`Het is helemaal niet zielig'

Geen Koninginnedag zonder koekhappen. De monarchie kán niet zonder folklore. En het Nederlandse volk ook niet, denkt de kenner. ,,Folklore is niet in crisis. Zij is springlevend.''

Volgens een goeddeel van de Nederlandse pers `genoten' ze `zichtbaar': de koninklijke familie op Koninginnedag 2005. Maar of ze écht hebben genoten? Van Margarita en haar bijna ex-man weten we dat de jongens zelf ook wel van een geintje houden: zwaaien naar het volk met de ene hand, obsceen gebaar met de andere hand. Als het waar is.

Feit is dat de hele koninklijke familie er gisteren, op Neêrlands oudste feest van nationale eenheid, weer aan heeft meegedaan: aan het koekhappen, zaklopen, balletjetrappen en wat al niet meer. Want of zij nu willen of niet, het ringsteken, stroophappen, boegsprietlopen, eiertrappen en al die andere meer of minder versleten tradities van vaderlandse bodem, zijn historisch en onlosmakelijk met het koningshuis verbonden.

En dus gaven prins Floris, mr. Pieter van Vollenhoven en prins Pieter-Christiaan met ,,hun happen naar de ontbijtkoek'' in de Scheveningse Keizerstraat, gisteren het ,,startschot'' voor een koekhapestafette die vijf kwartier later eindigde in ,,het wereldrecord koekhappen'', aldus het persbericht van een slimme koekleverancier.

,,Mensen zeggen dat het zielig is voor die prinsen, maar dat is helemaal niet waar. Het hoort er gewoon bij'', zei een uitgelaten Yvonne Vanlier, `brandmanager' van koekfabrikant Peijnenburg, na afloop van het evenement. Koninginnedag 2005 was een topdag voor de koekenbakkers uit Brabant: zelfs de koningin zélf zette haar tanden in `Ruim een eeuw vakmanschap'.

Koekhappen: de geschiedenis leert dat de monarchie het over zichzelf heeft afgeroepen. Het was koningin Emma die de kleine Wilhelmina meenam op promotietochten door Nederland en daarmee de zogeheten Wilhelminafeesten ontketende. ,,Onder Willem III zat het koningshuis in een grote dip'', zegt Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. Marketing voor het koningshuis? ,,Anders dan Willem had Emma daar wél zicht op. De Wilhelmina-feesten werkten imagoversterkend en dat wist Emma.''

Strouken hecht grote waarde aan volksfeesten zoals Koninginnedag. ,,Het koningshuis is geenszins de dupe van die volkscultuur'', zegt Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. Sterker nog: ,,Het heeft de monarchie juist goed gedaan.''

Dat is te zien, op straat. In Scheveningen lijkt de traditie nog springlevend. De opgetrommelde jeugd doet er enthousiast aan mee. Anderhalf uur heeft de goegemeente in de Keizerstraat staan wachten, met versierde bogen van pvc in de hand, alvorens 188 scholieren in bijzijn van een jury geblinddoekt en met de handen op de rug binnen 45 seconden een hap van de bungelende koek mochten nemen. Volgens de Haagse Courant is het koekhappen zó oubollig, dat het inmiddels tot cult is verheven.

Ook de annalen reppen van dol enthousiaste Nederlanders die zich op initiatief van J.W. Gerlach, hoofdredacteur van het toenmalige Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad, vanaf 1898 jaarlijks één dag hossend en happend door de steden en dorpen in de Lage Landen begaven.

Waarom heeft folklore dan toch zo'n slecht imago? Dat vraagt het forum van de internet site www.jaarvandefolklore.nl zich af. ,,Omdat folklore altijd wordt geassocieerd met klompendansen'', schrijft ene `Ton'. Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur weet nog wel een reden. ,,De intellectuele elite geeft folklore een slecht imago.'' Volgens Strouken weten de overheid en de landelijke media niet half hoe folklore leeft onder de Nederlandse bevolking. ,,Folklore is niet in crisis. Zij is springlevend'', zegt ze beslist. Sterker nog, ,,folklore is de toekomst''. ,,Als je rationeel nadenkt, zeg je misschien `het zal wel'. Maar we identificeren ons wél met het koningshuis. Dat is hun functie. Het samenbinden. Dat heeft Nederland nodig.'' Strouken ziet hoe het multiculturele Nederland dat steeds meer één met Europa wordt, worstelt met de eigen identiteit. ,,Er is grote behoefte aan een gezicht. Een eigen imago. Folklore biedt dat imago.''

De Tilburgse schrijver/journalist Paul Spapens, auteur van een groot aantal boeken over folklore van eigen bodem, wil nog wel een stap verder gaan: ,,Pas als je je eigen cultuur begrijpt, kun je je openstellen voor andere culturen.'' Daarom, zegt Spapens, is het belangrijk te signaleren dat er sprake is van een maatschappelijke ontwikkeling die veel sceptici niet zouden zien. ,,Het gaat om cultuur met een kleine c. Daar lees je weinig over. Maar dat betekent niet dat het niet leeft. Alles wat van het volk is duurt langer voordat het zichtbaar wordt. Maar het is er wel'', zegt Spapens.

Koninginnedag is honderd procent folklore, vindt hij. ,,Het is schitterend om te zien. En het is heel democratisch. Iedereen doet er aan mee. Het houdt niet op bij koekhappen. Dat we er om lachen heeft ook te maken met het feit dat we verwend zijn. We hebben alles al gezien. Maar hoe vaak hebben we nog iets samen. Dát is Koninginnedag.''

De schaamte voorbij, daar gaat het om. Happen zonder angst moeten we. ,,Nederland is het enige land dat niet trots is op zijn cultuur'', zegt Strouken. ,,Wij zijn zeevaarders, meer geïnteresseerd in andere culturen. We zeggen, doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. We zijn ook bang om nationalistisch te zijn. Migranten begrijpen dat niet. Voor hen is folklore heel belangrijk. Koninginnedag gaat ook niet om de koningin. Het is een volksfeest, een ongebonden chaos. Dat is het mooie van folklore. Het is onvoltooid verleden tijd. Dat zijn wij allemaal.''

In de Scheveningse Keizerstraat is de rust wedergekeerd. De ruim honderdduizend bezoekers die Scheveningen zaterdag hebben aangedaan zijn verdwenen. Alleen de platgelopen stukken ontbijtkoek, die als roestkleurige hondendrollen op de klinkers kleven, herinneren nog aan het momenten van Hollands Glorie. Het was feest, het was Koninginnedag, en voor even waren we één.

Met dank aan de Koninklijke Peijnenburg.