Nucleaire dreigingen

Gedenk Hiroshima en Nagasaki. De burgemeesters van deze twee Japanse steden waren gisteren aanwezig bij een demonstratie in New York tegen kernwapens. Op 6 en 9 augustus 1945 werden beide steden vernietigd door Amerikaanse atoombommen. Daarmee kwam een abrupt einde aan de Tweede Wereldoorlog en begon een tijdperk van nucleaire dreiging.

De antikernwapendemonstratie werd gehouden aan de vooravond van een internationale vergadering bij de Verenigde Naties over het Non-proliferatieverdrag (NPV), dat de ontwikkeling en verspreiding van nucleaire wapens en wapentechnologie tegengaat en het vreedzame gebruik van kernenergie tracht te regelen. Deze overeenkomst, die in 1970 in werking trad en lang als redelijk succesvol gold, staat onder druk door ontwikkelingen in Noord-Korea en Iran en de toenemende illegale verkoop van nucleaire kennis. De dreiging van atoomterrorisme is een reden temeer vraagtekens te zetten bij de effectiviteit van het Non-proliferatieverdrag.

Het was gisteren de secretaris-generaal van de Verenigde Naties zelf, Kofi Annan, die het verdrag weliswaar prees, maar tegelijkertijd waarschuwde voor zelfvoldaanheid. Feit is, aldus Annan, dat de regels niet meer aansluiten op de huidige stand van de (nucleaire) technologie en globalisering. Volgens hem gaapt in het verdrag ,,een kloof tussen belofte en prestatie''. Kort gezegd is het NPV niet meer toegesneden op de eisen van de tijd. Veel van de landen die het 35 jaar geleden ondertekenden, zijn die mening toegedaan. Annans terechte zorg zal dan ook door menigeen op de komende praatsessies in New York worden herhaald. Maar het gaat er vooral om of zijn woorden ter harte worden genomen. Hoe reageren de dwarsliggers Iran en Noord-Korea? En wat is het politieke antwoord van de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad met kernwapens: Amerika, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en China? Van belang is eveneens hoe de landen die geen NPV-lid zijn – Israël en de rivalen India en Pakistan – zich uiteindelijk opstellen.

Het woord non-proliferatie kan niet letterlijk genoeg worden genomen. Het betekent: tegengaan van algemene verbreiding. Dat veronderstelt allereerst een effectieve toezichthouder. Daarover bestaan gerede twijfels. Het Internationale Atoomenergie Agentschap (IAEA), dat namens de VN toeziet op naleving van het NPV, is nog steeds te veel een waakhond zonder tanden die zich te weinig pro-actief opstelt. Iran, zo bleek twee jaar geleden tot veler verrassing, is in het geheim bevoorraad met nucleair materiaal, ontwikkelde geavanceerde centrifuges en beschikt nu over een aanzienlijke atoomindustrie. Het verrijkingsprogramma is volgens Teheran wettig, maar vanwaar die geheimzinnigheid? Waarom heeft dit olieland zoveel kernenergie nodig? Het antwoord van de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken, namelijk dat Iran als snelgroeiende natie veel energie gaat gebruiken, is onbevredigend.

Ook de dubbele houding in dezen van de Verenigde Staten werpt haar schaduw over de gesprekken in New York. Washington heeft gelijk dat het zich hard opstelt tegen Iran en Noord-Korea. Maar de Amerikaanse nucleaire politiek jegens de atoommachten Israël en India en Pakistan is te vriendelijk. Dat wringt, zeker gezien de hoofdrol van de Pakistaanse atoomspion Khan bij de smokkel, het gebruik en de doorverkoop van nucleaire informatie, afkomstig uit Nederland.

Het Non-proliferatieverdrag is toe aan modernisering. Het heeft een alertere waakhond nodig, maar wat het vooral nodig heeft, is een ondubbelzinniger opstelling van de vijf `officiële' atoommachten. Zij zullen veel meer moeten handelen in de geest van het verdrag. Hun inzet is bepalend voor de vraag of een modernere versie van het NPV werkelijk kans van slagen heeft.