Universele potgrond meestal goed genoeg

Zonder potgrond of tuinaarde valt niet te tuinieren. Maar is er nog wijs te worden uit al die zakken kokospotgrond, rhododendrongrond, coniferenpotgrond, buxusgrond en geraniumgrond die in de tuincentra opgestapeld liggen?

Daar sta je dan, in het tuincentrum. Een winkelwagen vol planten: een paar geraniums, petunia's, een aantal coniferen en een rijtje buxus. Wanneer je voor al die planten bijbehorende potgrond wil kopen, mag je wel een flinke aanhangwagen meenemen. En wat ruimte in de schuur maken. Voor iedere plantensoort is er wel een zak speciale grond te krijgen. Maar is dat ook nodig?

Hovenier Corné Veldjesgraaf uit Bennekom begint er zelf niet aan. ,,Wanneer ik dat allemaal zou moeten meenemen naar mijn klanten, mag ik wel een vrachtwagen kopen'', zegt hij. Niet dat de verschillende soorten potgrond geen extra waarde hebben. ,,Het zal best iets beter zijn, maar het werkt gewoon niet om voor ieder plantje een andere grond te gebruiken.''

Zelf beperkt Veldjesgraaf zich doorgaans tot drie soorten: universele potgrond – een mengsel van tuinturf, turfstrooisel, kalk en meststoffen – om bloembakken op te vullen en bemeste tuinaarde in de borders om de bodem te verrijken. Wel moet er extra aandacht besteed worden aan de zogenaamde zuurminnende planten, zoals heide, rhododendron en azalea. Deze hebben zuurdere grond nodig. Een zak tuinturf voldoet dan prima.

Om de keuze te vergemakkelijken heeft potgrondproducent Veenbaas uit Drachten onlangs een nieuwe lijn opgezet. Dertig verschillende soorten potgrond en tuinaarde werden teruggebracht tot veertien soorten, die op de markt zijn gebracht onder de naam Florentus. Veenbaas deed dit niet alleen voor het gebruiksgemak van de consument, die er niet op zit te wachten om vijf verschillende soorten grond de tuin in te slepen. Ook de tuincentra willen volgens Veenbaas niet al te veel dure bedrijfsruimte kwijt aan pallets met grond.

De potgrondproducent heeft voorafgaand aan het opzetten van zijn nieuwe lijn onderzoek gedaan naar het koopgedrag van de consumenten in de tuincentra. ,,We merkten dat de meesten door de bomen het bos niet meer zagen'', zegt directeur Wim Veenbaas. ,,Ze twijfelden en grepen daarom maar blindelings naar de universele potgrond.''

Niet een slechte keuze, want zoals de naam het al zegt kan de universele potgrond voor veel doeleinden gebruikt worden. In zeventig procent van de gevallen is het een goede oplossing, de basispotgrond voor algemeen gebruik. Maar er zijn uiteraard uitzonderingen. Zoals de orchidee, die een grond met grove structuur nodig heeft en het daarom beter doet in orchideeënpotgrond. Voor zaaien en stekken is het gebruik van een aparte grond met lage voedingswaarde aan te raden, om te voorkomen dat de wortels verbranden. Voor terras- en balkonplanten die op een zonnige plek staan, is er bijvoorbeeld grond met extra klei, dat water en voedingstoffen beter vasthoudt.

Veenbaas ging terug van dertig naar veertien soorten. Is de consument met de aanschaf van allerlei speciale grondsoorten de afgelopen jaren voor de gek gehouden? De directeur ontkent dat. ,,De universele potgrond is zodanig verder ontwikkeld dat het voor meerdere planten bruikbaar is. Negen van de tien keer gaat het daarmee gewoon goed.'' Voor een doorsnee-tuinier een aanvaardbaar risico, al zullen er altijd de liefhebbers blijven die voor hun rozenstruik alleen rozenpotgrond goed genoeg vinden.

,,Voor veel mensen is grond gewoon grond'', zegt Veenbaas. Maar zo licht moet er ook weer niet over gedacht worden. Want wie zijn zak met bemeste tuinaarde wil legen in bloembakken, zal niet altijd het gewenste effect krijgen.