`Een volbloed-salsa-band wil ik niet achter me hebben'

Tijdens zijn studie In Gent luisterde Gabriel Rios vooral naar punk. Later ondekte hij zijn Puerto- Ricaanse wortels. Nu speelt hij zijn eigen mengvorm. Morgen staat hij op bevrijdingsfestivals in Groningen en Zwolle.

,,Ik vond het niet leuk om daar te spelen'', zegt zanger en gitarist Gabriel Rios over de herdenkingsbijeenkomst voor Theo van Gogh, pal na diens gewelddadige dood. ,,Er heerste een opgefokte, verwarde en geladen sfeer. Die bijeenkomst werd misbruikt voor politieke doeleinden en voor het uiten van woede. Dat keur ik niet goed: we waren daar om de dood van een mens te gedenken.''

Rios, die negen jaar geleden vanuit zijn vaderland Puerto Rico naar het Belgische Gent verhuisde, leerde Van Gogh kennen tijdens een radio-uitzending waar hij het nummer Broad Daylight speelde. Van Gogh was zo onder de indruk van dat lied, dat hij besloot om het te gebruiken voor zijn film 06/05, over de moord op Pim Fortuyn. ,,Het nummer zelf heeft geen politieke inhoud'', zegt Rios, ,,maar ik denk dat Van Gogh werd getroffen door de spanning tussen de coupletten en het refrein. Daarin schilder ik een zonnige, kinderlijke wereld, maar in de coupletten wordt de sfeer een stuk donkerder. Van Gogh relateerde het kennelijk aan de moord op Fortuyn, die op klaarlichte dag werd afgemaakt. Wreed genoeg trof hem hetzelfde lot.''

Met zijn vorig jaar verschenen debuut-cd Ghostboy, waarop hij het muzikale erfgoed van zijn geboorte-eiland knap vertaalt naar het hedendaagse West-Europa, legde Rios veel eer in. Ironisch genoeg, gezien zijn connectie met Theo van Gogh, kan hij doorgaan voor een geslaagd voorbeeld van integratie. Maar die kwestie ligt iets ingewikkelder, vindt hij.

,,Ik ben hier niet gekomen omdat ik vervolgd werd, of omdat we het thuis zo arm hadden. Ik heb in Gent de kunstacademie gedaan, en daar leer je wel even op een andere manier Nederlands dan wanneer je hoogstens op de markt je boodschappen doet. Toch heb ik ook van doen met racisme. Gent is een prettige stad, maar af en toe voel je de spanning in de lucht hangen. Ik weet in welke buurten de potentiële Vlaams Belang-stemmers wonen, en het hangt van de eerstvolgende verkiezingen af hoe manifest die spanningen worden. Laatst weigerde een trambestuurder mij een kaartje te verkopen, en de zwarte die na mij kwam ook. Ik weet niet of hij dat deed uit racistische motieven of omdat hij met het verkeerde been uit bed is gestapt en die dag niemand een kaartje heeft verkocht. Maar het geeft te denken.''

Zo is Rios' lot verbonden met dat van andere immigranten, of hij nu wil of niet. Ook hij realiseert zich steeds meer hoe het is om tussen twee culturen in te hangen. ,,De helft van mij is Belgisch'', zegt hij. ,,Toch zie ik Puerto Rico tegenwoordig met andere ogen. Ik kom daar elk jaar wel een keer, meestal met het idee: blij dat ik hier niet meer woon. Maar de laatste keer dat ik er was, vond ik het er een stuk aangenamer en kon ik me voorstellen dat ik ooit voorgoed zou terugkeren. Maar nu nog niet, hier is genoeg te doen.''

Aan de muziek op Ghostboy is duidelijk af te horen dat Rios niet spuugt op zijn Puerto-Ricaanse wortels. Toch is dat niet vanzelfsprekend voor iemand die lange tijd weinig gaf om de muziek van zijn land. ,,Het was zo alomtegenwoordig, dat het me eigenlijk niet opviel. Ik had meer met punk, een geweldige leerschool: met twee akkoorden had je zo een paar dozijn liedjes bij elkaar geschreven. Maar toen ik hier in Gent in bandjes begon te spelen, doken er toch elementen van latin op, of ik wilde of niet. Ik ging naar Cubaanse muziek luisteren en begon me flarden van Puerto-Ricaanse liedjes te herinneren. Op mijn verzoek maakte mijn vader compilaties voor me, en dat maakte een boel in me los.''

Rios' muziek is een persoonlijke echo van de herinneringen aan zijn klanken uit zijn thuisland, een versimpelde, huisgemaakte versie van latin in het algemeen en Puerto-Ricaanse muziek in het bijzonder. ,,Mijn muziek is geen salsa, dat is de kruisbestuiving die in de jaren zestig, zeventig in New York ontstond en die het erg van een vergevorderd muzikantenschap moet hebben. Dat kan ik niet. In mijn muziek mag je best horen dat ik niet op het strand van San Juan zit, maar in een appartement in België waar het best kil kan zijn.'' Toch zou zijn muziek het op Puerto Rico wel doen, denkt hij. ,,Buiten mijn ouders en een handjevol vrienden kent niemand daar mijn plaat, want die is er niet te koop. Maar er zijn raakvlakken met reggaeton, de Puerto-Ricaanse, hiphop-achtige variant van de Jamaicaanse dancehall met invloeden van de lokale stijlen bomba en plena.''

Op Ghostboy deed Rios het meeste werk zelf, op gitaar en computer. Hij kreeg hulp van een enkele loslopende muzikant en van producer Jo Bogaert, binnengelopen wegens zijn jaren-tachtig-hits met Technotronic. Zijn huidige live-band zit vol Belgen die, de Chileense gitarist en de op Cuba ingespeelde percussionist daargelaten, nieuwkomers zijn als het om zulke warmbloedige latin-ritmes gaat. Dat was de bedoeling, zegt Rios. ,,Ik zou geen volbloed-salsa-band achter me willen. Het klinkt niet als pure latin, omdat mijn muzikanten net aan het ontdekken zijn wat ze eigenlijk met zulke ritmes kunnen. Dat houdt het fris.''

Optredens: 5/5, bevrijdingsfestivals Groningen en Zwolle, 6/5, P60 Amstelveen, 16/5, Pinkpop Landgraaf.