Paul vs. John, Ringo en George

Eind jaren zestig dreef de legendarische popgroep The Beatles door onvrede steeds verder uit elkaar. Een brief die getuigt van de onderlinge spanningen wordt morgen in Londen geveild.

Het is een kort en zakelijk briefje van 18 april 1969, ondertekend door John Lennon, Richard Starkey alias Ringo Starr, en George Harrison, maar het markeert het begin van het einde voor The Beatles.

De drie ondertekenaars wensten niet in zee te gaan met Paul McCartney's schoonvader Lee Eastman als manager, terwijl Paul op zijn beurt niets voelde voor de Amerikaan Allen Klein, die door Lennon was aangetrokken. Dus schreef het drietal Eastman dat hij niet bevoegd was zich uit te geven voor de officiële vertegenwoordiger van The Beatles. Dat was hij alleen voor Paul. En of hij de documenten, de correspondentie en de dossiers over The Beatles die hij had maar wilde doorsturen naar Kleins kantoor in New York.

Het historische document gaat morgen onder de hamer bij Christie's in Londen ter gelegenheid van de periodieke veilingen van pop memorabilia. De geschatte opbrengst van het briefje is 58.000 tot 87.000 euro.

,,Er waren voordien wel wat artistieke meningsverschillen tussen met name John Lennon en Paul McCartney geweest'', zegt Sarah Hodgson, de specialiste van Christie's voor pop en entertainment, ,,maar deze brief geeft aan dat ze echt snel uit elkaar groeiden.'' In 1969 lagen de hoogtijdagen van The Beatles al duidelijk achter hen. Ze traden niet langer live op en beperkten zich tot studio-optredens. In vergelijking tot enkele jaren eerder nam hun productiviteit zienderogen af. ,,Lennon en McCartney raakten meer geïnteresseerd in solo-optredens'', zegt Hodgson.

Ook zakelijk ontstonden er meningsverschillen nadat hun eerste legendarische manager Brian Epstein in 1967 onverwachts was overleden. The Beatles beseften in het voorjaar van 1969 dat Apple, de firma die hun zakelijke belangen behartigde, haar zaken financieel niet op orde had en dat zijzelf daardoor veel inkomsten misliepen.

Lennon zocht daarop contact met Klein, die hij nog via Epstein kende. Maar McCartney was het er niet mee eens en hield vast aan Eastman, de vader van zijn vrouw Linda. Harrison en Starr vonden echter dat de balans in de groep met Eastman als manager te veel naar McCartney doorsloeg en kozen Lennons kant. De affaire leidde tot veel bitterheid over en weer.

,,Het enthousiasme werd gewoon minder'', zo herinnerde Ringo Starr zich later, ,,Het was zoals wanneer je geleidelijk wegzakt naar een scheiding. Een scheiding gebeurt niet plotseling, er zijn maanden en jaren van ellende tot je eindelijk zegt: oh, laten we er mee ophouden.'' Het zou echter nog tot januari 1975 duren, voor The Beatles eindelijk formeel een einde maakten aan hun roemruchte groep.Het document werd door Lennon aan een vriend gegeven, zoals hij dat wel vaker deed. De vriend verkocht het op een gegeven moment aan de huidige bezitter, een verzamelaar die het nu op zijn beurt te gelde wil maken. ,,Dingen, die met The Beatles te maken hebben, stijgen nog steeds in prijs'', aldus Hodgson, die niet wil zeggen of de nog levende leden van de band contact met haar hebben opgenomen over de veiling van het voor hen zo gevoelige document.