Brussel onderzoekt steun moutfabriek

Europees landbouwcommissaris Fischer-Boel is gisteren begonnen aan een eerste onderzoek naar de verstrekking van 7,4 miljoen euro staatssteun voor een nieuwe moutfabriek van Holland Malt in het Groningse Eemshaven. De staat krijgt nu een maand de tijd om te reageren op het verzoek van de Deense eurocommissaris.

Op grond van de nu beschikbare informatie kan Fischer-Boel niet concluderen of er inderdaad sprake is van een ongeoorloofde vorm van overheidssteun. Daarom heeft zij de regering-Balkenende om extra informatie gevraagd. Andere partijen, waaronder concurrenten, hebben ook een maand de tijd om te reageren op de subsidieplannen. Daarna kan de overheid hier weer op reageren. Het is nog onduidelijk in hoeverre het eerste onderzoek van Fischer-Boel de procedures rondom het nieuwe bedrijf kan vertragen.

Holland Malt is een samenwerkingsverband tussen bierbrouwer Bavaria en Agrifirm, een coöperatie van boeren en tuinders. Daarnaast nemen ook ongeveer zeshonderd boeren deel in de onderneming. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de bouw van de moutfabriek. Het complex moet in augustus dit jaar operationeel zijn, liet een woordvoerder van Agrifirm dinsdag weten. Met de bouw van de mouterij in Eemshaven is een investering van 55 miljoen euro gemoeid.

Als de moutfabriek in de Eemshaven eenmaal draait, verdubbelt de capaciteit van Holland Malt. De fabriek moet per jaar 140.000 ton mout gaan produceren. Momenteel beschikt Holland Malt al over een mouterij in het Brabantse Lieshout.

Holland Malt koos enkele jaren geleden de Eemshaven uit als vestigingslocatie wegens de logistieke voordelen die een zeehaven biedt, maar noemt ook de beschikbare forse overheidssteun als vestigingsreden.