Geclausuleerd mandaat

Tony Blair, vandaag 52 jaar geworden, heeft van de Britse kiezer een aardig verjaardagscadeau gekregen. Zijn Labour-partij is de winnaar van de gisteren gehouden Lagerhuisverkiezingen. Blair mag op voor een derde termijn als premier, een gedenkwaardige prestatie. Geen andere Labour-leider is daar ooit in geslaagd. Helemaal tevreden kan de jarige winnaar niet zijn. Het geschenk heeft een bijsmaak. Labour behoudt weliswaar de meerderheid in het Lagerhuis, maar heeft toch aanzienlijk verloren vergeleken met de stembusronde van juni 2001. Ondanks zetelwinst hebben de Conservatieven onder leiding van Michael Howard geen doorbraak geboekt. De Tories hebben nog steeds geen inhoudelijk antwoord en bijpassend gezicht op wat Labour en Blair de kiezers wél bieden. Wat Howard ook in de strijd gooide: Blairs omstreden Irak-beleid, de immigratie- en asielpolitiek, veiligheid en orde – het woog niet op tegen de kracht die Labour heeft opgebouwd met een onderwerp dat ooit van de Conservatieven was: de economie.

Blair en vooral zijn minister van Financiën Gordon Brown zijn erin geslaagd hun land met een verstandig, want sober, financieel-economisch beleid in de kopgroep te brengen van het kleine aantal economische groeiers in Europa. De Britse economie is een mirakel, afgezet tegen de stilstand of achteruitgang die in grote delen van het continent heerst. Liefde voor hun premier koesteren de meeste Britten allang niet meer, maar in hun portemonnee voelen ze wat hij voor hen betekent. En in hun beleving: de zorg en het onderwijs, hoofdonderwerpen van Labour, zijn volgens de Britten onder Blair beter geworden. Die wetenschap brengt Blairs opvolging door de populaire Brown meteen een stap dichterbij. De premier krijgt `een laatste kans', zoals de Sun, de grootste Britse populistische boulevardkrant, onlangs grommend kopte. Hij heeft veel van zijn krachten en goodwill verbruikt; een zo grote meerderheid als in 2001 en 1997 verdient hij niet en hij moet nu zijn plaats kennen. Dat was de boodschap van de kiezers gisteren. Het kan van Blairs laatste termijn wel eens een moeilijke maken.

De Liberaal-Democraten van Charles Kennedy profiteerden van Blairs impopulaire Irak-beleid. De oorlog, Blairs dubieuze argumentatie daarvoor en zijn onvoorwaardelijke steun aan de Amerikanen joegen veel Labour-stemmers het andere kamp in. Veel te voorbarig stak Kennedy in de verkiezingseuforie de vlag uit met zijn opmerking dat Groot-Brittannië vanaf nu een land van drie grote partijen is. Want wat is zijn agenda als de `Irak-factor' is verdampt? Zo groot als Labour en de Tories zijn de Liberaal-Democraten ook na de winst van gisteren bij lange na niet. Maar Kennedy zit wel op rozen, en dat kan de leider van de grootste oppositiepartij niet zeggen. Michael Howard is er, net als zijn gesneefde voorganger, niet in geslaagd duidelijk te maken wat de Tories beter kunnen dan Labour. Zijn halfhartige poging om van het immigratie- en asielbeleid een stembusonderwerp te maken, faalde en zijn overige punten overtuigden ook niet echt. Zijn partij krijgt meer zetels in het Lagerhuis, maar percentueel hebben de Conservatieven weinig gewonnen. Ook Howard kan het tijdperk-Thatcher niet doen vergeten.

Groot-Brittannië heeft gekozen. Positief is dat de opkomst licht hoger was dan in 2001, en dat terwijl de campagnes mat waren. De Britse kiezer was in ieder geval niet verkiezingsmoe. De zittende premier mag aanblijven, zij het dat zijn mandaat geclausuleerd is. De ironie wil dat het onderwerp dat Blair zo knap voor zich uit wist te schuiven – de Europese Grondwet; een brisante kwestie in het eurosceptische Verenigd Koninkrijk – uitgerekend dát onderwerp moet hij per 1 juli aanpakken als nieuwe voorzitter van de Europese Unie. Dan zijn er twee referenda over de grondwet geweest, in Frankrijk en Nederland, en moet er misschien puin worden geruimd. Eens zullen Blair en Labour over de EU-Grondwet kleur moeten bekennen. De messen worden dan opnieuw geslepen.