Populisme maakt Duitsland tot onbetrouwbare factor

Om de aandacht af te leiden van tien jaar onmiskenbare stagnatie, waarin Duitsland zijn comfortabele zekerheden van na de oorlog is kwijtgeraakt, neemt bondskanselier SchRÖder de VS en de excessen van het kapitalisme op de korrel, meent John Vinocur.

In het Duitsland van voorjaar 2005 valt nauwelijks meer het toonbeeld van behoedzaamheid en coherentie te herkennen dat in de toenmalige Bondsrepubliek in de jaren na de Tweede Wereldoorlog is opgebouwd.

Daarbij gaat het er niet alleen om dat het naoorlogse idee van Duitsland als leider op economisch gebied vrijwel vervlogen is, met cijfers als 11,8 procent werkloosheid, 0,7 procent groei, vorige week het zwaarste kwartaalverlies dat DaimlerChrysler (Mercedes) ooit geleden heeft, en een nieuw onderzoek van de Bertelsmann-stichting waaruit Duitsland als land om zaken te doen in Europa als nummer 21 uit de bus komt: allerlaatste.

Vrijwel exact zestig jaar na de capitulatie van nazi-Duitsland valt de verandering evenmin helemaal af te lezen aan enquêtes die nu laten zien dat de Duitsers goede betrekkingen met Rusland hoger aanslaan dan met de Verenigde Staten, of dat tachtig procent zegt dat Duitsland op 8 mei 1945 niet is verslagen maar ,,bevrijd'', of dat zestig, zeventig procent instemt met de actieve demonisering van het kapitalisme die de SDP, in haar pogingen om er politiek weer bovenop te komen, op het ogenblik bedrijft.

Wie uit is op een snelle analyse zou misschien een onheilspellende connectie zoeken tussen de tekenen van antiamerikanisme, antikapitalisme en antimodernisme die thans in Duitsland worden uitgebuit.

Daar zou een mooie polemiek over gevoerd kunnen worden, maar zoveel systeem zit er waarschijnlijk niet in al die verontrustende tekenen. Wat er werkelijk aan de hand is, is op zich al wonderlijk genoeg. Dat is namelijk dat Gerhard SchRÖder een populistische lijn volgt waarbij hij de Duitsers in strijd met de feiten voorhoudt dat zij onder zijn leiding steeds belangrijker zijn geworden en steeds meer bewonderd, en dat het land daardoor zijn oude richtlijnen en succesformules, en het parool `wees terughoudend', naast zich neer kan leggen.

Om de aandacht af te leiden van tien jaar onmiskenbare stagnatie, waarin Duitsland zijn comfortabele zekerheden van na de oorlog is kwijtgeraakt, neemt hij Amerika en excessen van het kapitalisme samen op de korrel.

Je zou het `schRÖderisme' kunnen noemen.

Economisch gezien spartelt Duitsland doelloos rond zonder dat er een opleving in zicht is. Op 22 mei loopt SchRÖder gevaar om in regionale verkiezingen het sociaal-democratische bolwerk Noordrijn-Westfalen, waar de SDP 39 jaar aan de macht is geweest, te verliezen; dat zijn de laatste verkiezingen van belang voordat in 2006 SchRÖders eigen baan op het spel komt te staan. Daarom heeft hij zijn fiat gegeven aan een soort links-reactionaire retoriek waarmee de partij op het simpelste niveau het afglijden van Duitsland verklaart uit een plaag van insectachtige kapitalisten die zich een weg vreten door de akkers en werkplaatsen van het land.

Dit dient om de loyale aanhangers van de partij in het gareel te houden. De sociaal-democraten schilderen zichzelf af als het enige bolwerk tegen de `Amerikaanse toestanden' die loeren achter een soepeler regeling voor arbeidscontracten, lagere bedrijfsbelastingen en beperkte steun aan werklozen. Blijkbaar hindert het niet dat deze tactiek in tegenspraak is met SchRÖders eerdere, aarzelende pogingen om de Duitse economie enigszins te hervormen.

Daarbij komt een buitenlands beleid dat draait om: a) SchRÖders vaste voornemen om de Europese Unie over te halen om haar verbod op de uitvoer van wapens naar China op te heffen, tegen de waarschuwingen van de Verenigde Staten en Japan in dat dit het strategische evenwicht in Azië zou verstoren; b) een uitzonderlijke, onveranderlijke toegeeflijkheid jegens het Rusland van Vladimir Poetin, ongeacht de toestand van de democratie aldaar; en c) een door de kanselier geleide campagne om Duitsland een permanente zetel met vetorecht in de Veiligheidsraad van de VN te bezorgen terwijl SchRÖder op een derde termijn mikt.

De zetel in de Veiligheidsraad vormt de kern van SchRÖders populistische optreden – een win-winscenario, waarin de kanselier de rol vervult van historische overwinnaar of, als dat niet lukt, als symbool van Duitsland als slachtoffer van een Amerikaanse weigering om het de hem toekomende plaats onder de echte beslissers op deze aardbol te gunnen.

Dit alles wekt de indruk – en heus niet alleen in Amerikaanse ogen – van een breuk met meer dan een halve eeuw overwegingen en beleidslijnen die Duitsland internationaal tot een betrouwbare factor hebben gemaakt.

Aanzienlijke groepen sociaal-democratische en groene bondgenoten van de kanselier, die vinden dat de Verenigde Staten in het geschil met SchRÖder over wapenleveranties aan China het gelijk volkomen aan hun kant hebben, hebben zonder succes een beroep op hem gedaan om zich niet langer in te zetten voor opheffing van het embargo. Vorige week heeft de vooraanstaande sociaal-democraat Hans Ulrich Klose gewaarschuwd dat ,,Duitsland problematische consequenties'' te wachten stonden, doordat ,,de kanselier klaarblijkelijk meer rekening houdt met Rusland dan met Amerika''.

SchRÖders tactiek houdt in dat hij Amerika in ieder denkbaar debat te berde brengt. Toen parlementsleden van zijn eigen coalitie wezen op de gebrekkige staat van de mensenrechten in China als reden om het wapenembargo aan te houden, antwoordde hij: ,,Wij mogen niet vergeten dat tegen onze zin ook andere samenlevingen het doodvonnis kennen.'' Toen hij vorige week sprak over de referenda over de Europese grondwet, beweerde hij stellig dat hier en daar buiten Europa volop wordt ,,gespeculeerd'' tegen het welslagen van die referenda.

Niet erg subtiel allemaal. En misschien kan hij niet langer op deze manier doorgaan. De huidige bondskanselier verzette zich destijds tegen de hereniging van Duitsland en de invoering van de euro. Hij was tegen het opstellen van Amerikaanse kruis- en Pershingraketten in reactie op de raketten die de Sovjet-Unie op Duitsland richtte. Toen Helmut Kohl in 1998, na zestien jaar als kanselier, campagne voerde tegen nieuwkomer SchRÖder, zei Kohl dat zijn opponent nog niet één keer aan de goede kant van de geschiedenis had gestaan. Kohl, de Duitser van gisteren, verloor met bijna drie miljoen stemmen.

John Vinocur is columnist van de International Herald Tribune.