Blair nu geen absoluut monarch meer

De Britse premier Blair behaalde gisteren een historische verkiezingszege. Maar de vraag is hoe lang hij nog premier blijft. Weinigen geloven dat hij de volledige periode af kan maken. De druk om plaats te maken voor zijn rivaal Brown zal toenemen.

Somber voor zich uitkijkend hoorde Tony Blair vannacht in een zaaltje in zijn eigen Noord-Engelse district Sedgefield dat hij was herkozen. Naast hem stond het levende bewijs dat de nasleep van `Irak' de premier nog lang zal achtervolgen in de gedaante van Reg Keys, de vader van een gesneuvelde Britse militair die zich eveneens verkiesbaar had gesteld.

Weliswaar had Keys geen schijn van kans tegen de premier, maar Blair zelf erkende spontaan dat de oorlog in Irak het land had verdeeld. Plechtig sprak hij de hoop uit dat de Britten de zaak nu achter zich kunnen laten. Het lijdt geen twijfel dat Blair, die vandaag zijn 52e verjaardag viert, zelf niets liever zou doen. Maar het is onmogelijk voor hem zomaar met een schone lei verder te gaan.

Blairs geloofwaardigheid heeft door de manier waarop hij de Britten de oorlog inloodste volgens veel commentatoren een onherstelbare klap opgelopen. Het feit dat Labour nu ruim vijftig zetels moet inleveren is daarvan een belangrijke aanwijzing. Dat overschaduwde dan ook Blairs vreugde over het feit dat hij als eerste Labour-premier uit de geschiedenis aan een derde ambtstermijn kan beginnen. Alleen de Conservatief Margaret Thatcher heeft dat voor hem klaargespeeld.

Vanmorgen vroeg leek Blair bekomen van zijn aanvankelijke somberheid. Breed lachend verscheen hij op een feestje voor Labour-activisten in de National Portrait Gallery, waar zoveel van zijn vermaarde voorgangers aan de muur hangen. Als een grote verzoener riep hij iedereen op tot onderlinge solidariteit. Nederig verklaarde hij dat hij zich uiteraard rekenschap zou geven van de waarschuwing die de kiezers hadden uitgedeeld. Maar hoe hij zich dat precies voorstelt, zei hij er niet bij. Labour is nog lang niet uitgeregeerd, hield hij zijn juichende aanhang voor. ,,We zullen nog zoveel meer bereiken in de komende vier jaar.''

De vraag is echter of dat, als het al gebeurt, onder Blairs leiding zal zijn. Slechts weinigen geloven dat de premier nog in een positie verkeert om de volledige volgende periode af te maken. De druk om plaats te maken voor zijn zeer gerespecteerde minister van Financiën Gordon Brown zal gestadig toenemen en het lijkt uitgesloten dat Blair nog grote initiatieven kan ontplooien zonder de instemming van Brown. De dagen dat Blair als een onaantastbare absolute monarch zijn eigen gang kon gaan liggen onherroepelijk achter hem.

Brown wilde na zijn eigen overtuigende herverkiezing in Schotland niet op een eventueel premierschap ingaan, maar hij weet beter dan wie ook dat dit hem vrijwel niet meer kan ontgaan.

Een belangrijke aanwijzing voor de nieuwe krachtsverhoudingen in de Labour-partij zal het nieuwe kabinet zijn, dat Blair spoedig, wellicht zelfs al vandaag, presenteert. Veelzeggend is dat Alan Milburn, de campagnemanager van Labour en een vertrouweling van Blair, daarvan in elk geval geen deel zal uitmaken. Het is een publiek geheim dat hij bepaald geen vriend is van Brown. Wijselijk hield Milburn vannacht de eer aan zichzelf en informeerde Blair dat hij geen prijs stelt op een ministerspost.

Afgezien van de toenemende macht van zijn rivaal Brown, op wiens steun Blair ditmaal tijdens de campagne veel sterker leunde dan voorheen, kan Blair ook meer hindernissen in het Lagerhuis tegemoet zien. Het is bij voorbeeld de vraag of Blair de verplichte identiteitskaart, die hij graag wil invoeren, nog wel door het Lagerhuis kan krijgen, met de geslonken meerderheid van Labour. Ook lijkt het nog onzekerder dan voorheen of Blair er in slaagt de Europese Grondwet door het eigen parlement aanvaard te krijgen. Rebelse Labour-Lagerhuisleden hebben nu meer speelruimte dan voor deze verkiezingen.

Labour liep in het hele land gevoelige klappen op. In de regio Londen moest het negen van zijn 54 zetels inleveren. Maar ook in Schotland verloor de partij vijf zetels. In Wales onderging Labour een regelrechte vernedering. Een van de meest veilige zetels van Labour in het land, die al sinds mensenheugenis met grote meerderheden in handen was van Labour, ging over in handen van de onafhankelijke Peter Law.

Vooraf was de verkiezingsstrijd tussen Blair en de Conservatieve leider Michael Howard hier en daar vergeleken met een race tussen twee zinkende schepen. Maar Howard wist het hoofd al met al beter boven water te houden dan veel opiniepeilingen vooraf hadden gesuggereerd. Weliswaar zag hij geen kans het percentage van de Conservatieve kiezers significant te verhogen (1,5 procentpunt meer dan in 2001), maar de Conservatieven wonnen er ruim dertig zetels bij.

Howard zelf was daarom vanmorgen vroeg de eerste om zijn campagne, geleid door de Australiër Lynton Crosby, tot een succes uit te roepen. De Tories hadden het grootste deel van hun energie gestoken in de zogenoemde `marginale' districten, waar een zittend Lagerhuislid de vorige keer maar met de hakken over de sloot was gekozen. Vooral in Londen en het zuiden van het land leverde die strategie bevredigende resultaten op, maar in Midden- en Noord-Engeland waren de resultaten minder spectaculair.

Anders dan William Hague, die in 2001 na zijn vernietigende nederlaag prompt opstapte als leider van de Conservatieven, zal Howard niet onmiddellijk hoeven af te treden. Toch is het de vraag of Howard (63) de volgende verkiezingen zal halen. De druk zal groot zijn om de komende jaren met een leider en een programma te komen, die bij een beduidend breder publiek aanspreken dan deze keer. Een vierde nederlaag in successie kunnen de Tories zich in geen geval veroorloven.