Mensenrechten in crisis

Zimbabwe is onlangs herkozen in de Commissie voor de mensenrechten van de Verenigde Naties. De Verenigde Staten waren er snel bij om te wijzen op de ongeloofwaardigheid van deze verkiezing. Hoe kan van Zimbabwe worden verwacht dat het zich inzet voor de internationale mensenrechten terwijl de regering van Robert Mugabe deze in eigen land openlijk minacht?

De VN-commissie verkeert in een crisis, zo viel eerder op te maken uit de woorden van VN-chef Kofi Annan. De hoofdklacht is dat het internationale debat over mensenrechten verregaand is gepolitiseerd en dat selectieve aandacht hoogtij viert. In Genève, waar de commissie onlangs voor haar jaarlijkse zitting bijeenkwam, was er voortdurend onenigheid tussen landen en blokken. Insiders spraken van ,,stoorzenders''. Onder deze noemer vallen ook de `Gongo's' (government organised ngo's). Dat zijn zogenaamd onafhankelijke, niet-gouvernementele organisaties die in werkelijkheid door regeringen worden gestuurd. Echte non-gouvernementele organisaties, zoals Amnesty International, vervullen een rol van niet te onderschatten belang in Genève. Gongo's zorgen voor ernstige vervuiling van de Geneefse procedures.

De crisis van de Mensenrechtencommissie is onderdeel van een meer algemene crisis van de VN, waarover een panel van `eminente persoonlijkheden' rapport heeft uitgebracht aan Kofi Annan. Hun oplossing is het lidmaatschap van de commissie open te stellen voor alle leden van de VN. Kofi Annan wil daarentegen de uit 53 leden bestaande commissie vervangen door een kleinere maar permanente Raad voor de mensenrechten, die met tweederde meerderheid wordt gekozen door de Algemene Vergadering van de VN. Interessant is dat Annan wil waarborgen dat de gekozen landen zich zelf aan de mensenrechten houden. Hij denkt aan peer review, onderlinge toetsing.

Een wondermiddel is dat echter niet. Ook peer review van staten onderling wordt al gauw politiek. Een inhoudelijk selectiemechanisme staat trouwens op gespannen voet met het beginsel van de soevereine gelijkheid van staten, dat de grondslag vormt van de VN. De deelname aan internationaal overleg over wapenbeheersing staat ook niet alleen open voor staten die hebben ontwapend.

Aanwijzing bij tweederde meerderheid door de VN-assemblee geeft een Raad voor de mensenrechten wel meer prestige en gezag. Dat geldt helemaal wanneer dit orgaan een eigen plaats in de VN-structuur krijgt, naast de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad. Daarvoor is wel wijziging van het Handvest nodig, hetgeen onderdeel uitmaakt van intensieve besprekingen in New York over de uitbreiding van de Veiligheidsraad, een belangrijk onderdeel van de hervormingplannen van Annan. Deze uitbreiding is al jaren zo'n controversieel onderwerp dat in New York wordt bepleit de kwestie apart te zetten, opdat zij niet de andere hervormingen van de VN frustreert. Dat komt er echter anders uit te zien wanneer de Mensenrechtenraad met de hervorming van de Veiligheidsraad kan meeliften naar een eigen plaats in het Handvest.

Een interessante vraag is of het de Verenigde Staten ernst genoeg is met sanering van de Mensenrechtencommissie. Zij spelen een centrale rol bij de hervorming van de Veiligheidsraad. En dus bij de combinatie van de twee thema's.