Zo'n sterk verhaal hebben we in jaren niet gehoord

Het is de ideale avond voor een gerucht. Buiten stormt het. En binnen is de stroom weer uitgevallen. Bunia, heet het hier, Oost-Congo. In Club Hellenic danst het kaarslicht op de cadans van de woorden van de gasten. Hulpverleners, soldaten, veiligheidsagenten. Allemaal leven ze van geruchten.

De hulpverleners, ze stuiven de stad uit zogauw anderen aan anderen vertellen over doden en gewonden elders in het Ituri-district. Soms blijken de geruchten onzin en hebben de artsen de urenlange helletocht over niet-bestaande wegen voor niets gemaakt.

De soldaten, onder de vlag van de Verenigde Naties, reageren noodgedwongen ook vaak op geroddel. Niet zelden, heeft de commandant van het bataljon uit Bangladesh ons toevertrouwd, kost dat levens. Als er verhalen gaan dat VN-troepen op de bodem van hun pantserwagens wapens en munitie voor de vijand vervoeren bijvoorbeeld. Of als de dorpelingen elkaar verzekeren dat iedereen die de blauwhelmen een hand probeert te geven, wordt neergeschoten. Dan zijn geruchten minstens zo gevaarlijk als kogels.

Veiligheidsagenten verspreiden graag geruchten. Ook die van de VN. Zij zijn de brengers van `onbevestigde berichten'. Zo begint de dikke met de baard zijn verhaal althans. Met een onbevestigd bericht. Het is zijn verjaardag en hij wil toasten met goedkope whisky. ,,Op de Amerikaanse fotograaf die we vannacht hebben opgepakt'', proost hij. ,,Op de journalist die geen journalist was, maar een spion. Dat is onbevestigd overigens.''

De journalisten aan tafel houden het glas nog even in de lucht. Zoveel Amerikaanse fotografen zijn er niet in Bunia. De ene zit hier aan tafel en de andere hebben we kort geleden ontmoet op het kantoor van de VN. Een druktemaker, hadden we wel door. Hij was al een maand in Congo en had nog geen foto verkocht. Misschien schreeuwde hij daarom zo hard tegen de woordvoerder op de afdeling pers en communicatie. Dat ze een vliegtuig naar Kinshasa voor hem moest regelen. Of naar Kisangani. Of naar Angola. Een plek waar nieuws te halen was in ieder geval. Een freelancer met stress, zo had hij ons geleken. Maar een spion?

De dikke met de baard knikt. ,,We hebben een pamflet gevonden, waarop hij één miljoen dollar uitlooft voor het hoofd van de plaatselijke VN-baas. Dood of levend. Hij werkt voor Rwanda, als je het mij vraagt.'' Dergelijke woorden kunnen giftig zijn in Bunia, zeker als ze door de verkeerden worden opgevangen. Dat de buurlanden aan de andere kant van de grens zich voor eigen gewin bemoeien met de conflicten in het oostelijk deel van Congo is bekend. Dat ze plaatselijke milities steunen. En dat ze overal hun oren en ogen hebben. Maar dat ze ook branieschoppers van in de twintig informatie laten inwinnen? We klinken de glazen. Zo'n sterk verhaal hebben we in jaren niet gehoord.

Een weekend gaat voorbij. De fotograaf is spoorloos maar heel Bunia heeft het over hem. De stand voor bromfietstaxi's zoemt van het gerucht. ,,Zeg, waarom is uw collega opgepakt?'' De Marokkaanse blauwhelmen bij de wegversperringen zouden het moeten weten. Ze bevestigen noch ontkennen. Het is het grootste probleem van geruchten in dit deel van de wereld, beseffen we. Zolang niemand wat ontkent, is alles waar.

Op maandag is er post uit Oeganda, aan de overkant van de grens. ,,Hebben ze jullie ook gearresteerd?'', luidt het kopje van de email. De Amerikaanse fotograaf snapt het zelf ook niet, schrijft hij. Gearresteerd, 24 uur vastgehouden en Congo uitgezet door de VN. ,,Ze hebben een onnozele foto op mijn kamer gevonden van de directeur van de Bunia-brigade met een schietschijf om haar hoofd getekend. Ze beschuldigen me van terrorisme. Dat schijnt in de mode dezer dagen.''

Zijn dit nu de dagelijkse beslommeringen van journalisten en VN in een oorlogsgebied waar zich in de woorden van een hoge diplomaat ,,de ergste humanitaire crisis ter wereld afspeelt''? De persafdeling van de VN wil er geen woord meer over kwijt. Instructies van het hoofdkantoor in New York, zegt de woordvoerder. ,,Er is al genoeg mot tussen Amerika en de Verenigde Naties.''

Dus vragen wij het op de dag van vertrek Dominique McAdams zelf maar, het naar verluidt met de dood bedreigde hoofd van de VN-missie. ,,Och, is de arme ziel opgepakt?'', zegt ze met een zure glimlach. ,,Dit is Ituri en we kunnen ons hier geen risico permitteren. Wie in Europa of Amerika dergelijke dreigementen uit tegen commandanten wordt onmiddellijk gearresteerd.''

Was er niet gewoon sprake van een slechte grap, een kwajongensstreek? McAdams staat op van haar bureaustoel. ,,Ik heb hier niets aan toe te voegen.'' Nee, zij niet. De rest van het verhaal komt straks vanzelf wel. Als het buiten stormt, de stroom uitvalt en de late gasten van Club Hellenic zich weer vervelen.