Geveld door gewenning

`De biografie van bekende politici is publiek bezit. Regelmatig wordt hun levensverhaal opgedist in interviews en korte beschouwingen en soms zelfs in boekvorm. De hoogtepunten en dieptepunten van hun leven worden onderdeel van een vast repertoire, ook voor de persoon zelf. Iedereen die regelmatig over zijn leven vertelt, ontwikkelt een vast stramien waarin hij zelf gaat geloven. Voor (bekende) politici is consistentie bovendien essentieel en heeft het grote voordelen een helder levensverhaal te kunnen vertellen. Omdat zij vaak worden geïntervieuwd, zal zich vrij snel een canon van hun leven ontwikkelen.'

Iedere journalist die zich de afgelopen decennia heeft gezet aan het maken van een portret van Wim Kok kan deze constatering van de hoogleraar politieke cultuur Henk te Velde in Met Kok over veranderend Nederland beamen. Uit almaar sterker vergeelde knipsels van steeds dikkere archiefmappen, kwamen aanhoudend dezelfde beelden en herinneringen tevoorschijn: de schrale jeugd in de polder, de door het seizoen bepaalde jaarlijkse vooroorlogse werkloosheid van zijn vader, de toevalligheden die extra vaart gaven aan zijn loopbaan.

Kortom: voor spannend biografische nieuws of politieke onthullingen hoeft men het 99 pagina's tellende verslag van een reeks gesprekken die de historici Te Velde en Piet de Rooy met Kok hadden voor hun boek over de oud-premier, niet echt te lezen. Interessanter zijn de 50 en 70 bladzijden lange beschouwingen die Te Velde en De Rooy laten volgen over hun hoofdpersoon, die zichzelf in veranderend Nederland in vier decennia steeds aanpaste, maar in zijn gerichtheid op `werk, werk, werk' toch consistent bleef. De Rooy brengt in herinnering dat `oester' Kok tweemaal een cruciale rol heeft gespeeld in Nederlandse aanpassingsprocessen. Ten eerste als FNV-voorzitter die de overgang moest begeleiden van verzuilde industriestaat naar geïndividualiseerde diensteneconomie. En daarna in de jaren negentig als premier bij de versteviging van het `economische postuur' van Nederland. Voor Te Velde, die zijn beschouwing de mooie titel `Moeizaam fietsen met de wind mee' gaf, is Kok de `relatieve buitenstaander' in de politiek; de altijd wat afstandelijke man, die uiteindelijk misschien het slachtoffer van zijn eigen succes werd. Hij wist, als minister van Financiën en vice-premier, en als het moest ook als leider van de PvdA, in het derde kabinet-Lubbers en vervolgens in zijn eerste vier jaar als paars premier (1994-'98), zo aan collectieve sanering en economische modernisering bij te dragen dat de groeiende ontevredenheid over de overheid onder grote kiezersgroepen plaats maakte voor tevredenheid. Maar tegen het einde van zijn tweede premierschap, met de plotselinge economische zorgen van 2000/2001, kwam er een zeer abrupt einde aan wat Bram Peper de `gewenning aan verwenning' noemde, terwijl de aanslagen van 11 september 2001 de schijnwerpers bovendien ineens lieten zwaaien naar terrorisme, vreemdelingenbeleid, integratie en weg van de economische dossiers waar Kok zo goed in thuis was.

Piet de Rooy en Henk te Velde: Met Kok over veranderend Nederland. Wereldbibliotheek, 240 blz. €14,50