De sudderlappen wapperen aan de waslijn

Het duurt niet lang meer of tweederde van de wereldbevolking woont in de stad. Het platteland ontvolkt, en nergens zo snel als in China. Een stad als Shanghai moest de afgelopen tijd drie miljoen boeren integreren. Zij zijn diegenen die als bouwvakkers de hoogbouw daar vooruit moeten stoten. Zó ver vooruit dat Shanghai zich kan meten met New York.

De Nederlandse fotograaf Aart Kooij (1961) woont al vier jaar in Shanghai. Hij werkte voor het magazine M van deze krant. Voor De Bijenkorf, die nu producten uit deze stad in de aanbieding heeft (tot 15/5), inventariseerde Kooij in 180 kleur en zwart-wit opnamen de massieve sociale en economische metamorfose waar de twintig miljoen inwoners van Shanghai zich in moeten schikken. Voor Shanghai in gezichten trok hij langs bouwputten en winkels, vuilnisbelten en restaurants, langs boerenbedrijven en voetmassagesalons. Niet om er de esthetiek van het verval vast te leggen, maar vooral om de bezige Chinezen zelf te tonen, tegen de achtergrond van misschien wel de grootste moderniseringsoperatie die de wereld ooit heeft gekend. En waarover Garrie van Pinxteren, correspondent in China voor deze krant, in dit boek een compacte inleiding schreef.

Kooijs opnamen laten weer eens zien hoeveel chaos aan vooruitgang vooraf gaat. Puin als voortuin, puin in huis en puin zo ver het oog reikt. Een enkeling blijft achter in een ruïne, omgeven door een slagveld. Met de dorpsachtige districtjes vol lampionnen, uithangborden en slenterende klandizie die we uit Chinese speelfilms kennen, wordt korte metten gemaakt. Die volkswijken zijn er nog wel, maar de slagschaduwen van woonkazernes zijn de voorboden van hun ondergang. `Torn down' vermeldt het bijschrift bij menig buurtje dat er in 2002 nog zo gezellig uitziet dat je er graag had willen wonen. Raadselachtig blijft hoe de omgeving van wolkenkrabbers in aanbouw er zo naakt kan bijliggen – alsof de bouwmaterialen ondergronds worden aangeleverd.

Op Kooijs zeer gevarieerde straatbeelden zijn hier en daar eigenaardige details waar te nemen. Is er geen afbraak in de buurt, dan zijn de straten van Shanghai opvallend schoon; Bewoners winkelen sans gêne in pyjama en ze hangen hun sudderlappen te drogen tussen hun wasgoed. Er wordt flink gerookt en gebedeld; alleen oude mensen dragen nog hooggesloten mao-jasjes, en jonge meiden doen de was nog `op de hand'.

En wat valt er te destilleren uit die brede doorsnee van stadsbewoners die in het boek is opgenomen? Allereerst dat menigeen zo ongedwongen poseert, vaak tevreden, soms blijmoedig, terwijl het toch geen pretje moet zijn om bijvoorbeeld als bejaarde te overleven in een woning van twee bij drie meter of om als jong gezin thuis altijd je jas aan te moeten houden omdat er geen verwarming is. Misschien hebben de meesten zich verzoend met hun lot. In een land waar protestacties in de kiem gesmoord worden, staat de burger ook weinig anders te doen, zou je denken. Maar die achterdocht is betrekkelijk, want Kooij genoot zichtbaar het vertrouwen van zijn passanten. Hij mocht bij hen thuis een stilleven maken van hun schaarse, dierbare spulletjes, en werd niet met de middelvinger bejegend als hij arbeiders fotografeerde die op vuilnisbelten werken of die hun wasje doen in een smerig regenplasje.

Net als in het voormalige Europese Oostblok zal in deze overgangsfase naar een kapitalistische economie onder het motto `ieder voor zich' de cohesie die in oude buurtjes zo vanzelfsprekend is, verdwijnen. Nu al zie je op Kooijs foto's het grote onderscheid tussen winners en losers. Wie later wil kunnen vertellen het oude Shanghai nog te hebben gekend, moet dus snel afreizen. Dat gevoel van urgentie zit ook in dit boek verborgen.

Kooij zelf lijkt me slim genoeg om voorlopig te blijven zitten waar hij zit. Om er stelselmatig en vindingrijk te registreren wat in hoog tempo letterlijk en figuurlijk afbrokkelt. En dan zal er een nieuw tijdperk aanbreken: Shanghai als een Manhattan, waar de menselijke proporties ver te zoeken zijn, waar de sudderlappen niet meer aan de waslijn wapperen en je niet meer in pyjama even naar de buurtsuper scharrelt. Wat dan aan herinneringen zal worden opgehaald, ligt nu al in dit boek ter inzage.

Aart Kooij: Shanghai in gezichten. Bijenkorf, €29,50. Tentoonstelling in De Bijenkorf Amsterdam en Enschede t/m 15 mei.