`We hebben samen wel een stuk of vijf groepen'

Jaga Jazzist overdondert met zijn verpletterende geluid. Op het nieuwe album `What We Must' laat de Noorse groep zich van een andere kant horen. Het ontbrak aan ideeën, volgens bandleider Lars Horntveth.

Jagga Jazzist bestaat nu tien jaar en zijn bandleider is zelf nog maar vijfentwintig. Met vijf groepsalbums, een soloalbum en de muziek die hij in groten getale schrijft voor Noorse speelfilms weet je: hij is een multitalent. Maar Lars Horntveth, schuchter met sluik blond haar en een bleek gezicht, wuift dergelijke constateringen meteen weg. ,,Ik ben geen muzikale wonderboy. Ik ben gewoon jong begonnen. Ik heb het geluk dat de groep zo hecht is. Dat heeft gezorgd voor groei en transformatie.''

De tienkoppige Noorse formatie Jaga Jazzist is zo langzamerhand een fenomeen. Niet alleen staat de band bekend als één van de meest innovatieve en spannende groepen die Noorwegen te bieden heeft, maar daarbij spelen de leden ieder voor zich een actieve rol in de vibrerende Noorse muziekscene met electro (RØyksopp), future/nu jazz (Bobby Hughes Experience, Bugge Wesseltoft e.a.) en rock (Motorpsycho, Big Bang, Euroboys). Jaga Jazzist is een typische vaandeldrager in de opmars avontuurlijke muziek uit Scandinavië die de laatste jaren zijn weg vindt in Europa.

Het eclectische gezelschap Jaga Jazzist is geboren uit het brein van de destijds nog maar veertienjarige Lars Horntveth. Samen met zijn drie jaar oudere drummende broer Martin en zus Line, die tuba speelt, formeerde hij een collectief met jonge muzikanten. Hun eerste album Jvla Jazzist Grete Stitz kwam uit in 1994 - Lars was net vijftien. Daarna volgde Magazine in 1998. Drie jaar later brak de groep echt door met het vernieuwende album A Livingroom Hush. Op de opvolger The Stix was de echte Jaga Jazzist-sound pas goed te horen: een mix tussen organisch gespeelde instrumentale muziek met blazers, vibrafoon en Fender Rhodes plus een hele verzameling op drum 'n bass en breakbeats geïnspireerde elektronische geluiden.

Zijn verscheidenheid en constante jacht op nieuwe geluiden maakt Jaga Jazzist een behoorlijk vette bigband van het modernste soort. Een smeltkroes van melodische ideeën. `Like Charles Mingus with Aphex Twin up his arse', noteerde een journalist van SleazeNation eens, een benaming waarin saxofonist, gitarist en basklarinettist Horntveth zich helemaal kan vinden. ,,Al vind je in onze muziek nu zowel rock als een zeker Noorse melancholieke sfeer terug'', zegt hij, duidend op het nieuwe album What We Must, dat inderdaad weer een hele andere kant op gaat. Technische snufjes zijn ditmaal achterwege gelaten. In de zeven grotendeels door Horntveth gecomponeerde kleurrijke arrangementen domineren juist gitaren. ,,We hadden niets meer te vertellen in de oude context, de ideeën waren op'', verklaart Horntveth. Ook is ervoor het eerst zang te horen – weliswaar in de rol van instrument, zoals in het openingsnummer All I Know is Tonight op de cd. Dat heeft de groep afgekeken van bands als My Bloody Valentine, zegt Horntveth. ,,Mooi onverstaanbaar en subtiel.'' Maar Jaga blijft een instrumentale groep, benadrukt hij. ,,Het is immers onze specialiteit.''

Een optreden van deze ijzersterke band, de groep speelde al eens op de festivals North Sea Jazz en Lowlands, is overdonderend. Het tienkoppige monster bezet het hele podium met zijn arsenaal aan instrumenten, want ieder groepslid speelt minstens twee verschillende instrumenten variërend van rietinstrument tot windmaker en zelfs een theremin. Wat op het eerste gehoor lijkt op muzikale chaos door de vele improvisaties en de kleurrijke toevoegingen, is in werkelijkheid strak georganiseerd. De gebroeders Horntveth houden duidelijk overzicht en sturen zichtbaar aan.

,,Bij opnames houden we juist niet zo van improvisaties. Live zoeken we juist het experiment op en blijft ieder zoeken naar vrijheid. Maar ik schrijf alles uit, voor iedereen.'' Waarom, zoiets doodt toch juist de magie? ,,Dan kun je zeggen ja, maar met zo'n grote club neem je geen risico's. En ik ben juist altijd erg verrast hoe de muziek uitpakt zodra die echt wordt gespeeld door de musici. Totaal anders en veel voller dan op de computer. Het komt dan echt tot leven.''

Het collectief, dat zijn basis heeft in Oslo en eind vorig zijn tienjarig jubileum vierde, heeft onderling een hechte band. Het geheim, verklaart Horntveth. ,,is dat ieder van ons nog andere projecten heeft waarin stoom kan worden afblazen. Zo zijn er zelden tot nooit conflicten.'' Drie familieleden in één groep tevreden houden is soms moeilijker. ,,Nu gaat het wel goed'', zegt Horntveth, ,,maar tot drie jaar terug was het behoorlijk zwaar. Mijn broer en ik hadden voortdurend ruzie en muzikale meningverschillen. We hebben samen een stuk of vijf muziekgroepen. In feite hebben we altijd samen gespeeld. We konden elkaar gewoon een tijdje niet meer luchten.'' Zijn solo-cd Pooka van vorig jaar met een strijkorkest voelde als een uitlaatklep. ,,Deze ingetogen muziek zat al jaren in mijn hoofd. Dit had ik nodig om me weer op te laden voor Jaga. Nu beschouwen we elkaar meer als bandlid dan familie en praten we bij familiediners alleen maar over andere zaken.''

Jaga Jazzist: What We Must (Ninja Tune). Optredens: 13/5 Tivoli Utrecht; 14/5 Paradiso Amsterdam; 15/5 Doornroosje Nijmegen.