Overmacht

De eerste, echte zomerdag van het jaar ben ik niet naar de waterkant getrokken. En ofschoon het de Dag van de Arbeid was, kon ik me er niet toe bewegen de beentjes los te schudden op een strakke racefiets. Ik stond laat op, ontbeet in de volle zon en observeerde hoe zo'n eerste, echte zomerdag niet alleen op de huid brandt maar er als het ware doorheen priemt en binnenin een tapijt van lamlendigheid legt waarvan je de rest van de dag niet meer loskomt. De middagtelevisie bracht de anderen in beeld die de Dag van de Arbeid niet verloochenden.

In Lausanne werd tegen de klok gereden – de laatste etappe van de Ronde van Romandië. Zeer warm ook in Zwitserland. Er hing een sfeertje zoals je dat in juli aantreft op de tijdritdagen van de Tour. Mooi in beeld gebrachte landerigheid. Af en toe een persende coureur in beeld, af en toe eentje op het startpodium die nog moest, af en toe wat tussentijden voor het vogelvluchtperspectief. Alles ondersteund door geroezemoes, een lijzige commentatorenstem, een verre, drietonige claxon. Zeg maar de eeuwigheid teruggebracht tot de menselijke maat: je hoopt dat er nooit een einde aan komt.

Er kwam ook geen einde aan de eeuwigheid. Plotseling sprong het beeld op zwart: stroomstoring, in Lausanne nota bene. Van alle voorspelbare volkeren is het Zwitserse het meest voorspelbare. De laatste Zwitserse stroomstoring dateert van voor de uitvinding van de elektriciteit. Dus dit was onvoorspelbaar overrompelend. Een volk dat onbekend is met de stroomstroming kan ze ook niet repareren. Spannende televisie leverde het zwarte scherm op. Je kon je eigen winnaar fantaseren.

De afstandsbediening voerde me naar Frankfurt. Op drie netten koerste een peloton Rund um den Henninger Turm. Alle drie de netten waren bevangen door de eerste zomerhitte. Een omvangrijke kopgroep trok door bossen en velden met aanzienlijk reliëf. Er was geen beweging in die kopgroep te krijgen, geen spoor van een veldslag ving ik op. Ze waren op weg naar Frankfurt, dat was alles. Een intrigerend beeldverslag. Er gebeurde niets en er gebeurde heel veel.

Ik zag een stuk of twintig individuen kapot gaan. Ze spanden zich niet bovenmatig in, maar ik zag ze sterven als eendagsvliegen. Stuk voor stuk wilden ze de koers winnen, maar ze vonden het ook prima als die beker aan hen voorbijging. Ik was getuige van een van die zeldzame wedstrijden waarin de koers oploste in iets wat overmacht genoemd kan worden.

De invloed van de eerste hitte op een sportlichaam en -psyche is de moeite van een multidisciplinair onderzoek waard. Koerservaring zegt me dat de impact van de eerste hitte veel weg heeft van een herseninfarct: de ene hersenhelft wil wel, de andere is buiten bedrijf.

Henninger Turm-Sieger Erik Zabel goot op het podium een royale pul bier van de hoofdsponsor leeg in zijn gedehydrateerde lichaam – prachtig in beeld gebracht. De knal van de alcohol op de bejaarde, uitgedroogde psyche van Zabel kon ik me moeiteloos voorstellen.