Een autobom en een braaf gezin

In de Noord-Ierse stad Omagh ontplofte in 1998 een autobom in een winkelstraat, die 31 inwoners doodde. De bom werd geplaatst door The Real IRA, een afsplitsing van de IRA die het vredesproces wil verstoren. De meeste mensen die Omagh, een Engelse televisiefilm die hier in de bioscoop wordt uitgebracht, gaan zien, zullen deze feiten wel kennen. Ze zullen dus ook begrijpen dat de mensen die in het begin van de film in beeld komen, met deze bom te maken zullen krijgen. Zal een van deze mensen sterven, en zo ja: wie dan? Het is een vraag die de film onder spanning had kunnen zetten – als het beter gedaan zou zijn. Ik kreeg in ieder geval kromme tenen van de dialoogjes tussen de leden van het gezin Gallagher die in de eerste minuten van de film te zien zijn: dialoogjes over melk halen en spijkerboeken kopen die pijnlijk normaal aandoen, alsof alleen alledaagsheid een groot contrast met de bom van straks kan vormen, alsof in een aardig, doorsnee gezin de klap het hardst aankomt.

Het is een soort steno dat wel vaker in films wordt gehanteerd, maar dat hier zo kaal, zo weinig subtiel wordt gepresenteerd dat de film er niet meer over heen komt. Paul Greengrass, die het scenario voor Omagh schreef, regisseerde eerder Bloody Sunday, een film over een andere belangrijke dag in de geschiedenis van de Noord-Ierse burgeroorlog. Die film wist juist door een meervoudig perspectief te kiezen zo indringend te zijn. Bij Omagh boeien en ontroeren de feiten meer dan de film. BS

Omagh. Regie: Pete Travis. Met : Gerard McSorley, Brenda Fricker, Stuart Graham. In: Movies, Amsterdam; Cinerama, Rotterdam; Lux, Nijmegen; Louis Hartlooper, Utrecht.