Baby's zijn ook oorlogsgetuigen

Over een paar jaar zijn de directe getuigen van de Tweede Wereldoorlog uitgestorven. Herdenkingsorganisaties maken zich geen zorgen. Ze vatten het begrip `getuige' ruim op.

Wat is een scheldwoord voor Duitsers, vraagt Jaap ter Marsch. `Moffen!', roept klas 2vwo in koor. Juist, zegt Ter Marsch, om vervolgens te vertellen dat hij het nooit over `Jappen' heeft.

Ter Marsch, geboren in 1940, zat als jongetje met zijn moeder in het Tjidengkamp in Batavia, Java. Hij vertelt de leerlingen van het Interconfessioneel Makeblijde College in Rijswijk over zijn oorlogsjaren. Hoe hij met tachtig mensen in een huis woonde, met één kraan, waardoor hij altijd vies was en vatbaar voor infecties. Hoe hij als driejarige twee keer per dag moest buigen op het appèl, en bang werd van al die grote vrouwenbenen rondom. Hoe hij nooit heeft leren tekenen zoals andere kinderen. Hoe hij op zijn dertigste ontdekte dat hij een slecht gebit had door calciumgebrek in zijn jeugd.

De leerlingen dertien, veertien jaar oud luisteren gedurende anderhalf uur geboeid naar Ter Marsch, een uitzonderlijk lange les. Al veertien jaar vertelt Ter Marsch zijn verhaal op scholen, in mei doet hij dat dagelijks. Zijn bezoek is geregeld door het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WOII-Heden, ondergebracht bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork en sinds begin dit jaar ook bij Het Indisch Huis in Den Haag. Scholen kunnen hier een beroep doen op een bestand van ruim tweehonderd gastsprekers. Jaarlijks worden 30.000 scholieren bereikt. ,,Ooggetuigen van de oorlog ontmoeten jongeren van nu'', aldus de brochure.

Jongeren van nu zullen er altijd zijn, maar ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog sterven uit. Wie in 1940 achttien was, is nu 83. Zal het herdenken veranderen, als de direct betrokkenen er niet meer zijn?

De organisaties die de herdenking jaarlijks organiseren maken zich geen zorgen. Voorlopig is de vraag niet relevant, vindt het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Directeur Nine Nooter: ,,Tien jaar geleden, bij de viering van 50 jaar bevrijding, werd die vraag ook al gesteld. Ruim twintig procent van de Nederlandse bevolking is voor 1945 geboren. Het volgende lustrum halen we ook nog wel.'' Het Nationaal Comité maakt geen onderscheid naar leeftijd van de betrokkenen. Nooter: ,,Of je nu een baby was in 1940 of een adolescent, je hebt de gevolgen van de oorlog ondervonden. Voor ons tellen niet alleen militairen of verzetsmensen, maar ook de mensen die als kind vervolging, internering of bombardement hebben meegemaakt.''

Slechts een bescheiden deel van de 4 mei-plechtigheid op de Dam zal over een paar jaar moeten worden aangepast, zegt Els Swaab, sinds vorig jaar voorzitter van het Nationaal Comité. ,,Er worden vier groepen kransen gelegd. De eerste door koningin Beatrix en prins Willem-Alexander, namens de hele bevolking. Dan de kransen voor omgekomen burgers en militairen, dan die namens de autoriteiten en tot slot een krans namens de jongere generatie. Alleen de tweede groep valt uit, want die kransen worden gelegd door eerste generatie vertegenwoordigers van eigen organisaties van oorlogsbetrokkenen, leeftijdsgenoten van de omgekomenen.''

Sinds een paar jaar krijgen de oudste betrokkenen de beste plaatsen bij de herdenking in de Nieuwe Kerk, staan ze vooraan op de Dam en gaan ze voorop in het defilé. Nooter: ,,Zolang ze nog in ons midden zijn willen we ze een mooie plek geven.''

Oorlogsgetuigen zijn niet alleen prominent aanwezig bij herdenkingen, ze spelen ook een belangrijke rol bij de overdracht van kennis aan jongeren. Hier bereidt men zich evenmin voor op een nieuw tijdperk. Als programmamaakster bij de Anne Frank Stichting maakt Karen Polak educatieve programma's voor het basis- en voortgezet onderwijs, en voor pabo-studenten. ,,De leeftijd van de betrokkene maakt niet uit, voor leerlingen is het effect hetzelfde. Zelf ben ik midden veertig, ik kreeg nog les van ooggetuigen. Maar het verhaal van een vrouw die in 1942 is geboren en als baby is weggegeven om onder te duiken, maakt net zoveel indruk. Zelfs de tweede generatie kan het verhaal nog vertellen.''

