Duitser dik tevreden met zijn land

De zwakke economie drukt de stemming in Duitsland, maar in de voormalige DDR gloort nieuw optimisme, zo blijkt uit de Duitse equivalent van 21minuten.nl, het grote opinieonderzoek. ,,Het milieu is uit hier.''

Zestig procent van de Duitse bevolking is tevreden met het leven in Duitsland. Dat is vijf procentpunt minder dan vorig jaar. Ook de tevredenheid met het leven in de eigen woonplaats neemt af. Uitzondering vormen grote delen van de voormalige DDR, waar de tevredenheid met het leven in de eigen woonplaats het afgelopen jaar aanzienlijk is toegenomen.

Dit blijkt uit Perspektive Deutschland 2005, het Duitse equivalent van 21minuten.nl. De Duitse resultaten zijn vorige week gepubliceerd. Aan het onderzoek hebben ruim 510.000 mensen deelgenomen, aan het Nederlandse 150.000. Het is de vierde keer dat dit onderzoek in Duitsland is uitgevoerd op initiatief van McKinsey. De eerste keer, in 2001, deden 175.000 mensen mee.

De aanhoudend zwakke economie drukt de stemming in het land, maar desondanks is de tevredenheid met het leven in eigen land internationaal gezien nog altijd buitengewoon hoog. In Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië werd dezelfde vraag negatiever beantwoord. In Nederland antwoordde bij 21minuten 55 procent van de bevolking dat ze gelukkig was met Nederland. Omdat in Nederland de vraag op een andere schaal moest worden beantwoord dan in Duitsland is het werkelijke verschil nog iets groter. Ook de coördinator van het Duitse onderzoek, Heino Fassbender, heeft geen verklaring voor dit zonnige gemoed der Duitsers.

Maar net als in Nederland gaat de tevredenheid van de meerderheid van de bevolking gepaard aan een vernietigend oordeel over de politiek en de belangrijke instituties van de staat, zoals de Bondsdag en het arbeidsbureau. Slechts drie procent van de bevolking zegt vertrouwen te hebben in politieke partijen. Tegelijk neemt de scepsis jegens de politiek in Duitsland iets af. Met name het vertrouwen in het vermogen hervormingen door te voeren nam spectaculair toe, van 28 naar 51 procent. Volgens Fassbender is dit een van de vele componenten van `vertrouwen in de politiek', zodat een grote verandering op dit punt niet meteen hoeft te leiden tot een grote toename van het algehele vertrouwen. Hij interpreteert dit wel als waardering voor de hervormingsinzet van bondskanselier SchRÖder.

Net als zijn buur is de Duitser gelukkiger met zijn eigen woonplaats en regio dan met het land in het algemeen. De voormalige DDR vormde tot dusverre de grootste uitzondering op dit beeld. Door de spectaculaire toename van het percentage in de oostelijke deelstaten dat tevreden is met de eigen woonplaats – van gemiddeld 41 naar gemiddeld 52 procent – is dit niet meer het geval. Fassbender ziet geen voordehandliggende verklaring voor deze verschuiving: ,,In de macro-economische omstandigheden zijn geen grote veranderingen opgetreden. Je moet echter ook op de `zachte factoren' letten. Het besteedbaar inkomen is in het oosten het afgelopen jaar meer gestegen dan in het westen. Het aantal werklozen is er iets afgenomen, terwijl in het westen nog steeds sprake is van een toename. Men ziet in het oosten dat er ook in het westen veel problemen zijn. Tegelijk zijn er aankondigingen van omvangrijke nieuwe bedrijfsvestigingen in het oosten.'' Kennelijk stemmen de afnemende verschillen optimistisch. Daarnaast speelt wellicht een rol dat men in het oosten wat realistischer is geworden in zijn verwachtingen, voegt Fassbender toe.

In Nederland leek de kaart van geluk op sommige punten een echo van die van de opkomst bij verkiezingen: de gebieden die eruit sprongen waar men zeer weinig gelukkig was, waren de gebieden die steevast een lage opkomst bij landelijke verkiezingen hebben. Op verzoek van NRC Handelsblad heeft Fassbender dit ook in Duitsland onderzocht: het verband tussen opkomst en tevredenheid met de eigen woonplaats blijkt overtuigend, aldus Fassbender.

Net als in Nederland bestaat in Duitsland een aanzienlijke steun onder de bevolking voor maatschappelijke verandering. En net als hun westerburen hechten de Duitsers daarbij zeer aan gelijkheid en solidariteit. Tegelijk wil 64 procent van de bevolking `meer markt'. Wanneer ze scherp voor de keuze worden gesteld tussen meer welvaart én grotere inkomensverschillen, of stagnerende welvaart én kleinere inkomensverschillen, kiest een meerderheid voor de eerste optie. Nederlanders overigens ook.

In hun afwegingen verschillen ze als het om het milieu gaat. Nederlanders wijzen meer welvaart ten koste van het milieu in meerderheid af, Duitsers niet. ,,Het milieu is uit hier'', zegt Fassbender.

Voor de Duitsers is de arbeidsmarkt de belangrijkste bron van zorg. Zij verschillen hierin sterk van de Nederlanders, voor wie werkloosheid pas op de elfde plaats komt, ver na veiligheid en criminaliteit, kosten van levensonderhoud, en integratie van allochtonen. Daar staat tegenover dat de werkloosheid in Duitsland ook substantieel hoger ligt: 10,3 procent, tegen 7,0 in Nederland. In de oostelijke deelstaten bedraagt de werkloosheid 18,4 procent. Meer dan de helft van de Duitsers denkt dat de arbeidsmarkt nog slechter zal worden, 8 procent verwacht een verbetering.

Gezien de grote regionale verschillen in werkloosheid, zou men verwachten dat een trek optreedt van gebieden met weinig werk naar gebieden met veel werk. Dit gebeurt echter nauwelijks. ,,Er bestaat een zeer geringe bereidheid om te verhuizen'', zegt Fassbender. ,,Duitsers zijn waanzinnig immobiel.'' Een deel van het antwoord op de vraag waarom dat zo is, komt naar voren uit de factoren die hun tevredenheid met hun woonplaats of regio bepalen: het landschap, de bossen en de bergen, alsmede hun sociale netwerken, hun familie en vrienden. Allemaal zaken die men lastig mee kan nemen. Minder dan een kwart van de bevolking kan zich voorstellen te verhuizen over een afstand van meer dan honderd kilometer.

Niet alleen verhuizen vormt een hoge drempel, ook een dagelijkse pendel naar het werk. Van de werklozen is ruim een derde onder geen beding bereid twee uur per dag te reizen, heen- en terugreis samen. Een derde van de werkenden is daartoe evenmin bereid, zelfs niet als ze zo verlies van hun baan kunnen voorkomen. Overigens hebben, net als in Nederland, Duitse hoger opgeleiden minder bezwaar tegen langere reistijden.

WWW.NRC.NL: artikelen over 21minuten.nl