IEA waarschuwt voor mondiaal energietekort

Er wordt te weinig geïnvesteerd in energie om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. Dat geldt wereldwijd over de hele linie: voor de exploratie en productie van zowel olie als gas, voor de olieraffinage, maar ook voor de opwekking en transmissie van elektriciteit.

Die waarschuwing uitten gisteren in Parijs de energieministers van de 26 industrielanden, die samen het Internationaal Energie Agentschap (IAE) vormen.

Koninklijke Shell/Groep wijst er vandaag desgevraagd op dat Shell maar voor 3 procent aan de mondiale olieproductie bijdraagt en de drie grootste private energieconcers (ExxonMobil, BP en Shell) maar 10 procent. Dus is de waarschuwing van de ministers volgens Shell vooral aan het adres van de staatsolieconcerns in de olieproducerende landen gericht. Die zijn met name in de OPEC, het oliekartel van 11 olie-exporterende landen te vinden, en verder in landen als Mexico en Rusland.

In het communiqué na afloop van hun tweedaagse ministersconferentie in Parijs schatten de ministers dat in de komende kwart eeuw zo'n 14.200 miljard euro aan nieuwe investeringen in de energiesector nodig zijn. Maar ,,wij zijn getuige van onderinvestering'', zo klinkt het bezorgd. De huidige hoge energieprijzen vergen meer investeringen om het aanbod te vergroten, terwijl de vraag moet worden verminderd.

Olieconcerns als Shell voelen zich niet aangesproken. Een woordvoerder van het concern zei vandaag verder dat Shell het komende jaar meer investeert dan in het afgelopen jaar, zowel over de hele linie als in puur exploratie.

Het IEA, dat onlangs heeft toegegeven de groeiende mondiale vraag naar met name olie schromelijk onderschat te hebben, meent dat in de komende 25 jaar de extra behoefte aan energie voor 85 procent gedekt zal moeten worden door fossiele brandstoffen. De wereldvraag naar energie zal met 60 procent toenemen, en dat percentage geldt ook voor de uitstoot van het schadelijke koolstofdioxide. Volgens dit scenario zullen de emissies van ontwikkelingslanden in 2030 zijn verdubbeld en die van de OECD-landen gepasseerd, hoewel dan nog bijna 1,4 miljard mensen geen elektriciteit hebben.

Maar de ministers vinden dat de wereld in dit scenario niet moet berusten. De consumptie kan in 2030 met 10 procent zijn verminderd en de koolstofdioxide-uitstoot met 16 procent. Dat kan allemaal door meer energiebesparing, die voor 60 procent aan deze gunstiger uitkomsten kan bijdragen. De overige 40 procent kan worden bereikt door schone kolencentrales, meer gas en duurzame energie en, voor de landen die daarvoor gekozen hebben, atoomcentrales.

De ministers wijzen er overigens op dat door technologie en besparing weliswaar aanzienlijk zuiniger met energie wordt omgesprongen. Want zonder deze verbeteringen zou sinds de eerste oliecrisis in 1973 liefst 49 procent meer energie zijn verbruikt. Maar toch is volgens hen vanaf het midden van de jaren tachtig de aandacht voor de besparing verslapt.