Praten over bedreiging van journalisten

De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) wil een `spoedgesprek' met de ministers Remkes (Binnenlandse Zaken) en Donner (Justitie) over bedreigingen van Nederlandse journalisten. Volgens algemeen secretaris H. Verploeg van de NVJ zijn ,,de feiten dusdanig ernstig'' dat de bedreigingen beter in kaart moeten worden gebracht, en dat ,,het waarschuwingssysteem moet worden verbeterd''.

Criminoloog F. Bovenkerk van de Universiteit Utrecht is bezig met een onderzoek naar bedreigingen van journalisten. Volgens Verploeg hebben vijfhonderd van de zesduizend aangeschreven journalisten gereageerd. ,,Zo'n 230 van hen hebben aangegeven ooit in mindere of meerdere mate te zijn bedreigd wegens hun werk. Bij sommigen was dat zeer ernstig'', aldus Verploeg.

Hij geeft als recent voorbeeld de bedreiging van een vrouwelijke televisie-journalist, die op een schoolplein bezig was met opnamen. ,,Leerlingen gooiden een Fanta-blikje met benzine over haar hoofd, en hielden daar een aansteker bij. `Als je niet gauw opkrast, steken we je in brand', kreeg ze van die scholieren te horen.''

Volgens Verploeg willen de journalisten die reageerden in het algemeen anoniem blijven. Het is de algemeen secretaris opgevallen dat niet alleen ,,de georganiseerde misdaad'' zich met bedreigingen bezighoudt. ,,Er zijn ook louche bedrijven die vóór of na een publicatie zeggen: dit kan echt niet, hier laten wij het niet bij zitten.'' Dat gebeurt naar zijn zeggen in het bijzonder in de provincie.

Verploeg zegt dat er journalisten zijn die hebben overwogen uit het vak te stappen wegens bedreigingen van zichzelf of hun gezin. ,,Maar er zijn ook journalisten die iets zeggen van: Bedreigingen zijn zo oud als het vak, die horen er gewoon bij.''

Volgens NVJ-secretaris Verploeg moet het onderzoek van criminoloog Bovenkerk nog worden uitgewerkt.