Lief dorp

Rondlopend door Bergen overviel mij de eigenaardige gedachte: zou ik hier willen sterven? Het was geen lukrake gedachte. Ik was niet alleen naar Bergen gegaan om er Koninginnedag te vieren, maar ook om de huizen te bekijken waar de schrijver E. du Perron korte tijd had gewoond. En juist Du Perron was in Bergen overkomen wat niemand zich wenst: sterven op een plek waarmee hij amper binding heeft. Het was geen toeval dat W.F. Hermans terugkeerde naar Nederland om er te sterven.

Dankzij Kees Snoek, auteur van de recente biografie van Eddy du Perron, weten we nu veel meer van de laatste levensfase van Du Perron in Bergen. Hij kende Bergen, was er al eens in 1929 bij zijn vriend Adriaan Roland Holst op bezoek geweest. Maar hij vestigde zich er pas in 1939 na een jarenlang verblijf in Indonesië, zijn geboorteland. Du Perron woonde eerst met vrouw Bep en zoon Alain aan de Nesdijk 19 in Bergen-Binnen, een kleine villa met mooi uitzicht op het groen van de Bergermeer. Zes huizen verder, op nummer 7, woonde Roland Holst – nu het A. Roland Holst Huis waar schrijvers tijdelijk mogen wonen en werken (vandaar dat de tuin er nogal verwaarloosd bij ligt).

Bij Roland Holst trof Du Perron Bergense kunstenaars als Charley Toorop, Eddy Fernhout en Joep Nicolas. Tegen de middag ging Du Perron naar Holsts stamcafé De Oude Prins, waar nu in een Chinees restaurant een verdienstelijke loempia wordt geserveerd.

Het beviel Du Perron wel in Bergen. ,,Jany is gezellig, hoewel niet bijster opgewekt'', schreef hij aan Menno ter Braak. ,,Het waait hier oude wijven, maar het dorp is en blijft lief.'' Intussen werd de Duitse dreiging steeds groter. ,,Wanneer zijn wij aan de beurt?'' vroeg hij op 9 april 1940 aan Ter Braak. ,,En wie zal Hollandje beschermen?''

Vanaf 1 mei 1940 betrokken de Du Perrons een vrijstaand huis aan de Doorntjes 32, een laantje achter de Nesdijk. Het huis, dat nog steeds zo heet, was eigendom van NRC-redacteur David Kouwenaar. Du Perron kreeg steeds meer fysieke klachten. ,,Neem al dit gekrabbel voor lief. Er is iets mis met me'', schreef hij vanuit Den Haag aan zijn vrouw. Hij keerde ijlings terug naar Bergen waar hij op 8 mei aan Ter Braak schreef: ,,Gisteravond had ik koorts. De dokter is geweest en constateerde duidelijke `irregularités' van het hart (...) Ik voel me bij momenten gewoonweg als `aan het eind van alles'.''

Op 10 mei, de dag van de Duitse inval, moest het gezin Du Perron evacueren. De buurt lag te dicht bij het militaire vliegveld. De schilderes Gisèle van Waterschoot van der Gracht, die met haar ouders in huize `Jachtduin' op de Eeuwigelaan 36 (bij de Zeeweg) woonde, bood de Du Perrons twee zolderkamertjes aan. Terwijl Du Perron daar ziek op bed lag, gingen Bep en Roland Holst bij het huis aan de Doorntjes Duitsvijandige boeken begraven.

Als badgast moet ik die witte, lage villa aan de (nu zeer drukke) Eeuwigelaan vroeger vele malen gepasseerd zijn zonder te beseffen wat daar gebeurd was. Du Perron bezweek er op de avond van 14 mei aan een hartkramp. Hij stierf, veertig jaar oud, op een zolderkamertje in een huis en in een dorp – hoe `lief' ook – waar hij verder weinig te zoeken had.