Gek moet gekker

Jongerentheater is in de mode, maar het ontaardt nogal eens in oppervlakkigheid. Probleem: alleen al het woord `jongerentheater' maakt jongeren achterdochtig.

Hij schurkt tegen het jongerentheater aan, de recente voorstelling Angel van jongerentheatergezelschap Het Syndicaat. Een man en een vrouw in een hotelkamer proberen het verlies van hun baby te bevatten. Hun relatie bestaat uit nog maar een paar gerafelde draden die van het ene gebroken hart naar het andere lopen. Met hun zinnen snijden ze de laatste restjes houvast los en werpen die de ander boos voor de voeten.

Het is geen gemakkelijk stuk, met de wrange woorden van de jonge auteur Enver Husicic en de sobere regie van Daniëlle Wagenaar. ,,Angel ligt aan de rand van wat jongeren waarderen'', zegt Wagenaar. ,,Huwelijksverdriet en een miskraam, dat komen ze niet dagelijks tegen. Maar ze herkennen soms hun ouders in het ruziënde stel op het toneel. Bovendien weten ze allemaal hoe het is om alleen in een onrechtvaardige wereld te staan.''

Het stuk blijft dan ook lang hangen: soms komen er weken later nog vragen of reacties van jongeren binnen.

Jongerentheater is op dit moment booming business. Dankzij het vak Cultureel Kunstzinnige Vorming (CKV) moeten de laatste vijf jaar niet alleen basisschool-leerlingen maar ook middelbare scholieren verplicht naar het theater. Het gros bezoekt cabaretvoorstellingen, en wie niet alleen maar wil lachen kan in het reguliere theatercircuit terecht.

De programmeurs hebben de nieuwe doelgroep inmiddels in de gaten en plakken steeds vaker het etiket `jongeren' op licht verteerbare voorstellingen. Zo ontstond er een wildgroei aan jeugdtheatervormen. Het is toneel `voor en door jongeren'; het is volwassenentheater, maar dan de lichte variant; het is speciaal op pubermaat gemaakt snel-simpel-grappig-theater met harde muziek en flitsende effecten.

En af en toe is het prachtig helder theater dat niet alleen jongeren imponeert. Zoals de voorstelling Angel van het Het Syndicaat, dat scherp afsteekt tegen het `reguliere' jongerentheater. Regisseur Wagenaar: ,,Jongeren kunnen ze veel meer aan dan volwassenen denken. Jongeren hoeven geen uitgesmeerd verhaal, fragmentarische scènes vinden ze best. Zelfs bergen tekst en weinig actie gaat prima.''

Jongeren zijn een lastige doelgroep. Wat ze leuk vinden verandert steeds en wat ze niet blieven is overduidelijk. Er bestaat geen standaard `jongere', het gaat in die leeftijdscategorie nu juist om het zoeken naar de eigen individualiteit en de eigen smaak. Om het nog lastiger te maken hebben de meeste jongeren een pesthekel aan volwassenen die het cultureel gezien goed met ze voorhebben en een zogenaamd hip dansje of rap voor ze gaan doen. Alleen al het woord `jongerentheater' maakt jongeren achterdochtig.

Theater `voor en door' jongeren slaat beter aan. Het wekt respect om leeftijdsgenoten op het podium te zien die knappe kunstjes kunnen. Het beste voorbeeld zag ik een jaar of zes geleden toen ik mij op krukken naar Beverwijk begaf. Ik ging naar de jongeren- muziektheaterproductie Rapido van Grünfeld Theaterproducties, vagelijk gebaseerd op King Lear van Shakespeare.

Tegelijk met mij arriveerden vijfhonderd jongeren tussen de veertien en de twintig in het theater. Zij mochten voor minder dan de helft van de prijs naar de voorstelling, op uitnodiging van hun scholen en zonder toezicht. Ondanks het feit dat ik met mijn zesentwintig jaar nou ook weer niet zó ver boven de doelgroep uitstak, heb ik me nog nooit zo oud gevoeld. Ik had moeite om niet hier en daar een puber te meppen, vooral als ze met hun pukkelige beugelbekkies voorbij stoven en met een haastig `sorry mevrouw' een van mijn hulpstukken onderuit trapten.

