Rotterdam

Sinds wanneer heeft Rotterdam het imago van een saaie werkstad? Ik meende: sinds de Tweede Wereldoorlog. Toen werd immers het hart uit Rotterdam gebombardeerd en daarmee – nam ik aan – een hoop gezelligheid. Verder had ik weleens gelezen hoe uitbundig het er in het begin van de 20ste eeuw in de hoerenbuurten van Rotterdam aan toe kon gaan. Daar kwam nog een ervaring bij: mijn eigen middelbareschooltijd.

Ik ken Rotterdam inmiddels als een bruisende stad, maar omstreeks 1975 was het écht zo dat je na zes uur 's avonds op de Lijnbaan een mitrailleur kon leegschieten zonder iemand te raken.

Uitbundig aan het begin van de twintigste eeuw, slaapstad in de jaren zeventig – dat negatieve imago van Rotterdam moest dus wel het gevolg zijn van het bombardement. En dus – ook dat nog! – de schuld van de Duitsers.

Maar onlangs stuitte ik op een bron van eind 19de eeuw waarin Rotterdam al wordt afgeschilderd als een verdorde zakenstad. Het gaat om Kamertjeszonde van Herman Heijermans. Heijermans schreef dit autobiografische boek in 1896 onder het pseudoniem Koos Habbema. Ik citeer hier uit de eerste druk, uit het hoofdstuk waarin de hoofdpersoon, een dweperige, in Amsterdam wonende schrijver, vertelt hoe hij een oudejaarsavond doorbrengt bij zijn familie in Rotterdam. Nadat hij aan tafel een zouteloos grapje heeft gemaakt, schrijft hij: ,,Als ik deze flauwiteit in Amsterdam zou gezegd hebben, zou ik er minstens zèlf wee van geworden zijn, maar in Zaken-Rotterdam, in verdord, vermaterieeld, stóm Rotterdam, is zoo'n mopje wel aardig.''

Een paar bladzijden verder gaat Heijermans frontaal in de aanval. ,,Rotterdam is wel steekwormigst aller Hollandsche steden, Rotterdam in z'n zelfgenoegzame Geld-eigenwaarde, Rotterdam, dom conservatief – còn-sèr-vàtièf-provinciestadje, prul-stedeke van verwaten kantoorjoggies, voor komende tijden een hoon en een spuwbak.'' Hij heeft het over het ,,Kroonstedeke van Holland's achterlijkheid'', ,,een stad die zijn intellect verhoereert'' vol ,,patroontjes en bureau-potentaten''. Heijermans' conclusie over Rotterdam: ,,Gij zijt Holland op z'n walgelijkst. Een denkend man doet beter uw muffe bederfsfeer te mijden.''

Ik bedoel maar: het lijkt mij sterk dat deze woorden ooit zijn aangehaald in folders van de Rotterdamse VVV.

Maar vormen ze ook het bewijs dat Rotterdam al ver vóór WO II in brede kring het imago had van verdorde, muffe zakenstad?

Ik heb dit voorgelegd aan de Rotterdamse journalist Jan Oudenaarden, kenner van de stad bij uitstek. Zijn antwoord: ,,Volgens mij was Rotterdam in 1896 verre van saai. Rotterdam was nog wel klein, maar in 1896 was er cultureel van alles te doen. De stad was in ontwikkeling maar de `culturele elite' had de stad nog niet verlaten om in Wassenaar en dergelijke te gaan wonen. Dat kwam pas later. Misschien is het te vergelijken met hoe ik Rotterdam in de jaren vijftig en zestig heb ervaren. Toen was er volgens buitenstaanders ook niks te doen, terwijl wij ons nooit een seconde hebben verveeld. Je moest dus de weg weten.''

Je moest de weg weten – dan kan een deel van het antwoord zijn, maar er is nog een andere mogelijkheid, die ook door Oudenaarden wordt geopperd. Heijermans groeide op in Rotterdam. Het is mij niet bekend dat hij er slechte herinneringen aan had – in de Heijermans-biografie van Hans Goedkoop heb ik dit niet kunnen vinden. Maar duidelijk is dat Heijermans zich beter op z'n plaats voelde in Amsterdam. Dat was de stad van de vernieuwing, van jonge, bevlogen schrijvers en intellectuelen. In de stad van zijn jeugd zag hij het tegendeel, maar het is de vraag of Heijermans' opinie toen al door velen werd gedeeld.

Zo nee, dan is het toch de schuld van de Duitsers.