Anti-Japanse betogers in China opgepakt

In China zijn zeker acht activisten opgepakt voor hun rol in de anti-Japanse demonstraties van vorige maand in verschillende Chinese steden. Dat heeft de in New York gevestigde mensenrechtenorganisatie Human Rights in China (HRIC) gisteren gemeld. Het gaat onder meer om Xu Wanping, die in de west-Chinese stad Chongqing werd opgepakt voor zijn rol in een handtekeningenactie in verband met de recente anti-Japanse protesten. Xu zat eerder een gevangenisstraf van acht jaar uit voor zijn rol tijdens de studentenopstanden van 1989. HRIC noemt ook Hu Jia, bekend als aids-activist.

De arrestaties zijn verrassend, omdat de Chinese overheid aanvankelijk juist steun leek te verlenen aan de protesten. De betogingen vonden plaats naar aanleiding van de Japanse goedkeuring voor een lesboek dat volgens critici de oorlogsmisdaden van Japan in China bagatelliseert. De betogingen kregen aandacht in de officiële Chinese media, en de Chinese overheid stelde aanvankelijk dat zij veel begrip had voor de woede van de Chinese bevolking.

Later draaide de overheid bij. Waarnemers vermoeden dat dat gebeurde omdat de demonstraties inmiddels hun doel hadden gediend, en omdat de overheid bang was dat ze, als ze langer duurden, uit de hand zouden lopen. Zo bestond het gevaar dat de demonstranten zich niet zouden beperken tot het uiten van hun frustraties over Japan, maar dat zij ook misstanden in China zelf aan de kaak zouden gaan stellen.

Kort voor de 1-meivakantie, die in China een week duurt, stuurde de politie van Peking een sms-bericht rond waarin de ontvanger werd opgeroepen om ,,op een redelijke wijze uitdrukking te geven aan warme vaderlandsliefde'' en niet deel te nemen aan ,,illegale demonstraties.''