Allochtone jongeren naar Westerbork

Om allochtonen bij de dodenherdenking te betrekken, ging een groep gisteren naar Westerbork. ,,Ik heb niets gehoord over de Marokkaanse betrokkenheid.''

Eigenlijk is ze teleurgesteld. Samen met haar nichtje Loubna Amnih (19) stapte de Marokkaanse Hannen Benhammou (19) gisteren in Utrecht op de bus naar het voormalige kamp Westerbork. Ze wonen al hun hele leven in Nederland en kennen de verhalen over de jodenvervolging en de holocaust, de dwangarbeid van jonge mannen in Duitsland en de verzetsbeweging: het collectieve Nederlandse geheugen. Maar ze hadden hun eerste vakantiedag juist opgeofferd om stil te staan bij het gedeelde verleden, zegt Benhammou. Ze hadden graag, zoals in de uitnodiging stond, meer gehoord over hoe Marokkaanse militairen, als onderdeel van een Frans regiment, meestreden in Zeeland. ,,Dat is nieuw voor mij, daar heb ik vrijwel nooit iets over gelezen.''

Amnih en Benhammou maken deel uit van een bont gezelschap van circa 300 allochtonen, veelal van Marokkaanse afkomst maar er zijn ook enkele tientallen oudere Turken. Ze komen behalve Utrecht uit Den Bosch, Den Haag, Rotterdam en Amsterdam. Op initiatief van de stichting Diversity Affairs, uitgever van het Nederlands-Marokkaanse tijdschrift Mzine, en Forum, het instituut voor multiculturele ontwikkeling, bezoeken ze Westerbork, eerst opvangkamp en vanaf 1942 een doorgangskamp voor joden. Hier heeft ten minste één vrouw van Marokkaanse afkomst gezeten. Ze kwam uit Casablanca en ze is niet teruggekeerd.

Volgens uitgever Abdel Razak Chraou is de reis mede bedoeld om aan te tonen dat Marokkanen wel degelijk geïnteresseerd zijn in de Nederlandse samenleving en haar geschiedenis. Én om de gespannen relatie tussen joden en Marokkanen in Nederland te verbeteren. Twee jaar geleden voetbalden jonge Marokkanen in Amsterdam tijdens de dodenherdenking op 4 mei met rouwkransen en doorbraken ze de twee minuten stilte met de kreet `joden, we moeten ze doden'. Dat is de reden dat ook Ronnie Naftaniël van het CIDI, het Centrum voor Informatie Documentatie Israël en joodse jongeren meereizen. Evenals Mohammed Sini, voorzitter van Islam en Burgerschap.

Het regent als mannen in djellaba, vrouwen en meisjes met en zonder hoofddoek, oudere Turkse vrouwen in lange mantels en Marokkaanse en Nederlandse agenten in uniform, opgespitst in vier groepen door de bossen naar het kampterrein wandelen.

Vier overlevenden vertellen hun levensgeschiedenis. De meesten luisteren met respect, een groepje Marokkaanse jongeren trekt ravottend over de velden en maakt ruzie met fotografen en cameramensen. Mischa Schliesser (1938) staat onder een grote blauwe paraplu aan de rand van een grasveld waar de mannenafdeling van het ziekenhuis stond. Samen met zijn ouders, uit Berlijn gevluchte joden, bracht hij de gehele oorlog in Westerbork door. Dat ze nooit zijn weggevoerd, komt door de uitzonderingspositie van zijn vader als ober was voor de Duitse kampleiding, en later hoofd van de leerfabriek in het kamp. Dat voorkwam dat ze, als één van de weinigen, naar een vernietigingskamp in Duitsland moesten.

Schliesser houdt zijn gehoor voor dat hij niet langer de illusie koestert dat door over de jodenvervolging te praten, een nieuwe holocaust voorkomen kan worden. ,,Maar wat ik zeker zo belangrijk vind, is dat mensen met grote trauma's worden geholpen.

De meisjes zien vooral parallellen met hun eigen situatie. ,,Ik heb altijd gedacht dat ik Nederlander was'', zegt Benhammou terug in de bus naar Utrecht. ,,Maar sinds 11 september, en zeker na de moord op Theo van Gogh vorig jaar, word ik teruggeworpen op mijn Marokkaanse achtergrond, op mijn moslim-zijn.'' Zahira Marissou (27) meent dat ,,de situatie nu in Nederland niet is te vergelijken met wat de joden in 1940-1945 is aangedaan. Maar Marokkanen krijgen wel overal de schuld van.'' Sini van Islam en Burgerschap: ,,We moeten ons voortdurend realiseren waartoe discriminatie kan leiden.''