anderen was het een schande: het gesubsidieerde toneel zou zich in deze barre tijden moeten bezighouden met politieke kwesties, in plaats van zich terug te trekken in de burcht van het burgerlijk huwelijk. Ivo van Hove had een zwakke verdediging: door de problemen in een huwelijk te behandelen, toonde hij juist de kern van de wereldproblematiek. De boodschap van zijn Scènes uit een huwelijk was dan ook: we moeten samen leven, dus heb respect voor andermans tekortkomingen.

Onzin om huwelijksproblemen zo klakkeloos naar de grote wereld te extrapoleren. De echtparen in Kruistochten en Scènes komen allemaal uit dezelfde cultuur. In hun huwelijken is ook geen sprake van onderdrukking, overstromingen of milieuvervuiling. Bovendien versimpelt Van Hove hiermee zijn eigen huiskamerdrama's. Hij had fermer moeten wezen en had simpelweg moeten zeggen: `Laat een ander, Simons bijvoorbeeld, maar politiek theater maken. Ik vind het huwelijk een belangrijk en even goed thema als willekeurig welk modieus politiek thema. We hebben al weer genoeg dode Theo van Goghs op het toneel zien liggen.'

Gelukkig trok het Onafhankelijk Toneel zich ook niets aan van het gebod op politiek theater, en bracht een indrukwekkende versie van Edward Albee's Wie is er bang voor Virginia Woolf? Die huwelijksklassieker lijkt aanvankelijk te gaan over de platgegooide woestijn die het huwelijk kan worden als alle grote teleurstellingen achter de rug zijn, maar het is in feite een liefdeslied als Brels Chanson des vieux amants: kinderloze minnaars die het vuur onder hun huwelijk brandende houden door eeuwig te ruziën.

Regisseur Mirjam Koen laat haar twee briljante spelers, Bert Luppes en Ria Eimers, vlammen in een rustig, ruim decor. Zelden zag ik zo geweldig op elkaar ingespeelde tegenstanders. Eimers begint als de baldadig vrolijke sterke, die slag na slag uitdeelt. Naarmate het stuk vordert gaat ze steeds meer vermoeid zitten, en vraagt halfhartig om een remise. Bert Luppes, met zijn bonkige motoriek, begint mompelend, kromgebogen, hij moet bijna ondragelijk veel incasseren. Ind e loop van de nacht wordt hij steeds energieker, tot hij zijn soepele knock-out kan uitdelen. Eén klap, maar dan een hele goeie. Zaïre 1975, Muhammad Ali verslaat George Foreman. Maar dan in de Rotterdamse haven.

Omdat de kunst geen wedstrijd is, moeten beide vechters in juni op het ereschavot staan: als winnaars van de Theo d'Ors voor beste actrice en acteur. Hopelijk ziet de jury tijdig het licht.