Het meisje of de coke

De journalist Ad Fransen was jarenlang verslaafd aan cocaïne, maar sinds een paar jaar is hij afgekickt. Over zijn `witte jaren' heeft hij nu een boek geschreven: Coke. Een spannende drug voor de jetset is cocaïne allang niet meer, zoals Fransen zelf terecht opmerkt. Cocaïne was begin jaren negentig al een behoorlijk gezonken cultuurgoed, toen ook voetbalsupporters zich er ruimschoots aan te goed deden op massale rave-parties. Maar al is Angie, Charlie – of welke andere namen er nog meer voor de `witte dame' bestaan – al lang en breed ingeburgerd in alle geledingen van het Nederlandse uitgaansleven, in de Nederlandse literatuur komt het onderwerp er bekaaid af. Het enige boek waarin de drug een rol van betekenis speelt, is Gimmick! van Joost Zwagerman uit 1989 en bovendien is de coke daarin slechts één facet van de algehele neergang van de hoofdpersoon Walter van Raamsdonk. Coke van Fransen is echter geen roman, maar een autobiografisch relaas van de opwindende, belachelijke, nare en gênante momenten in vijftien jaar stevig cocaïnegebruik.

Voor (ex-)gebruikers moet het allemaal pijnlijk herkenbaar zijn: het quasi-wereldwijs rondstrooien met halfbakken kennis, de flauwe coke-humor (`Jongen, ik hoop op een witte kerst' – `Ja moeder, ik ook'), de manische zin in méér als de ego-boost is uitgewerkt, de paranoïde rusteloosheid na een nacht doorsnuiven, en natuurlijk de bezoekjes aan de dealer, waar Fransen een tamelijk hilarisch hoofdstuk aan wijdt.

Het meest gênant is de complete obsessie van gebruikers die `zonder' zitten. Zo beschrijft Fransen hoe een vrouw hem heeft uitgenodigd voor een etentje in een chique restaurant. De stemming zit er goed in, zij streelt zijn knieën al onder tafel, en Fransen verheugt zich in een `topavond zonder coke'. Helaas, zijn verslaving denkt daar anders over en Fransen ontdekt tot zijn schrik dat hij niets bij zich heeft. Het is kiezen: het meisje of de coke. Het wordt de coke. `De taxi komt voorrijden. En zij vraagt: ,,Wat is dat nou? Het is net zo'n leuke avond!'' [...] Stinkwijf, denk je als je wegloopt. En je zakt opgelucht weg op de achterbank van die taxi.'

Op dat moment is de totale ontluistering wel zo'n beetje bereikt, terwijl we pas op een kwart van het boek zitten. Maar zo nietsontziend eerlijk als hier wordt Fransen verder niet meer, zodat Coke als zelfonderzoek enigszins teleurstelt. In een snelle stijl, die goed past bij de psyche van de cokegebruiker, beschrijft Fransen het snuiversmilieu van binnenuit, en dat doet hij voortreffelijk. Over de verandering van zijn persoonlijkheid en de gevolgen voor zijn relaties met geliefden, vrienden en familie blijft Fransen nogal vaag. Aan het einde van het boek barst zijn vriendin in huilen uit. `Helemaal uit de diepte kwam haar grienen', schrijft Fransen mooi, maar over het verdriet dat hij kennelijk met zijn cokegebruik bij haar heeft veroorzaakt krijgen we niets te lezen. Misschien had Fransen nóg iets openhartiger moeten zijn.

Ad Fransen: Coke. De Bezige Bij, 166 blz. €15,-