Toch zijn dat andere verhalen. Dat voormalig kampkind Jaap ter Marsch de leerlingen kan boeien, komt door de kracht van de details. Hij vermijdt een geschiedenisles, of imponeren met gruwelijkheden. Hij moet het hebben van zijn persoonlijke verhaal, van verbazing over alledaagse dingen in het kamp.

Om zulke getuigenissen niet verloren te laten gaan, worden veel interviews met betrokkenen opgenomen. Het Nationaal Comité registreert digitale getuigenverklaringen op een website over oorlogsmonumenten. Het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek heeft gisteren Canadese veteranen geïnterviewd. De enorme videocollectie interviews met joodse overlevenden van Steven Spielbergs Shoah Foundation wordt in Nederland beheerd door het Joods Historisch Museum, maar wordt in het onderwijs nog niet gebruikt. Karen Polak wijst wel op de Westerbork-portretten, waarbij leerlingen een biografie maken van iemand uit hun woonplaats die gedeporteerd is.

[Vervolg HERDENKEN: pagina 2]

HERDENKEN

'Van jongeren mag het nóg inhoudelijker

[vervolg van pagina 1]

Zo leven de getuigen voort op video en internet. Er is ook sprake van nieuwe aanvoer. De Tweede Wereldoorlog is niet de enige oorlog die dezer dagen wordt herdacht. Wellicht terecht: uit onderzoek van het Nationaal Comité blijkt dat 36 procent van de bevolking bij `de oorlog' denkt aan Irak en de Golfoorlog.

Als voorschot op het verdwijnen van veteranen uit '40-'45 is de doelgroep van oorlogsherdenkingen sinds enige jaren aanzienlijk verbreed. Sinds 1997 lopen in het defilé in Wageningen op 5 mei ook militairen mee die hebben deelgenomen aan vredesmissies van de VN. Daar zitten hele jonge veteranen bij.

In toespraken gaat het nadrukkelijk om slachtoffers van gewapende conflicten sinds 1940, tot aan vandaag. Sinds midden 2002 maakt het Steunpunt Gastsprekers ook gebruik van bijvoorbeeld Joegoslavië-gangers. In de toekomst zullen vluchtelingen worden toegevoegd. Discussie is er bij het Steunpunt niet over deze verbreding, zegt projectcoördinator Erik Guns. ,,Het gaat immers nog steeds om oorlogsgetroffenen.''

Herdenken heeft voor jongeren een nieuwe invulling gekregen, meent Karen Polak van de Anne Frank Stichting. ,,Dat heeft te maken met de aandacht voor zinloos geweld, de opkomst van al die stille tochten. Jongeren denken op 4 mei aan leed dichtbij.'' Erg is dat niet, volgens Polak, want het sluit denken aan de oorlog niet uit. ,,Die oorlog blijft zo aanwezig in alles wat ze tegenkomen, in boeken, op straat, dat verdwijnt niet.''

Met de recente pogingen om Marokkaanse jongeren via de Marokkaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog bij het herdenken te betrekken, heeft Polak evenmin moeite. ,,Ik ben wel beducht voor etnicering van het leed, maar er is nu eenmaal een natuurlijke interesse voor dingen die dichtbij zijn. Daar kun je gebruik van maken. Zo verbaast het mij ook dat Madurodam niet veel duidelijker vermeldt dat George Maduro een Antilliaanse verzetsstrijder was.''

Zolang de bevrijdingsfestivals, op 5 mei in alle provincies, 800.000 tot 1 miljoen jongeren trekken, maakt het Nationaal Comité zich geen zorgen. Swaab: ,,Dat is meer dan muziek, er zijn ook debatten. Artiesten verbinden zich aan ideële organisaties en brengen een boodschap. Jongeren geven aan dat het zelfs nog inhoudelijker mag.''

Trots wijzen Swaab en Nooter op hun jaarlijkse `draagvlakonderzoek', waaruit blijkt dat meer dan tachtig procent van de Nederlandse bevolking achter de huidige wijze van herdenken staat. Aan het einde van dit jaar adviseert het Nationaal Comité het kabinet over hoe de oorlog de komende vijf jaar herdacht moet worden. Swaab: ,,Ik kan vast verklappen dat we geen drastische wijzigingen zullen voorstellen. Wij zien daar geen reden voor.''

Karen Polak twijfelt evenmin aan de belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog over vijf jaar. ,,Op voorwaarde dat er de komende tijd in Nederland geen gebeurtenis van vergelijkbare omvang zal plaatsvinden. De generatie tot aan 1940 is opgegroeid met de Tachtigjarige Oorlog. We mogen hopen dat de Tweede Wereldoorlog net zo lang zal blijven doorwerken.''