`Als je nee zegt, ben je oneerlijk'

Sinds een week stijgt in Franse opiniepeilingen het aantal voorstanders van de Europese Grondwet. Maar president Chirac is nog niet zeker van zijn zaak.

,,Wie er ook maar iets van afweet, stemt ja'', zegt Nicolas, 23 jaar en student Publieke Zaken aan de Parijse universiteit Sciences-Po. Hij zit, gewapend met een uittreksel van de Europese Grondwet, samen met ongeveer honderdvijftig medestudenten in een stoffig amfitheater te luisteren naar de Franse minister voor Europese Zaken, Claude Haigneré, vice-voorzitter van de Europese Commissie Margot WallstRÖm en de Nederlandse minister van Economische Zaken, Jan-Laurens Brinkhorst. Er worden heus slimme vragen gesteld, maar toch spreekt Brinkhorst na afloop van een `thuiswedstrijd' en een `bijna saaie' bijeenkomst. ,,Iedereen lijkt hier wel vóór in plaats van tegen de Grondwet, zoals de peilingen voorspellen.''

Voorspelden, want het tij keert, ten aanzien van het referendum over de Grondwet, dat in Frankrijk op 29 mei wordt gehouden. Sinds vorige week is het `ja' in opkomst. De `onzekerheden van peilingen' waren voor de Franse president Jacques Chirac gisteravond reden om geen commentaar te leveren op het voor hem gunstige nieuws. Het Franse staatshoofd, dat door een overwinning van het `nee' ernstig in verlegenheid zou worden gebracht, betoonde zich in zijn tweede grote televisie-optreden inzake de Grondwet strijdlustiger dan de eerste keer. ,,Men kan geen Europeaan zijn en tegelijkertijd nee stemmen'', zo zei hij, en hij voegde daar tot woede van zelfs enkele van zijn partijgenoten aan toe: ,,Dan ben je oneerlijk.''

Marie-George Buffet, leidster van de Franse communistische partij en fervent tegenstandster van de Europese Grondwet, sprak al eerder van een `staatscampagne'. Zeker, de `ontmoetingen voor het Europa van de cultuur', die maandag en dinsdag in de Parijse Comédie FranÇaise werden gehouden, stonden tussen die in Berlijn vorig jaar en Boedapest volgend jaar al lang op de agenda. Maar het is waar, dat de Franse regering onder druk van het dreigende nee tegen de Europese Grondwet er te elfder ure een grootser evenement van heeft gemaakt dan voorzien.

In grote haast werden de afgelopen twee, drie weken bijna duizend kunstenaars, intellectuelen en kunstmanagers uit de vijfentwintig lidstaten van de Unie uitgenodigd. Onder hen de Nederlanders Harry Mulisch en Cees Nooteboom, Marlène Dumas en Joep van Lieshout van het gelijknamige Atelier. Reis- en verblijfkosten kwamen voor rekening van het gastland, dat in ruil daarvoor wel verwachtte dat de genodigden op de eerste dag na een massa-lunch in de snikhete cour van het Palais Royal, een oersaaie middag vol Europa-lofzangen bijwoonden. Na drie praatjes en alvorens kwaad weg te benen, schreeuwde een gast dat het afgelopen moest zijn met `de bla-bla'. Veel anderen schrokken daarvan even wakker om vervolgens weer weg te dommelen. Een `comédie FranÇaise' spotte het communistische dagblad L'Humanité vanochtend.

Het neemt niet weg, dat beroemdheden als Patrice Chérau, Marianne Faithfull en Jeanne Moreau opriepen tot een ja, dat er een pro-Europese slotverklaring kwam en dat huidig voorzitter van de Europese Unie, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, in een alom gewaardeerd hartstochtelijk pleidooi voor Grondwet én cultuur, opriep tot realisering van het Franse idee een Europese `digitale bibliotheek' te lanceren als antwoord op de door de Amerikaanse zoekmachine Google aangekondigde omvangrijke digitalisering van boeken.

Bijna gelijktijdig pleitten de Europese socialisten voor eigen parochie voor het ja in een zaal van de Assemblée Nationale. FranÇois Hollande, nummer één van de door de Grondwet ernstig verdeelde Franse socialisten, nam de gelegenheid te baat om – zonder diens naam te noemen – Laurent Fabius, nummer twee en leider van de nee-zeggers, van `simplificaties en karikaturisering' te beschuldigen. Na afloop van de bijeenkomst wees hij ter verklaring van de opkomst van het Nederlandse nee tegenover deze krant op een ,,altijd al sterk extreem-rechts in Nederland''. ,,Hij zegt maar wat'', oordeelde een Franse meeluisterende journalist.