Juichen

De voorstelling was indrukwekkend. Zodra het donker werd begon iedereen te juichen, net als bij een popconcert. Rapido had als ondertitel `Shakespeare goes hiphop' en werd `verrapt' door befaamde underground zangers, DJ's en heftig swingende breakdanceprinsessen. Na iedere solorap of solodans sprong de zaal op en juichte. Ik heb meer naar het publiek dan naar de voorstelling gekeken. Waar de voorstelling precies over ging zou ik niet meer weten.

Vandaag de dag zijn er handenvol `voor en door'-jongerentheatergroepen. Vaak zijn het veredelde opleidingsinstituten, waar (allochtone) jongeren leren dansen, zingen en een beetje acteren, begeleid door professionele theatermakers. Groepen als Dox, Jongerentheater Nultwintig, Ish en Rotterdams Lef kunnen rekenen op enthousiast publiek. Maar net als Rapido indertijd missen de voorstellingen veelal een angel die nog weken of maanden in je huid blijft zitten.

Jongerentheater lijkt gelijk te staan aan simpel, grappig en ongevaarlijk. `Patat met kip en appelmoes'-theater, met thema's die direct aansluiten bij de belevingswereld van de gemiddelde jongere. Verliefdheid, school, drugs en vriendschap, alles overgoten met een sausje van discobelichting, harde muziek en snelle overgangen. Puberboekenschrijfster Carry Slee-theater, waarbij de jeugdige kijker zich makkelijk kan herkennen in wat er gebeurt op het toneel.

De jeugdige kijkers vermaken zich overigens prima, want in het luchtige genre worden prachtige voorstellingen gemaakt. Het is bovendien een plek waar geëxperimenteerd wordt met audiovisuele middelen. Waar muziek een belangrijke rol mag meespelen, waar VJ's en DJ's aan de knoppen staan, waar rook en stoom en swingende acteurs het beeld bepalen.

Helaas blijven de voorstellingen erg hangen op een eerste ideetje, op een nogal dun verhaal. Het gekste wat er op het toneel gebeurt is het gekste wat de piepjonge makers zich kunnen voorstellen en dat is meestal niet gek genoeg. Wat je te zien krijg is gepopulariseerde werkelijkheid, terwijl het juist prettig is als een maker of speler je daar als kijker bovenuit tilt. Even kennismaken met een wereld voorbij de grenzen van je eigen fantasie. Dát is kunstenaarschap en dat is wat theater spannend maakt. Al het andere is amusement met de onvermijdelijke nasmaak; knap gedaan, jammer dat het nergens over ging.

Misschien dat het `voor en door'-jongerentheater in de toekomst nog aan kracht wint, zoals hier en daar wordt voorspeld. Vooralsnog is het jongerentheater zoals Het Syndicaat dat maakt spannender. Dat gezelschap brengt sinds 1997 tekstuele voorstellingen die lang niet makkelijk zijn en weet desondanks een alsmaar groeiende groep jongeren aan zich te binden.

Alles uit 2002 van Esther Gerritsen is een goed voorbeeld. Het gaat over drie buitenaardse wezens die op een strak vormgegeven speelvlak wat ontheemd om zich heen staan te kijken. De emotionele chaos van het menselijk bestaan valt ze niet mee en ze ondergaan alle liefde, jaloezie, woede en onenigheid met licht geschokte verbazing. De acteurs doen niet veel meer dan verbaasd kijken en praten in gekke Gerritsen-zinnen. Menselijk zijn, hoe doe je dat, is de centrale vraag. Alles won de CJP Podiumprijs 2002, waarvan de jury bestond uit jongeren.

Sinds vier jaar is er een speciale plaats voor dit soort jongerentheater. Dat ging niet zomaar; menigeen vroeg zich af of jongeren wel een eigen theater nodig hadden. Eerst werd het Amsterdamse Rozentheater met veel trots als zodanig gepresenteerd, toen grootscheeps verbouwd en afgelopen jaar bleek er opeens geen subsidiegeld beschikbaar voor exploitatie. Na een sterke lobby is het Rozentheater nu heropend.

