Dag pap

Met een goede tentoonstelling is het net als met een goed boek of een goede film: wat overblijft is een beeld dat de kracht heeft van een metafoor. Bij de kleine, mooie tentoonstelling `Dag pap, tot morgen' in het Verzetsmuseum Amsterdam (tegenover Artis) zal ieder zijn eigen beeld kiezen – er zijn er in ieder geval genoeg.

De tentoonstelling gaat over die joodse kinderen – het waren er 500 – die uit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan werden gered (ruim 5.000 kinderen werden weggevoerd). De crèche was een dependance van de Schouwburg, de verzamelplaats in Amsterdam van joden die op transport moesten. Het Verzetsmuseum laat vijftien van de geredde kinderen aan het woord: op de tentoonstelling zelf en in een uitstekend boekje van Alex Bakker.

Wat mij in het bijzonder trof was het verhaal van John Blom. Een van de vondsten op de expositie is een paneel met foto's van geredde kinderen. Bij sommige kinderen kun je het deurtje achter de foto openen. Er verschijnt dan een voorwerp of document dat bij het verhaal van het kind hoort. Bij John Blom is dat een groot, saai uitziend boek over elektrotechniek met de titel Licht- en Krachtinstallaties, deel A, geschreven door H. Drenthen en ir. K. de Koning en uitgegeven door `De Technische Boekhandel' H. Stam.

John Blom was een jongen van twaalf toen hij met zijn vader werd opgepakt en naar de Hollandsche Schouwburg overgebracht. Zijn vader raadde hem aan te vluchten tijdens de overbrenging naar de crèche. ,,Hier heb je wat kleingeld'', zei zijn vader, ,,en denk erom: je moet nooit bang zijn in het leven.'' John zei alleen maar: ,,Dag pap, tot morgen''.

John kwam op een vast onderduikadres terecht, een boerderij bij het Limburgse Swolgen. Hij voelde zich er niet erg welkom. Hij mocht niet in het woonhuis komen, alleen boven de stallen bij de knechten, die hem nogal eens pestten. Toen de illegale organisatie die hem hier had gebracht, werd verraden, stuurde zijn pleegmoeder hem in paniek weg. Zonder adres, zonder naam.

Dat ging zijn pleegvader te ver. Hij bracht John onder in een verlaten bouwkeet op het land waar hij hem elke dag eten en drinken bracht. Verder kwam er niemand. Zo heeft John een maand (,,gelukkig was het augustus'') in zijn eentje gewoond, slapend op een planken vloer. Hij had alleen een pakje bij zich met daarin een extra broek en bloes én een studieboek: dat over elektrotechniek. De grafieken en tabellen fascineerden hem. ,,Daar zat orde in, dat klopte allemaal. Geen chaos, geen verwarring. Het was een belangrijk houvast.''

Iemand uit de verzetsgroep haalde hem er weg en bracht hem onder bij een arm gezin, waar hij het einde van de oorlog haalde. Zijn ouders en broer zag hij nooit meer terug. Het eerste officiële document dat hij van de Nederlandse staat ontving, was een belastingaanslag over 1943 voor de banketbakkerszaak van zijn vader. Het werd tijd dat er betaald werd.

Dat studieboek is gaver uit de oorlog gekomen dan John. Op een film die op de expositie draait, legt hij uit dat hij nog altijd een kind met heimwee is, ,,een kind dat steeds naar huis wil''.