`Campagne van Tories was zuur en weerzinwekkend'

Een dag voor de Britse verkiezingen reizen ze nog kriskras door het land. Blair vreest de thuisblijvers en de overlopers. Howard wacht de grote afrekening.

Wanhopig probeert de Conservatieve leider Michael Howard de schijn op te houden dat zijn campagne voor de Britse verkiezingen van morgen lekker op tempo ligt. Dus draaft de 63-jarige Tory voor het oog van de camera's letterlijk op een holletje langs de huizen van willekeurige burgers om ze tot de Conservatieve boodschap te bekeren. Her en der houdt hij staccato spreekbeurten, die overlopen van optimisme. ,,De mensen willen verandering en die zullen ze krijgen, wanneer wij donderdag winnen,'' voorspelde hij gisteren geestdriftig.

Maar hoe hard Howard ook loopt en hoe snel hij ook spreekt, de opiniepeilingen houden bij lange na geen gelijke tred. Als de jongste opiniepeilingen kloppen, stevenen de Tories regelrecht af op een nieuw fiasco. Volgens een peiling in The Times vandaag zou slechts 27 procent van de stemmen naar de Tories gaan, minder nog dan bij de vernietigende nederlagen van 1997 en 2001. Labour zou ondanks alle commotie over `Irak' op 41 procent uitkomen, de Liberaal-Democraten op 23 procent.

Nog voor de campagne voorbij is, zijn veel Conservatieve politici daarom al bij een volgend chapiter aangeland, dat van de grote afrekening. In hun gelederen valt een onheilspellend gerommel te beluisteren. Britse kranten citeren `senior Conservatives', die al gretig speculeren over het tijdperk na Howard. Anoniem uiteraard, niemand wil ervan worden beticht de eigen leider nog voor opening van de stembussen de dolkstoot te hebben toegediend. De een vindt dat Howard hoe dan ook moet opstappen als hij minder dan 200 zetels in het Lagerhuis haalt (nu hebben de Conservatieven er 162). Een ander stelt dat hij nog nooit zo'n ,,zure, weerzinwekkende, ongeïnspireerde campagne'' heeft meegemaakt. Vooral de eenzijdige nadruk in de campagne op het probleem van de immigranten en asielzoekers stuit op veel kritiek. Weer een ander vindt dat de eigen fractie in het Lagerhuis meer te zeggen moet krijgen over de keuze van de nieuwe leider.

Ook bij Labour lonken velen al naar de periode na morgen. Maar vooral premier Blair, die de afgelopen weken het hoofd heeft moeten bieden aan een striemende regen van kritiek over de wijze waarop hij zijn land de oorlog tegen Irak inloodste, blijft op zijn hoede. Hij is bang dat veel potentiële Labour-kiezers uit onvrede met zijn Irak-beleid en omdat de peilingen hoe dan ook op een overwinning van Labour wijzen, zullen thuisblijven of naar de Liberaal-Democraten zullen overlopen. Daarom reisde ook hij tot het bittere einde toe kriskras door het land, vaak vergezeld van zijn machtige minister van Financiën, Gordon Brown.

Diens steun is goud waard geweest voor Blair. Brown, al jaren Blairs grote rivaal, ging zelfs zover nadrukkelijk te verklaren dat hij het Irak-beleid van Blair geheel steunde en dat hij het volste vertrouwen had in de premier. Dat is heel wat voor een man, van wie onlangs nog uitlekte dat hij binnenskamers had verklaard nooit meer iets te geloven van wat Blair zei.

Zo'n roerend vertoon van loyaliteit in het openbaar kent in de politiek uiteraard een prijs. Algemeen wordt ervan uitgegaan dat Brown zal bedingen dat in een nieuw kabinet meer van zijn getrouwen zitting zullen krijgen als opstapje naar een algehele machtsoverdracht van Blair aan Brown ergens in de komende kabinetsperiode.

Maar vice-premier John Prescott heeft al laten weten dat verschuivingen in het kabinet niet ten koste van hem mogen gaan. Prescott, die vooral veel steun geniet bij traditionele Labour-aanhangers, heeft nu nog een omvangrijke portefeuille. Hij vreest dat hij daarvan onder het mom van zijn leeftijd (hij is 67) een deel moet inleveren.

Het lekkerst in hun vel zitten vermoedelijk de Liberaal-Democraten van Charles Kennedy. Weliswaar ligt er niet onmiddellijk regeringsmacht voor hen in het verschiet, maar alles wijst erop dat ze hun beste resultaat sinds 1923 zullen behalen. De Lib Dems waren als enigen tegen de inval in Irak en juist daardoor weten ze veel stemmen van Labour naar zich toe te trekken. Labour beziet die trend met stijgende verontrusting en waarschuwt de kiezers dat die Labour morgen net de das om kan doen. Als een bedrogen jaloerse minnaar houdt Labour de kiezers voor: ,,Als je naar bed gaat met Charles Kennedy, word je wakker naast Michael Howard.''