Touwtrekken over een verdrag met lacunes

De wereldgemeenschap beraadt zich over de hoeksteen van alle ontwapeningsverdragen. Maar hoe het verdrag beter kan inspelen op de dreigingen van nu, is niet duidelijk.

De vier weken durende toetsingsconferentie over de werking van het non-proliferatieverdrag (NPV) tegen de verspreiding van kernwapens is amper een dag op streek in New York, en nu al lijkt de collectieve conclusie duidelijk: het werkt niet optimaal. Daar houdt de eensgezindheid over de problemen met dit belangrijkste ontwapeningsverdrag meteen ook op. Over de oorzaken en de oplossingen is de wereld verdeeld.

Afgaande op de sprekers op de eerste dag van deze vijfjaarlijkse conferentie, waaraan de 187 ondertekenaars deelnemen, begon de wereldgemeenschap gisteren direct met het grote verwijten. Verscheidene landen, onder aanvoering van de Verenigde Staten, laken de volgens hen illegale nucleaire ambities van landen als NPV-deelnemer Iran en Noord-Korea, dat zich in 2003 uit het verdrag terugtrok.

De controverse over beide landen kan de conferentie gaan overschaduwen: Iran dreigt zijn uraniumverrijkingsprogramma, naar eigen zeggen voor kerncentrales, te hervatten nu onderhandelingen met Europa over 's lands nucleaire programma zijn vastgelopen. Noord-Korea, dat beweert kernwapens te hebben gemaakt als NPV-lid, schoot zondag een korteafstandsraket af in de Japanse Zee en zou volgens de VS een ondergrondse kernproef voorbereiden.

Weer andere landen vinden juist dat de officiële kernwapengrootmachten VS en Rusland het verdrag aan hun laars lappen en te weinig doen om hun nucleaire arsenaal te verminderen; samen hebben de Amerikanen en Russen zo'n 28.000 van de 30.000 kernwapens in de wereld. Veel landen hekelen de VS om hun afwijzing van het kernstopverdrag en hun ontwikkeling van nieuwe kernwapens. Voorts hebben Rusland en China hun nucleaire doctrines zo gewijzigd dat het gebruik van kernwapens makkelijker wordt.

Dit spervuur van verwijten belooft een vast nummer te worden op de conferentie. In deze kakofonie riep VN-chef Kofi Annan gisteren op tot eendracht. ,,In onze onderling verbonden wereld is een dreiging tegen één een dreiging tegen allen, en wij dragen allen verantwoordelijkheid voor elkaars veiligheid.'' Annan riep de landen op na te denken hoe ,,uiteindelijk een wereld vrij van kernwapens'' kan worden gevormd.

Het NPV-verdrag uit 1970 was tijdens de kernwapenwedloop bedoeld als hoeksteen van alle ontwapeningsverdragen: het moest de verspreiding tegengaan buiten de vijf officiële kernwapenlanden VS, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk, nucleaire ontwapening tot stand brengen en vreedzaam gebruik van nucleaire energie bevorderen. Volgens velen slaagde het NPV-verdrag er toen in de verspreiding tegen te gaan. De angst dat er snel vijftien tot twintig kernwapenstaten zouden zijn, werd niet bewaarheid.

Maar in de technologische wereld van nu, waarin de drie kernwapenmachten India, Pakistan en Israël niet deelnemen aan het verdrag en er groeiende zorg is over Iran en Noord-Korea, komen volgens velen de zwakheden aan het licht. ,,Het simpele feit is dat het regime [van het verdrag] geen gelijke tred heeft gehouden met de opmars van technologie en globalisering, en dat ontwikkelingen van velerlei aard in de afgelopen jaren het onder grote druk hebben geplaatst'', zei Annan gisteren. Na 9/11 bestaat de angst dat terroristen de hand weten te leggen op nucleaire wapens.

Een grote lacune is volgens veel landen dat onder het NPV-verdrag staten legaal splijtstof kunnen produceren, die ook voor kernwapens kan worden gebruikt. Hoe dit moet worden opgelost, is niet duidelijk. Zowel Annan als de Amerikaanse degelatieleider Rademaker wees gisteren op het gevaar dat landen door dubbel spel te spelen het verdrag kunnen uithollen. Het gebruik van zogeheten `dual use'-technologie voor vreedzame doelen en bommen wordt een thema op de conferentie. Maar een voorstel van de chef van het Internationaal Atoom Energie Agentschap, ElBaradei, voor een moratorium op uraniumverrijking en plutoniumopwerking kreeg gisteren met de VS en Iran een onvermoede coalitie van tegenstanders.

De vraag is hoe het verdrag kan worden toegesneden op de wereld van nu, waarin niet meer grootmachten tegenover elkaar staan, maar kleinere landen en zelfs niet-statelijke partijen de hand kunnen leggen op kernwapens. Diplomaten verwachten niet dat de conferentie grensverleggende oplossingen zal bieden. Dat betekent dat voor Iran en Noord-Korea ad hoc-oplossingen moeten worden gezocht, via diplomatieke onderhandelingen.