Na de Britpop was er nu Britrock op London Calling

Engeland rockt weer, bleek op de jongste editie van London Calling, waarvoor Paradiso de hipste Britse bands van het moment naar Amsterdam haalde. Verdwenen zijn de introverte `schoenstaarders' en de lieve luisterliedjes; de gitaren brullen weer, zangers nemen een duik in het publiek en zweten is niet langer uncool. Britpop is dood, leve de Britrock!

Vooral vanwege die nieuwe werkhouding hoopt de Engelse muziekpers alweer op een nieuwe invasie van Britse bands in het buitenland. Want ook passé is de luie arrogantie van een groep als Oasis en de zelfdestructieve chaos van de voormalige Libertines. De hoogste verwachtingen gaan uit naar The Kaiser Chiefs uit Leeds, die al zijn binnengehaald als troonopvolgers van de succesvolle art-rockers Franz Ferdinand. Die belofte maakte de band zaterdag op London Calling waar, maar met een overwinning op punten en niet met een knock-out. De groep rond de voortdurend rondhopsende zanger Ricky Wilson speelde enigszins routineus de stevige nummers van hun debuutalbum Employment, waarbij vooral de singles I predict a Riot (een voorspelling die op deze Koninginnedag niet uitkwam) en Oh my God, een beginnende radio-hit, indruk maakten. Het voor een groot deel met Engelsen gevulde Paradiso zong de cabareteske, licht-satirische rocksongs woord voor woord mee. Wilson heeft er een handje van om de stoplappen van de popmuziek simpelweg om te draaien; een liefdesliedje wordt bij The Kaiser Chiefs: `Everyday I love you less and less'.

Twee retro-stijlen strijden bij de jongste generatie gitaarbands om voorrang: de artistiek-ironische van Franz Ferdinand (voornaamste bron: Talking Heads) en The Kaiser Chiefs (die veel van Sparks hebben geleerd), en de veel directere benadering van groepen als The Others en The Cribs, ook op London Calling. Die laatsten grijpen terug op de hoogtijdagen van de Britse punk, vooral The Clash, terwijl Nine Black Alps verzandde in Nirvana-epigonisme.

The Others gaven een prachtconcert dat de twijfels over hun al te gruizige en expres-amateuristisch klinkende debuutalbum op slag deed vergeten. Op het podium stonden vier totaal verschillende true originals (de gothic Johnny Others op de bas, de keurige meneer Jimmy Lager in pak en stropdas op gitaar en de in aftandse spijkerbroek en poloshirt gestoken zanger Dominic Masters). Maar hoe verschillend ze ook oogden, de band speelde hecht samen. Masters blaast met zijn opruiende spreek-zang de Britse klassenstrijd nieuw leven in, onder meer in de debuutsingle This is for the Poor. Jammer van de over-ijverige uitsmijter van Paradiso die een van de vele stage-divers stevig in de houdgreep nam en via de achterdeur afvoerde.

London Calling had dit jaar voor het eerst een (gratis toegankelijk) buitenpodium vanwege Koninginnedag, op het afgetrapte graslandje naast Paradiso. Daar speelde het piepjonge trio The Cribs hun meezingbare garagerock. Het vroege tijdstip weerhield drummer Gary er niet van regelmatig zijn drumstel te beklimmen. Zanger-gitarist Ryan speelde een solo met een halfvol bierblikje, waarbij hij zichzelf rijkelijk besproeide. Cliché's, maar met veel charme en overtuiging gebracht. The Cribs hadden een prominentere plek op zaterdagavond verdiend.

Festival London Calling. Gehoord: 30/4 Paradiso Amsterdam.