Irak opnieuw overspoeld door geweld

De getuigenissen zijn niet helemaal eensluidend, maar vermoedelijk ging het vanochtend zo: een politiebusje stond stil bij een controlepost nabij de Noord-Iraakse stad Tikrit, toen een achterop komende personenauto naderde. Op het moment dat de auto naast het politiebusje kwam, brachten de twee inzittende de explosieven die ze op hun lichaam hadden bevestigd, tot ontploffing. Zeven van de negen politieagenten in het busje werden onmiddellijk gedood, hun twee collega's en een aantal omstanders raakten zwaar gewond.

Kort na de zelfmoordaanslag in Tikrit vanochtend, werd de vondst bekendgemaakt van 14 lijken in het noorden van Bagdad. Het ging om mannen die waren geblinddoekt en vervolgens geëxecuteerd. De recente bloedige reeks aanslagen is ruim een week geleden begonnen: op de dag dat het Iraakse parlement zijn goedkeuring gaf aan de nieuwe regering van premier Ibrahim Jaafari. De (vermoedelijke) daders zijn extremistisch soennitische tegenstanders van de door de Verenigde Staten opgelegde democratisering van Irak, en hun boodschap van dood en verderf is vooral gericht tegen, in hun ogen, collaborateurs met de vijand. Politieagenten die zich laten trainen door de Amerikanen worden zo tot doelwit gemaakt, net zoals werkzoekende rekruten, soldaten, overheidsdienaren en politici die zitting hebben in het nieuwe parlement.

Naar schatting zijn de afgelopen week al meer dan tweehonderd doden gevallen bij de golf van zelfmoordgeweld die het hele land overspoelt; van het tot dusver relatief rustige Koerdische Arbil, waar eerder deze week meer dan 60 doden vielen bij een rekruteringscentrum, tot de hoofdstad Bagdad, waar een zelfmoordenaar zichzelf gisteren opblies te midden van lange rij jongemannen die zich aanmeldden voor legerdienst. Ten minste dertien rekruten lieten het leven.

Het zelfmoordgeweld, dat in korte tijd dagelijkse routine is geworden, steekt schril af tegen de hoopvolle woorden die de shi'itische premier Jaafari een week geleden sprak over zijn nieuwe regering. Die zou ,,geen moeite sparen om een glimlach terug te brengen op de gezichten van de kinderen'', beloofde hij. Maar met het elke dag verder oplopende dodental onder Iraakse werkzoekenden bij de rekruteringscentra van leger en politie , is voorlopig van glimlachen geen sprake.

Los daarvan is premier Jaafari er nog steeds niet in geslaagd medewerking te krijgen van de soennitische partijen voor zijn kabinet. Veel soennieten boycotten de algemene verkiezingen van 30 januari en ze zijn daarom ondervertegenwoordigd in het parlement. Maar voor de eenheid en daarmee de stabiliteit van het land is hun deelname aan de regering cruciaal. Voor onder andere de belangrijke posten van Defensie en Olie zijn evenwel nog steeds geen namen ingevuld, al is al herhaalde keren gezegd dat daarover een akkoord zou zijn bereikt met de soennitische partijen. Gisteren vergaderde het nieuwe kabinet voor de eerste keer, en na afloop zei een medewerker van Jaafari dat dit weekeinde de resterende ministersposten zullen worden ingevuld. Zondag zou het parlement er dan mee kunnen instemmen.

Intussen lijkt het Amerikaanse leger nog weinig vordering te hebben gemaakt bij het opsporen van de Jordaanse terroristenleider al-Zarqawi, één van de vermeende organisatoren van het geweld in Irak. Gisteren meldde de Washington Post dat de Amerikanen berichten hebben onderzocht dat al-Zarqawi onlangs gewond zou zijn geraakt in een vuurgevecht bij Rawa of ziek zou zijn, en dat hij tot vorige week verpleegd werd in een ziekenhuis in Ramadi, 115 kilometer westelijk van Bagdad. Maar een Amerikaanse legerwoordvoeder zei gisteren dat daarvoor geen aanwijzingen zijn gevonden. Na een tip werd vorige week wel een inval gedaan in het ziekenhuis van Ramadi, maar niemand werd gearresteerd.