`Voor mij komt het te laat'

Een jaar geleden kwamen tien landen bij de Europese Unie. ,,Ik ben bang dat we het afvalputje van Europa worden'', zegt een Tsjechische.

Lucie Kolouchová is anders dan de meeste van haar Tsjechische landgenoten, zegt ze zelf. Zij is tevreden over die Europese Unie waarvan haar land één jaar geleden lid is geworden. Maar om haar heen klinkt gemor.

Het MÍru-plein in Praag, aan de rand van de door toeristen gekaapte oude binnenstad, lijkt vandaag bevolkt door europessimisten. De optimisten, legt Lucie uit, zijn naar het buitenland, op zoek naar geld en avontuur. ,,Veel van mijn vrienden zijn naar Ierland vertrokken, het liefst voor kantoorbanen, maar meestal voor een baantje in een pub, achter de bar.''

Een gepensioneerde verpleegster op een van de bankjes klaagt dat álles duurder is geworden, behalve de lentezon waar ze nu van geniet. ,,Ik krijg zesduizend kroon per maand uitgekeerd.'' Tweehonderd euro. ,,Daar kan ik niet veel mee. Voor mij komt dit allemaal te laat, mijn zoon en kleinzoon hebben er misschien nog wat aan.''

Zouden de prijzen zonder Europa niet net zo goed zijn gestegen, vraagt Lucie. ,,Nee'', antwoordt de oude vrouw stellig. Europa is de boosdoener. Nu komt ook de vriendin van de vrouw los: ,,Ik ben bang dat we het afvalputje van Europa worden. Dat er nog meer rare mensen deze kant opkomen, maar ook dingen als giftig afval. Wij zijn te klein en uiteindelijk zal niemand zich om ons bekommeren.''

,,Ik ben anders'', herhaalt Lucie. ,,Ik reis veel binnen Europa en dat is het afgelopen jaar veel makkelijker geworden. Ik verheug me ook op de euro, want dat zal alles simpeler maken. De Tsjechen zijn bang om te worden opgeslokt. En ik ben bang dat veel van die angst is gebaseerd op onwetendheid.''

Dat is niet helemaal waar, zegt socioloog Ivan Gabal. ,,We hebben zware aanpassingen achter de rug. Een land als Frankrijk zou al in diepe crisis zijn geraakt als het twee procent van die veranderingen had meegemaakt. Voor de Tsjechen die nu klagen is de transformatie van hun dagelijkse leven moeilijk te verteren.'' En ze zijn bang voor wat er komen gaat: een open, concurrerende EU.

Maar als puntje bij paaltje komt zijn ook de klagers pro-Europees, zegt Gabal. ,,Dat zag je al toen gestemd moest worden over de toetreding van Tsjechië tot de Europese Unie. Volgens de peilingen zouden gepensioneerde Tsjechen overwegend tegen toetreding stemmen. Maar uiteindelijk hebben zij massaal vóór gestemd. Op korte termijn waren ze bang, voor hun eigen situatie, maar op lange termijn bleken ze optimistisch.''

Lucie Kolouchová is nu al optimistisch. Als onderdirecteur van het kleine Švandovo-theater – ,,het enige Praagse theater met Engelse ondertitels'' – is ze druk bezig met het binnenhalen van Europese subsidies, voor culturele activiteiten. ,,Voor de toetreding kregen we ook al wat geld, maar als het goed is, wordt dat nu meer. Ik heb heel wat brieven geschreven.'' Ze heeft Brussels geld ontvangen om buitenlandse theaterfestivals te bezoeken. ,,We willen samenwerken met andere theaters.'' Maar verder hebben haar inspanningen tot nu toe vooral geld gekost. ,,Om toegang te krijgen tot bepaalde informatie moet je verplicht lid worden van een Europese cultuurorganisatie en dat alleen al kost 300 euro. Voor ons is dat veel geld.''

Verderop zitten twee jongedames. ,,Die zijn vast optimistischer'', zegt Lucie. Maar ook de jongedames klagen, zoals iedereen vandaag op het MÍru-plein. ,,De EU heeft tot nu toe slechter uitgepakt voor de economie. Het midden- en kleinbedrijf lijdt onder hogere rentetarieven en onder eisen op het gebied van hygiëne die soms nergens op slaan. De bureaucratie heeft er een wirwar aan nieuwe stempeltjes bij gekregen.'',,Ik ben anders'', zegt Lucie Kolouchová nog maar een keertje.

Eerste deel van een korte serie over EU-landen een jaar na toetreding.