Arrest van EU-hof opsteker Berlusconi

Een Europese richtlijn kan niet worden gebruikt om deelnemers in vennootschappen rechtstreeks bepaalde verplichtingen op te leggen. Dat is voorbehouden aan de nationale wetgevers in de EU-landen.

Dat heeft het Europees Hof van Justitie in Luxemburg vanmorgen bepaald in een zaak waarin de huidige Italiaanse premier Silvio Berlusconi wordt beschuldigd van gesjoemel met de balans van zijn firma Fininvest aan het eind van de jaren tachtig en in het begin van de jaren negentig. Het arrest kan worden gezien als steun in de rug voor Berlusconi in diens slepende gevecht met de Italiaanse justitie.

Over het gesjoemel met de balans van Fininvest lopen in Italië al jaren verschillende rechtszaken. Nadat Berlusconi in 2001 aan de macht kwam voerde zijn regering een omstreden nieuwe wet in. Daarin werd het vermeende gesjoemel als minder ernstig misdrijf gekwalificeerd en werden de sancties bij schending verlaagd.

Na de wetswijziging schortte de rechtbank in Milaan in 2002 de behandeling van de strafzaak wegens het knoeien met de Fininvest-boeken op. De rechtbank wilde eerst van het Europees Hof weten of de nieuwe mildere wet met terugwerkende kracht kon worden toegepast op aanklachten die dateren van vóór de wetswijziging.

De Luxemburgse rechters, die in laatste instantie waken over correcte toepassing van Europese spelregels, concluderen dat er geen bezwaar is om de nieuwe wet met terugwerkende kracht toe te passen. Dat is volgens het Hof staande jurisprudentie in Europa.

Verder oordeelt het Hof dat aan een Europese richtlijn (wet) niet rechtstreeks verplichtingen kunnen worden ontleend die eventueel aan verdachten in strafzaken kunnen worden opgelegd. De omzetting van Europese regels in nationale wetgeving is in de eerste plaats een zaak van de nationale wetgever.