Een ziek meisje in een veewagen

Woensdag om acht uur ben je vast twee minuten stil geweest. Gisteren heb je misschien wel feest gevierd, want precies zestig jaar geleden werd Nederland bevrijd van de Duitsers. In het Bevrijdingsmuseum in Groesbeek kun je zien, lezen en horen hoe het leven van kinderen in Nederland en Duitsland er tijdens de Tweede Wereldoorlog uitzag.

,,Het eerste jaar van de oorlog speelde ik nog met mijn pop. Al gauw niet meer. Toen ik wat ouder werd, was ik vaak verdrietig. Het vrolijke, mooie leven, met feestjes, sport, leuke jongens, een huwelijk, zoals in boeken werd beschreven, bestond niet en zou voor mij misschien nooit bestaan.'' Willemien van de Zand was 11 toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak in Nederland. Haar verhalen hangen nu op borden bij de tentoonstelling Jong zijn in de jaren '40.

Er veranderde veel tijdens de oorlogsjaren. Zoals op school. In Duitsland kregen schoolkinderen er een nieuw vak bij, verzonnen door de regering van Adolf Hitler: rassenleer. Je leerde dan bijvoorbeeld dat het arische ras beter was dan het joodse, zoals Hitler zei. In Nederland verdwenen er soms leraren. Ze werden opgehaald om te vechten of om naar een werkkamp te gaan. Vaak kwamen ze nooit meer terug. Tijdens de lessen klonk regelmatig het luchtalarm en scholen werden soms zomaar gebombardeerd. Schoolzwemmen werd verboden voor joodse kinderen en uit schoolboeken werden pagina's uitgescheurd die niet het niet eens waren met Hitlers ideeën. Censuur heet dat.

Vaak verdwenen niet alleen leraren, maar ook leerlingen. Willemien vertelt over Trudy, haar joodse vriendinnetje. Trudy en Willemien waren allebei ziek en Willemiens zus ging Trudy boeken brengen. De deur van Trudy's huis bleek verzegeld te zijn. ,,Dat was het teken dat ze waren weggevoerd. Maar Trudy was ziek. Had haar moeder nog wel kans gehad om haar warm aan te kleden? Zou ze te eten en drinken hebben? Ik lag ziek in mijn warme bed maar zij zat in een veewagen!''

De winter van 1944 was de Hongerwinter. Er was te weinig eten en mensen aten bloembollen en suikerbieten. 's Avonds was er de avondklok die ervoor zorgde dat je al vroeg binnen moest komen. Tegen de verveling maakten kinderen zelf spelletjes. Kinderen leerden wat ze moesten doen als het luchtalarm klonk en dat ze naast hun bed altijd een koffer klaar moesten zetten voor als ze 's nachts opgehaald werden door de Duitse soldaten. Wat zou jij inpakken? Je mag op de tentoonstelling kiezen uit een mand met knuffels, boeken en puzzels. De koffer is erg klein dus er kan maar weinig mee.

De kinderen van toen zijn nu – reken maar uit – een jaar of zeventig. ,,Kijk, zo'n kapsel had jij toen ook'', zegt een oude dame op de tentoonstelling tegen haar man. Ze wijst naar een grote foto van een jongetje op een driewieler. Ze kijkt hem aan. ,,Nu eigenlijk nog steeds'', lacht ze. De man haalt een kammetje uit zijn zak en begint snel zijn haar te kammen.

Vertellen jouw opa of oma jou wel eens verhalen over hun kindertijd tijdens de oorlog? Laat ze dan eens naar het museum bellen. Het Euregioprojectteam dat de tentoonstelling maakte is nog op zoek naar mensen die tijdens de oorlog kind waren. Hun verhalen of spulletjes krijgen dan misschien wel een plekje op de tentoonstelling. Je kunt nog tot het eind van dit jaar naar de tentoonstelling gaan kijken. Kijk op www.bevrijdingsmuseum.nl.