Ontsnapt

Dat de Duitsers een keer zouden komen, daar was hij op voorbereid. Maar dat hij juist die nacht een onderduiker had, dat was pech. Of niet?

Natuurlijk sloegen de Duitsers die nacht eerst het voordeurruitje stuk. Maar daarmee stonden ze nog niet binnen. Direct achter het glas zat namelijk een houten schotje geschroefd. Het was matzwart geschilderd en daardoor onzichtbaar. Zo was het ook bedoeld. Bij een overval zou het verwarring geven en daardoor tijdwinst voor hem. Een halve minuut moest het toch minstens opleveren. Want dat ze een keer zouden komen, was vrijwel zeker. En dat het 's nachts zou zijn.

Zo ging het ook. Gerinkel van glas in het portaal en slagen tegen de deur. ,,Aufmachen!'' Boven, op driehoog, schoot hij zijn slaapkamer uit. Er was die nacht ook nog een onderduiker in huis, een spoorwegstaker. Die kwam achter hem aan. Via het atelierraam sprongen ze het platte dak op.

Mis. Op de daken aan de overkant van het blok stond de SD al klaar. Met machinegeweren. ,,Stehen bleiben!'' schreeuwden ze. De onderduiker bleef staan. Een fatale vergissing, naar later zou blijken. Waarom deed hij dat? Uit vertwijfeling? Het gesloten huizenblok bood immers toch geen uitweg?

Zelf vloog hij het dak over en klom even verderop langs een regenpijp omlaag, naar een balkon. Het huis van vrienden. Hij tikte er tegen de ruit. Van achter het glas werd nee geschud. Hij heeft het ze later nooit kwalijk genomen. Ze hadden immers kinderen.

Hij klauterde verder naar beneden maar kon, eenmaal in de binnentuinen, nergens meer naar toe. Opeens gefluister: ,,Ssst, hierheen.'' Het geluid kwam van een paar huizen verder. Een man deed zijn tuindeur open en trok hem naar binnen. Ze kenden elkaar niet. Ook deze man had kinderen. Een dochtertje had wel eens gespeeld met het zijne. Het was een communist. Onder de vloer van de slaapkamer was een ruimte uitgegraven. Hij paste erin.

Intussen waren de Duitsers boven in zijn huis bezig een ravage aan te richten. Met hun geweerlopen veegden ze alles van de boekenplanken. Ze schoten in de kasten. Natuurlijk werden de kinderen wakker. De onderduiker werd meegenomen, maar zijn vrouw niet. Dat ze hielp bij de verspreiding van Trouw, daarvan wisten ze niet en ze waren er in huis ook niets van tegengekomen.

Toen ze weg gingen liep zijn vrouw nog steeds in haar nachtjapon. De keukendeur had al die tijd opengestaan en daarachter hing haar kamerjas. Nu pakte ze hem van de haak en deed hem aan. Er zat iets in de zak: het laatste nummer van Trouw.

Drie weken lang wist zijn vrouw niet waar hij was en zelfs niet of hij nog leefde. Daarna alleen dat hij veilig was. De mensen van Trouw hielpen haar de hongerwinter door.

De onderduiker overleefde niet. Hij zou later geëxecuteerd worden.

Drie dagen zat hij bij de communist onder de grond. Toen werd hij door betrouwbare mensen naar een ander onderduikadres gebracht, een boerderij in De Kwakel. Hij bleef er tot de bevrijding. Er waren daar nog meer onderduikers en hij had het er goed. Hij zou er nog een mooi schilderij maken.

De rest van de verzetsgroep werd wel opgepakt, nog diezelfde nacht. Ze overleefden als door een wonder en gaven elkaar als aandenken een herinneringsboek. `Ontsnapt', schreef hij erin, boven zijn eigen naam. Hij moet trots geweest zijn op zijn ontsnapping, maar voelde zich nooit een held. De held in het verhaal, dat was natuurlijk de communist. En waren boer in De Kwakel en zijn familie eigenlijk minder?

Dan was er nog de onderduiker en diens raadselachtige `blijven staan'. Is dat echt uit angst geweest, of verwarring? Of was het opzet van hem? De Duitsers wisten immers niets van een tweede man in het huis. Ze zouden kunnen denken dat hun prooi zich al gewonnen had gegeven en niet meer verder zoeken. De onderduiker wist heel goed dat de Duitsers niet naar hem op zoek waren. Heeft hij zijn eigen kansen misschien gunstiger ingeschat en hem een mogelijkheid tot ontsnapping willen geven?

Behalve moed zijn er trouwens ook nog dingen als snelheid en behendigheid. Je langs een regenpijp kunnen laten zakken bijvoorbeeld. Terwijl je toch al 35 bent. En slimheid. Daar was hij trots op. Hij kon er op zijn oude dag nog om grinniken. De Duitsers te slim afgeweest! Met alleen maar zo'n zwartgeverfd schotje achter de ruit.