Albert Speer, architect

Een architect die minister van bewapening wordt – op het eerste gezicht nam de carrière van Albert Speer een vreemde wending toen Hitler zijn hofarchitect in 1942 tot opvolger van de overleden Fritz Todt benoemde. Maar al als jonge, 27-jarige architect was hij Hitler in 1932 niet alleen opgevallen wegens het Spartaanse classicisme van zijn ontwerpen, maar vooral wegens zijn organisatietalent. Alle opdrachten die hij tot dan toe had gekregen, had Speer in recordtijd weten te voltooien. Wie Speer aan het werk zette, kreeg een gebouw dat op tijd klaar was en het bouwbudget niet overschreed.

Als student bouwkunde in het Berlijn van 1930 raakte de tot dan toe a-politieke Speer in de ban van Hitler toen hij hem hoorde spreken tijdens een bijeenkomst van de NSDAP. Nog geen jaar later werd Speer lid van de NSDAP én van de Sturmabteilung (SA). Via Hitlers partij kreeg hij vervolgens, als beginnend architect in Mannheim, opdrachten. Na de `machtsovername' van de nazi's in 1933 verbouwde hij Goebbels propagandaministerie in Berlijn en deed dit zo goed en snel, dat hij Hitler opviel.

Tussen de architectuurliefhebber Hitler en Speer ontwikkelde zich een nauwe relatie. In 1934 gaf Hitler Speer de opdracht tot verbouwing van de Reichskanzlei in Berlijn. Drie jaar later benoemde Hitler Speer tot `Generalbauinspektor' van de grootscheepse vernieuwing van Berlijn en andere Duitse steden.

Speer was de architect die het Derde Rijk nodig had. Stilistisch was zijn classicistische werk conservatief, technisch was het eigentijds. Speers werk bestond uit dezelfde mengeling van moderne en reactionaire elementen als het Derde Rijk zelf.

Vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog raakte Speer steeds meer betrokken bij de bouw van verdedigingswerken. Na de Duitse inval in de Sovjet-Unie in 1941 maakte minister van bewapening Todt hem verantwoordelijk voor de wederopbouw van de industrie en de spoorwegen in de `oostelijke gebieden'. Toen Todt in 1942 omkwam bij een vliegtuigongeluk, lag het dan ook voor de hand dat Speer zijn opvolger werd.