Oorlog is mooier dan de mensen die er in sterven

Gladiator (2000) begon met een veldslag. Het nieuwe epos van Ridley Scott begint met een zelfmoord, en een moord, en een vader die zijn zoon voor het eerst ontmoet, en een schipbreuk, en dan zijn we nog lang niet halverwege. Toch lijkt Kingdom of Heaven pas tegen het einde echt te beginnen als er, eindelijk, slag wordt geleverd. Dan glinsteren de helmen, dan wapperen de vlaggen, dan wemelt het van de mensen voor en op de muren van Jeruzalem, dan wordt de film het machtige schouwspel dat titel, genre en regisseur vooraf al leken te beloven.

Kingdom of Heaven speelt zich af tijdens de kruistochten, toen de christenen naar het heilige land trokken om het van de ongelovigen te bevrijden. Kosten noch moeite zijn gespaard om de Middeleeuwen, om precies te zijn het jaar 1186, tot leven te laten komen. En dankzij de talenten van Scott en een budget van meer dan 130 miljoen dollar lijkt dat aardig, soms zelfs adembenemend gelukt. De kleding is potsierlijk genoeg om alleen al daardoor authentiek te lijken, vooral de helmen met van die rare neusbedekkingen. De enige die ze nauwelijks draagt is hoofdpersoon Balian. Orlando Bloom ziet eruit of hij zijn kruistocht in spijkerbroek maakt – maar dat is een andere film, waar we nog even op moeten wachten.

Bloom is in Kingdom of Heaven een hoefsmid die aan het begin van de film zijn kind, vrouw en geloof is verloren en dat laatste in elk geval aan het eind ook niet terugkrijgt. Veel achtergrondinformatie wordt over deze Balian, die echt bestaan schijnt te hebben, niet gegeven. En Orlando Bloom, die toch in vergelijkbare epossen als Lord of the Rings en Troy heeft gespeeld, weet hem in woord en gebaar ook geen gewicht te geven. Het blijft verbazen dat deze smid voor je het weet zwaardvecht, legers commandeert, in de woestijn irrigatiesystemen aanlegt en de democratie introduceert. En dan wordt natuurlijk ook nog een prinses verliefd op hem.

Kingdom of Heaven is een film die de kruistochten vooral uiterlijk serieus neemt. De mentaliteit van de kruisvaarders lijkt Scott minder te interesseren. De meesten schijnen niet eens te geloven. De christenen die The Passion of the Christ vorig jaar tot een hit maakten, zullen waarschijnlijk meer moeite hebben met Kingdom of Heaven, dat gewoon weer een product is uit Hollywood-Babylon, en niet de uitdrager van een christelijke jihad – integendeel. Het lijkt er meer op dat de hoofdrolspelers in de film tegenstanders van kruistochten zijn dan voorstanders. Mensenlevens zijn meer waard dan religies. De schurken in het christelijke kamp zijn nog iets gewetenlozer dan die bij de Saracenen.

Parallellen met de huidige situatie in het Midden-Oosten – van Bagdad tot Jeruzalem – gaat Scott niet uit de weg, al gaat hij ze vooral te lijf met, zoals hij het zelf noemt, de moraal van een padvinder.

Ook Balian lijkt op een padvinder, vooral als hij de verdediging van Jeruzalem tegen wil en dank organiseert.

Het gaat Balian op het laatst vooral om het redden van `gewone mensen'; hoewel die mensen, de bevolking van Jeruzalem, in deze traditioneel met ridders en prinsessen bevolkte film volledig anoniem blijven. Daar wringt de boodschap al met het genre, en dat blijft maar gebeuren, zoals in een anti-oorlogsfilm de oorlog maar schitterend blijft. Die vuurballen die het nachtelijk Jeruzalem bestoken zien er in Kingdom of Heaven veel beter uit dan de mensen die ze doden.

Kingdom of Heaven. Regie: Ridley Scott. Met: Orlando Bloom, Ghassan Massoud, Eva Green, David Thewliss, Jeremy Irons, Liam Neeson, Edward Norton. In: 104 bioscopen.