Junk in problemen na celstraf

Of een methadonverslaafde een goede medische behandeling krijgt heeft alles te maken met plaats en tijd. Verslavingszorg trekt zijn eigen lijn, terwijl het beleid in gevangenissen strakker wordt.

,,Ik ben er heel erg van geschrokken hoe kwetsbaar iemand is als hij in de gevangenis zit'', zegt advocaat Jillis Roelse. Hij nam het op voor een langdurig verslaafde vrouw die voor vier maanden de cel in moest, terwijl ze onder medische behandeling was bij een heroïneproject in Groningen. ,,De methadonbehandeling was zorgvuldig ingezet en werd door de gevangenisarts in enkele stappen teruggebracht naar nul.'' Hij klaagde de gevangenisarts aan.

Methadon is sinds dertig jaar het meest gebruikte substituut voor heroïne. Net als heroïne is het een morfineachtige stof, net zo verslavend, en voor het lichaam mogelijk nog verwoestender dan zuivere heroïne. Maar het voorkomt dat verslaafden op zoek gaan naar hun eigen (vaak vervuilde) drug en het heeft een langer effect. Ongeveer de helft van de 26.000 heroïneverslaafden gebruikt methadon als vervanging, meestal op medisch voorschrift.

Maar de behandeling verschilt tussen de verslavingscentra. ,,Het voorschrijven van methadon wordt vaak meer gezien als een beheersmaatregel voor een groep overlast veroorzakende verslaafden dan als een individuele medische behandeling van een patiënt met een heroïneverslaving'', staat in het rapport Behandeling met methadon: het kan en moet beter dat de Inspectie voor de Volksgezondheid vorige maand presenteerde.

Artsen en medewerkers van de 85 methadonposten en methadonbussen handelen volgens verschillende normen. Methadon wordt bij veel posten door managers voorgeschreven, terwijl de stof volgens de richtlijnen van het ministerie van Volksgezondheid onder de deskundigheid van artsen valt. Junks krijgen van deze managers vaak een standaard hoeveelheid methadon voorgeschreven – dus niet specifiek toegesneden op de persoon. Maar ,,overdoseringen kunnen tot hartproblemen, ademhalingsproblemen en zelfs coma en de dood leiden'', zegt een woordvoerster van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Naast de directe lichamelijke gevaren die een overdosis aan methadon met zich meebrengt, verhoogt het ook het aantal zelfmoordpogingen. Een onderdosering leidt ertoe dat de verslaafden toch op zoek gaan naar heroïne, omdat het de verslavingsgevoelens niet genoeg onderdrukt.

Methadon slaat niet bij iedere verslaafde aan. In een serie interviews die het Landelijk Steunpunt Druggebruik vorig jaar bij 67 verslaafden afnam, gaf een op de drie ondervraagden aan er door de methadonbehandeling een verslaving te hebben bijgekregen. Het heroïnegebruik was volgens de verslaafden zelf `redelijk vaak' gestabiliseerd. Van het totale aantal heroïne- en methadonverslaafen is ongeveer een kwart `extreem problematisch': niet maatschappelijk geïntegreerd en extreem veel gebruikend.

Verslaafden hebben bij grote instellingen meer kans op een eigen behandelend arts. Sinds een paar jaar komen steeds meer drugsverslaafden in de gevangenis terecht. Volgens het ministerie van Justitie is dat het gevolg van een actief beleid op het terugdringen van drugsoverlast. Hoeveel drugsverslaafden in gevangenissen zitten is niet bekend.

Op het moment dat verslaafden in een gevangenis terecht komen, hebben zij te maken met een eigen gevangenisarts. Vorig jaar maart stuurde het ministerie van Jusititie een circulaire met de laatste medische inzichten als leidraad naar gevangenisartsen. Daarin staat dat verslaafden die niet meer kunnen afkicken, er ook niet toe moeten worden verplicht.

De circulaire is een update van een richtlijn uit 2001, waar ook al in stond dat het voor gevangenen die korter dan zes maanden moeten zitten, niet haalbaar is om aan een afkickprogramma mee te doen. Directe aanleiding voor de richtlijnen was dat toenmalig minister Korthals (VVD) te grote verschillen zag tussen de verschillende inrichtingen bij de methadonverstrekking.

De cliënte van advocaat Roelse viel nog onder de `oude' circulaire, maar kon met die richtlijn én adviezen van de Gezondheidsraad in de hand betogen dat ze recht had op behandeling door haar eigen arts. Bij de gevangenis in Zwolle, waar de beklaagde gevangenisarts werkt, was het beleid om verslaafde gevangenen te laten afkicken `omdat methadon de verslaving niet behandelt, maar in stand houdt'.

Eind jaren negentig werden een paar van dergelijke zaken bevochten. In 1996 eisten twee verslaafde gevangenen toediening van methadon bij de rechter in Den Haag. Zij kregen gelijk, net als een verslaafde in 1997. In beide gevallen kregen de verslaafden het recht op de hoeveelheid methadon die ze gewend waren en op behandeling door een eigen arts. Ook een rechtszaak die een jaar later diende gaf het gelijk aan de gevangene.

,,Justitie voerde toen een abstinerend beleid, waar wij als Amsterdamse GG&GD zagen dat het om mensen ging die chronisch verslaafd waren'', aldus een woordvoerder van de GG&GD. ,,In de praktijk heeft dat toendertijd geleid tot dodelijke gevallen van gedetineerden die geen of weinig methadon kregen. Als ze vrijkwamen, gingen ze naar de hun bekende adressen en namen dan soms een overdosis.''

De cliënte van Roelse is hierop geen uitzondering. Korte tijd nadat zij na vier maanden verplicht afkicken weer op straat kwam te staan, werd ze met een overdosis opgenomen in het ziekenhuis. Er was geen opvang bij haar vrijlating en de gevangenisdirectie had de behandelende arts niet ingelicht dat de vrouw werd vrijgelaten.

Inmiddels heeft de GG&GD in Amsterdam het medisch beleid gestroomlijnd en zijn er van het ministerie richtlijnen gekomen. Volgens Roelse zijn er in het medisch tuchtrecht na de jaren negentig nauwelijks zaken te vinden waarin methadonverslaafden procederen en ook in landelijke rechtbankenverslagen zijn geen methadonzaken meer te vinden.

Het aantal methadongebruikers is al een paar jaar stabiel. ,,Heroïne is toch een beetje de drugs voor losers. Cocaïnegebruik neemt wel toe, maar daar is methadon geen vervanging voor'', verklaart een woordvoerder van de Inspectie. In 2002 was vier procent van de methadongebruikers nieuw.

Met medewerking van Jos Verlaan