Het belang van Eric O.

De sergeant-majoor der mariniers Eric O. is vandaag ook in hoger beroep vrijgesproken. Daarmee kan eindelijk een streep komen onder een ongelukkige affaire die veel verliezers kent. Allereerst is dat de marinier zelf, die vanaf het begin na een weinig terughoudend tv-optreden door het hoofd van het openbaar ministerie ten onrechte aan de schandpaal werd genageld. Eric O., militair bij de Nederlandse missie in Zuid-Irak, was eind 2003 betrokken bij een schietincident ter plaatse. Hij werd ervan verdacht de geweldsinstructies voor Nederlandse militairen te hebben overtreden en zou bij het lossen van waarschuwingsschoten een Irakees hebben gedood. Hij werd aangehouden, een actie die op televisie door procureur-generaal De Wijkerslooth, chef van het openbaar ministerie, in stellige bewoordingen werd verdedigd. Er volgden een rechtszaak en een beroep, omgeven door veel publiciteit en politieke inmenging. In eerste en nu dus ook in tweede instantie werd Eric O. vrijgesproken. Cassatie is om tal van redenen onverstandig.

Verliezer is eveneens het openbaar ministerie, waarvoor geldt dat het weinig adequaat te werk is gegaan. Natuurlijk: ook voor het OM was dit een lastige materie. Militaire vredesoperaties, waarbij ons land steeds vaker betrokken is, roepen ingewikkelde juridische vragen op. Maar militairen in Irak gelijkstellen met politieagenten die hun wapen gebruiken – zoals De Wijkerslooth deed – was onzinnig. In de vrijspraak van vandaag constateert het gerechtshof in Arnhem onomwonden en ,,tot zijn spijt'' dat het OM kennelijk onvoldoende was voorbereid op de vraag hoe een dergelijk schietincident aan te pakken. En dan volgt het snoeiharde oordeel over de geringe terughoudendheid: ,,Dit heeft geleid tot de, zeker bij aanvang, veel te zware inschatting van de zaak.''

Een niet zo fraaie rol speelden ook sommige politici en leden van de magistratuur, die de vorige vrijspraak aangrepen zich luidkeels in de strijd om de publieke opinie te mengen. Ook hier was enige reserve beter geweest. Tot slot leidde de kwestie tot een weinig verheffend getouwtrek tussen de ministeries van Justitie en Defensie. Voor beide departementen staat de lering voorop. Deze misser roept om grondige evaluatie door Justitie. Bij Defensie heeft een beoordeling al geleid tot verandering van beleid. De Nederlandse commando's die onlangs naar Afghanistan vertrokken voor een `vechtmissie' ter ondersteuning van de Amerikaanse troepen, vallen onder oorlogsrecht. Ze mogen geweld gebruiken zonder meteen het risico te lopen strafrechtelijk te worden vervolgd. Dit betekent geen vrijwaring van incidenten, maar het kan een zaak als die van Eric O. wél voorkomen.

Van belang in deze uitspraak is dat de internationaal geldende geweldsinstructies (Rules of Engagement) voor militairen op vredesmissies voorrang hebben boven de Nederlandse dienstvoorschriften. Eric O. bleef met zijn handelen binnen de Rules of Engagement, zegt het hof. In de overweging luidt het ,,dat ook het militaire strafrecht robuust moet zijn, in die zin dat de militair in het veld moet weten waar hij aan toe is; wat wel en wat niet mag. Hij kan immers niet voor iedere handeling zijn juridisch adviseur raadplegen. Hierbij past het doorhakken van knopen en niet het eindeloos ontrafelen daarvan.'' Deze klare taal is te lang uitgebleven.