Afscheid van een pingponglegende

De Zweed Jan Ove Waldner (39) nam vanmorgen afscheid bij de WK tafeltennis in Shanghai. De beste speler aller tijden is een volksheld in China.

In het hol van de leeuw stond een koele kikker uit Zweden vanmorgen voor de laatste keer in zijn eentje achter een Chinese pingpongtafel. Bijna tienduizend toeschouwers waren in Shanghai getuige van het lang verwachte afscheid van de enkelspeler Jan Ove Waldner, die in de derde ronde een kansloze 4-0 nederlaag leed tegen zijn beoogde opvolger Vladimir Samsonov uit Wit-Rusland.

In Shanghai en omstreken haalden de pingpongfans opgelucht adem. Waldner zal voortaan alleen nog in clubverband actief zijn. De Chinese spelers hadden een haat-liefde-verhouding met de Scandinaviër, die hen als een van de weinige Europeanen partij kon bieden. Mede daarom zullen ze hem gaan missen, zo viel deze week te lezen in een Engelstalige krant in Shanghai. ,,Waldner is ook een beetje van ons'', luidde een citaat.

In China is hij even populair als de Amerikaanse zangeres Madonna en de Engelse voetballer David Beckham. In Peking, waar hij vorig jaar een sportcafé opende, wordt hij The Evergreen genoemd. Waldner beloofde al eerder met pensioen te gaan, maar kwam telkens op zijn besluit terug om vervolgens nog vele Chinese muren te slechten. Bij de Olympische Spelen van Athene greep hij vorige zomer net naast de medailles.

De 39-jarige inwoner van Stockholm stond twee decennia aan de wereldtop en overleefde alle materiaalwissels en alle regelwijzigingen. Hij werd vaak als een geniale gek afgeschilderd en mede daarom ook wel de `Mozart van het tafeltennis' genoemd. Zijn spel was van een betoverende schoonheid. Schijnbaar onbewogen liet hij het celluloid het werk doen. Hij stuurde zijn tegenstanders van de ene hoek naar de andere. Zijn balgevoel en hand-oog-coördinatie waren ongeëvenaard.

Waldner overleefde verschillende generaties van Chinese topspelers. Hij dreef hen vaak tot wanhoop met zijn goed gecamoufleerde opslag en zijn revolutionaire `backspinblokken' en `overspinballen'. Als eerste topspeler beantwoordde hij topspinballen met topspinballen, toen zijn concurrenten nog met slice retourneerden. Zijn tempowisselingen waren even verrassend als doeltreffend. Zo neutraliseerde hij het steeds hogere tempo in de pingpongsport.

Waldner werd als zesjarige lid van een tafeltennisclub in Stockholm, nadat hij huilend was achtergelaten in de lege trainingszaal van zijn oudere broer. Hij moest en zou ook een bal en een batje krijgen. Als twaalfjarige debuteerde hij in de hoogste seniorenafdeling. Waldner, drie turven hoog, won zijn eerste partij. Zijn tegenstander verzuchtte na afloop: ,,Hoe kan ik van iemand winnen die ik niet kan zien?''

Waldner reisde een paar jaar later naar China en legde daar een Aziatische trainingsijver aan de dag. Vragen over zijn vermeende luiheid op latere leeftijd pareerde hij steevast met de opmerking: `Ik heb al zo veel uren tegen een balletje geslagen, meer training is niet nodig'. Bovendien bestudeerde hij altijd ijverig de partijen op de andere tafels. Hij kon tijdens de grote toernooien urenlang op de tribune naar de speelzaal turen. ,,Ik wil de toekomst leren kennen'', reageerde hij desgevraagd.

Waldner werd de kopman van een gouden lichting Zweedse tafeltennissers. Hij was de opvolger van de Zweedse wereldtoppers Stellan Bengtsson en Kjell Johansson. Zijn vriend Jörgen Persson, met wie hij op de WK nog in het dubbelspel actief is, neemt deze week ook afscheid in Shanghai. Hun opvolgers staan nog niet in de rij. Tafeltennis is geen belangrijke sport meer in Zweden; het grote geld valt elders te verdienen.

In Europa had Waldner al zijn meerdere gevonden in Samsonov, een lange en degelijke speler uit Wit-Rusland. Mede daarom had de uitschakeling vanmorgen een pikant tintje. Waldner heeft een zwak voor Samsonov. De Duitse, Poolse en Belgische hardhitters kunnen hem minder bekoren. Soms stond Waldner hoofdschuddend achter de tafel: `hoe konden zij het spel zo verkrachten'?

De stilist Waldner overleefde de meeste powerhouses. De Waalse topspeler Jean-Michel Saive verzuchtte na zijn zoveelste nederlaag: ,,Als hij goed is, leest hij de gedachten van de tegenstander. En als hij heel goed is, leest hij de gedachten van de bal.''

Waldner won alles wat er te winnen viel. Hij werd olympisch kampioen in 1992, wereldkampioen in 1989 en 1997 en hij won vier keer het WK voor landenteams. Verder is hij recordhouder met zeven zeges in het Europese Top 12-toernooi. In Zweden werd hij uitgeroepen tot `sportman van de eeuw'. Hij versloeg bij de uitverkiezing skiër Ingemar Stenmark en tennisser Björn Borg.

Met de laatste is hij dik bevriend en maakt de `eeuwige vrijgezel' het nachtleven van Stockholm onveilig. Samen met de voormalige voetbalinternational Thomas Brolin staan zij in Zweden bekend om hun escapades met drank en vrouwen. Gokken op paardenraces en voetbalwedstrijden was een andere verslaving van Waldner. Hij verspeelde in de wedkantoren honderdduizenden euro's, verklapte hij een paar jaar geleden in de Süddeutsche Zeitung. Hij besloot af te kicken in een kliniek. Waldner bleef verslaafd aan pingpong. Afkicken zal hem niet meevallen, voorspellen zijn bewonderaars.