Beleefdheid

Het Rozentheater heeft de ambitie hét jongerenpodium van Nederland te worden. ,,Het moet hún theater worden, met voorstellingen waar jongeren niet enkel uit beleefdheid of verplichting naar blijven kijken'', hoopt directeur Jan de Kuijper.

Het zou kunnen werken. Jongeren kiezen ook een discotheek die past bij hun imago, waarom dan niet een theater? Zolang ze maar niet het gevoel krijgen dat hun theaterbezoek van bovenaf wordt opgelegd. En dát is natuurlijk een probleem met zo'n CKV-schoolvak dat goed opletten tijdens theater laat meetellen bij het eindrapport.

De Kuijper heeft zijn zalen in ieder geval vast gevuld met uitstekende groepen. Het Laagland bijvoorbeeld, een gezelschap voor jeugd en jongeren van drie onafhankelijke regisseurs uit Sittard. Regisseur Bas Zuyderland start in september met de repetities van Het Licht, naar de gelijknamige roman van Torgny Lindgren. Een voorstelling voor jongeren vanaf vijftien jaar waarin een paar overlevenden van een pestepidemie samen een nieuwe orde in hun dorp moet zien te scheppen. Het voornemen is dat drie acteurs op een bijna kale speelvloer al pratend het leven in een dorp aan de afgrond herscheppen.

Of het kersverse theater EA van Turkse regisseur Tarkan Köroglu dat onlangs de sterke voorstelling Puin afleverde. Over twee jongeren op een vuile bank, die het dankzij ontspoorde ouders zelf moeten zien uit te zoeken.

Een andere vaste bespeler van het Rozentheater is Huis aan de Amstel. Dat ging er in première met de groots opgezette jongerenvoorstelling Vernon God Little, naar het gelijknamige boek van DBC Pierre. Hoofdrolspeler in het stuk is een vijftienjarige jongen die beschuldigd wordt van moord op zijn medeleerlingen. Net als bij Alles of Angel gaat het vermaak gelijk op met schrijnend onbegrip en wordt er een direct beroep gedaan op de gevoelens van de toeschouwers.

De meest opvallende overeenkomst tussen de voorstellingen is dat de innerlijke belevingswereld het wint van de realiteit. Bij Vernon gebeurt dat letterlijk; als hij zingt in zijn hoofd, dan zingen de muzikanten en acteurs op het podium. Gaat de tijd traag voor hem, dan vertraagt het toneelspel. In Puin vertelt de jongen dat zijn vader zich ter ere van zijn zestiende verjaardag aan het kruis nagelde en je ziet dat hij dat gelooft.

Vooral in het `klassieke' en vaak commerciële volwassenentheater is de realiteit veel dominanter op het podium aanwezig en spelen de gevoelens zich onder het zichtbare af. De decors zijn misschien abstract, maar dat is schijn; er wordt wel degelijk ingeleefd gedaan, alsof men zich in een huiskamer bevindt en net heeft ontdekt dat mevrouw is vreemdgegaan. In het jongerentheater zou op dat moment misschien het decor instorten en een kudde blauwe konijnen het toneel opspringen. Gewoon, omdat de hoofdrolspeler blauwe konijnen met vreemdgaan associeert.

Het jongerentheater wordt steeds spannender ondanks het feit dat programmeurs het in een hokje proberen te duwen en ondanks het feit dat jongeren er verplicht naartoe moeten. De theatermakers kiezen hun eigen fascinaties en werken die helder en aangrijpend uit. Ze gebruiken daarbij alle vernieuwende theatrale middelen die ze nodig denken nodig te hebben om de aandacht van hun publiek te vangen en vast te houden. Het is theater van hart tot hart, niet gedomineerd door verwijzingen naar een toneelstijl van jaren geleden, want daat hebben jongeren geen boodschap aan. Het is theater waar misschien wel een ondergrens – bijvoorbeeld vanaf veertien jaar – maar geen bovengrens voor vast te stellen is. Dus ook geschikt voor volwassenen.

Voor informatie over Het Rozentheater en de genoemde theatergezelschappen: www.rozentheater.nl of (020) 6276162