`De Bijbel gaat boven alles'

Je ziet het steeds minder: kinderen die hetzelfde beroep kiezen als hun vader of moeder. Deel 4 van een serie. ,,Mijn vader is een rasoptimist.''

Een afspraak maken met Arie Spijkerboer (76) en zijn dochter Anne Marijke (50) is geen sinecure. Grote vraag: spreken we af in de stationsrestauratie van de eerste of de tweede klas in Amsterdam? Spijkerboer senior heeft een voorkeur voor ,,volks'', junior houdt meer van ,,esthetisch''. Uiteindelijk past senior zich aan. ,,In die eerste klas is het een stuk rustiger praten, nietwaar?''

Hun voorkeuren tekenen zich ook af in hun werk. Arie Spijkerboer is jarenlang gevangenispredikant geweest. Hij heeft een zwak voor mensen aan de onderkant van de samenleving. ,,Ongeschoren, ruig, daar houd ik van'', zegt hij. ,,En de vraag waarom iemand ontspoort: dat blijft mij fascineren.'' Zijn dochter daarentegen laaft zich aan religieuze kunst. Vooral schilderijen van de opstanding der doden ,,raken haar diep''. Die liefde voor het beeld probeert zij over te brengen op de gemeente. ,,En meestal gaat er dan wel een luikje open.'' Ze buigt zich over naar haar vader, om het verschil te illustreren. ,,Weet je nog dat je na de dood van André Hazes een stuk over hem schreef?'' Hij: ,,Ja, en jij nog vragen: wie is die man?''

Lange tijd zag het er naar uit dat de koek na drie generaties Spijkerboer-predikanten op was. Hoewel Spijkerboer jr als kind opzag tegen haar vader – ,,hij kon zo meeslepend bijbelverhalen vertellen'' – zag ze ook de mindere kanten van zijn werk. ,,Mijn vader preekte in Noord-Holland, een provincie waar de kerken zelden vol stromen. Hij moest hard werken en was erg op zichzelf aangewezen. Het leek mij een weinig aanlokkelijk toekomstperspectief.'' Op de middelbare school ontdekte zij de schoonheid van het Oude Testament, dankzij een joodse lerares. ,,En ja, toen ging ik langzaam om.''

De leegloop van de kerken – het is, veertig jaar later, nog steeds een zorgwekkend probleem. Een probleem waar Spijkerboer junior van wakker kan liggen. ,,Mismoedig word ik ervan. Want hoe goed of aardig ik het ook doe, het gaat toch bergafwaarts.'' Een enkele keer preekt zij wel eens in een volle kerk. ,,Dan denk ik: hier weten ze nog niet hoe snel het achteruit gaat.'' Haar vader schudt zijn hoofd. ,,Het gaat zoals Hij het wil.'' Zij: ,,Mijn vader is een eeuwige optimist.'' Hij: ,,Mijn zoon heeft mij wel eens `de grote slechtnieuwsontkenner' genoemd.''

Halfvolle kerken – het is een van de weinige overeenkomsten tussen het predikantenbestaan toen en nu. Verschillen zijn er veel meer. Waar Spijkerboer senior solistisch opereerde, moeten de jonge predikanten van nu rekening houden met de kerkenraad. ,,Die heeft steeds meer in de melk te brokkelen'', zucht zijn dochter. ,,En dat maakt hun werk er niet gemakkelijker op.'' Daar komt volgens haar bij dat de dominee in het maatschappelijk debat geen rol van betekenis meer speelt. ,,Dat maakt met name jonge predikanten onzeker.'' Ze wendt zich tot haar vader: ,,Voor jou hadden ze vroeger nog ontzag. Omdat je je niet schaamde voor wat je te melden had. Nu hebben predikanten een houding van: ik heb het over God, maar ik ben best aardig.'' Hij, berustend: ,,Iedere predikant heeft zijn eigen ideeën, karakter en afkomst. Maar de boodschap van de bijbel gaat boven alles.''

Spijkerboer senior kan zich verbazen over de toenemende belangstelling voor het leven na de dood. Dertig jaar geleden betekende dood maar één ding: dood. Tegenwoordig houden veel kerkgangers rekening met een nieuw hoofdstuk. Wat hij daarvan vindt? ,,De opgestane Christus geeft ons niet aan de dood prijs'', zegt hij na een lange stilte. ,,Je wordt door het dal van de schaduw heengeleid. Meer durf ik er niet over zeggen.''

Dit is een serie over ouders en kinderen met hetzelfde beroep. Volgende week: twee chocolatiers