Sporters herdacht

Voor het eerst in zestig jaar zijn vandaag de Nederlandse sporters herdacht die zijn omgekomen in de Tweede Wereldoorloog. Dat gebeurde rond het middaguur met een korte plechtigheid bij de ingang van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Bij het beeld van Prometheus, het symbool voor de olympisch vlam, werden vijf kransen gelegd die met elkaar de olympische ringen symboliseren.

Voorzitter Erica Terpstra sprak namens de sportkoepel NOC*NSF en voorzitter Emile Jaensch deed dat namens het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid. Verder waren er vertegenwoordigers van verschillende sportbonden aanwezig. Speciale gast was oud-wielrenner Jan Derksen, die tijdens de oorlog zijn hoogtijdagen als baanwielrenner beleefde en in het Olympisch Stadion memorabele duels uitvocht met Arie van Vliet.

De Nederlandse sporters zijn een vergeten groep oorlogsslachtoffers. Tot droefenis van Martin Dijkstra, bewoner van de Stadionbuurt, die al eens een vergeefse poging voor een herdenkingsplechtigheid had gedaan. Pas dit jaar vond hij gehoor bij Hans Lubberding, de directeur van het Olympisch Stadion, die de Amsterdamse sporthistoricus Jurryt van de Vooren bij het initiatief betrok.

Het is niet duidelijk hoeveel Nederlandse sporters zijn herdacht, omdat officiële cijfers over oorlogsslachtoffers ontbreken. Niet alle sportbonden hebben daar gegevens over. Maar het spreekt voor zich dat het vooral joodse sporters betreft. Ton Bijkerk meldt in zijn boek Olympisch Oranje, dat er in ieder geval 36 olympiërs, onder wie vijf leden van de gouden turnploeg uit 1928, zijn omgekomen. Na een verzoek van de initiatiefnemers kwamen maar twee sportbonden met cijfers: de voetbalbond (KNVB) met 1.000 en de tennisbond (KNLTB) met 250 gevallen leden.