Het is allemaal de schuld van Paul Newman

Poolbiljarter Alex Lely uit Den Haag won afgelopen week bij de EK in Veldhoven zowel de titel in het 8-ball als het 9-ball. Het Nederlandse poolbiljart wordt langzaam maar zeker volwassen, ver weg van Hollywood, de kroeg en de coffeeshop. Toch kampt de sport nog met een wankel imago.

Het is allemaal de schuld van Paul Newman: poolbiljart doet meer denken aan Hollywood dan aan topsport. De voormalige profspeler liet ook op het witte doek enkele onuitwisbare sporen na als pooler, als `Fast' Eddie Felson in The Hustler en The Color of Money.

,,Het klopt dat mensen bij pool nog steeds spontaan denken aan Hollywood en niet aan topsport'', erkent Wim van den Nobelen, voorzitter van de sectie pool van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond (KNBB). ,,Het is lastig opboksen tegen dat imago. Maar dankzij de organisatie van dit EK kunnen we daar toch wat verandering in brengen. Pool is jong en hip, en de spelers zijn echte topsporters'', aldus Van den Nobelen.

Nederland telt vier spelers met een A-statuut bij de sportkoepel NOC*NSF: Alex Lely, Niels Feijen, Rico Diks en Nick van den Bergh. De 31-jarige Lely maakte op de 25ste editie van het EK, met 230 deelnemers, met twee titels furore. De student politieke wetenschappen won zowel het 8-ball als het 9-ball, in het Straight Pool verloor hij de halve finale van de latere kampioen, de Duitser Thorsten Hohmann.

Pool bestaat uit drie disciplines. 8-ball is het bekendste spel, dat ook in de kroeg wordt gespeeld. Een speler speelt met de stootbal zeven volledig gekleurde ballen weg, de andere de zeven gestreepte ballen. Wie het eerst zijn ballen heeft weggespeeld, mag de zwarte als achtste potten en kan het spel winnen.

Straight Pool wordt ook gespeeld met vijftien ballen, elke gepotte bal telt voor een punt. Als er nog een bal op de tafel ligt, worden de veertien al gepotte ballen weer in de driehoek op de tafel gelegd, zonder de topbal, en gaat het spel verder. Wie het eerst 125 punten scoort, wint het spel.

De topdiscipline is 9-ball: negen ballen moeten in de volgorde van de cijfers worden weggespeeld. ,,Dat is een agressief en wreed spel'', zegt Europees kampioen Lely. ,,Je kan perfect de eerste acht wegspelen, maar als je de negende bal mist, geef je je tegenspeler de ideale mogelijkheid om te winnen. Het gaat heel snel in een race naar negen gewonnen spelletjes, je hebt geen tijd om in de wedstrijd te groeien.'' Winst of verlies ligt dicht bij elkaar. `The Plague from The Hague' won de finale met 9-8 van de Duitser Ralf Souquet, in de halve finale won Lely met dezelfde score van Hohmann.

Ondanks de sucessen is poolbiljart in Nederland nog steeds niet bekend bij een groot publiek. De sport heeft dan ook te kampen met een wankel imago. Niet alleen dat van kroegsport, maar ook de misvatting dat poolers gefrustreerde snookerspelers zijn. ,,Ik wil niet snookeren. Ik wil dat pool zo populair wordt als snooker'', verzucht Lely.

,,Pool is tactisch helemaal anders, je moet altijd enkele ballen vooruitdenken. Je kan veel moeilijker een verdedigende bal spelen, fouten worden sneller afgestraft. Pool is eenvoudiger, maar dat maakt het net zo moeilijk. Ik kan zeker van vijfhonderd spelers verliezen. Terwijl ik in pool wel nog makkelijk heb gewonnen van toppers uit het snooker, zoals Steve Davis en Jimmy White.''

Om de populariteit van het snooker bij te benen, heeft pool een zetje nodig van de televisie. Van de EK was af en toe een flardje op te vangenin het NOS-Sportjournaal, SBS bracht drie keer een halfuurtje ,,Om pool echt attractief te maken als tv-sport, moet er gesleuteld worden aan het scoreverloop, om de spankracht te verhogen'', zegt Van den Nobelen. ,,We denken daarbij aan een setsysteem, zoals bij het darts.''

Als massasport zit pool wel in de lift. De sectie bestaat pas vier jaar maar telt nu al 2.000 geregistreerde leden, evenveel als het snooker. In huistoernooien zijn 10.000 poolers aan de slag, het aantal Nederlanders dat wel eens een keu ter hand neemt in de poolhal wordt op een miljoen geraamd. Om de groeiende belangstelling te verzilveren, werkt de poolsectie van de KNBB aan een strijdplan om de communicatie met de achterban en mogelijke sponsors te verbeteren.

De groeiende populariteit kan ook worden afgemeten aan het succes van `The Road to Glory', het eerste Nederlandstalige boek over de poolsport. Het werk van poolpionier Wim La Rivière rolde pas vorige week van de persen, maar er zijn ondertussen al zeshonderd exemplaren van verkocht.

La Rivière leerde de sport eind jaren zeventig kennen omdat zijn broer hem meenam naar de coffeeshop, maar Wim had meer trek in de pooltafel dan in nederwiet. Op die manier leerden wel meer Nederlanders het spel kennen. ,,Op de eerste Nederlandse kampioenschappen begin jaren negentig werd nog stevig geblowd. Dat is nu niet meer mogelijk'', lacht La Rivière.

Ook Lely leerde het spel kennen in de coffeeshop. Daar probeerde hij een mislukte carrière als rugbyspeler te vergeten, nadat hij als jeugdinternational zwaar geblesseerd was geraakt. Nu is Lely uitgegroeid tot een topper die soms tot 25 per uur week aan de tafel staat en hard werk aan zijn conditie.

Lely verdient aan zijn Europese titels geen eurocent, maar hij is daardoor wel een begeerde prooi voor invitatietoernooien in de VS en Azië. ,,Daar ligt wel veel geld voor het rapen, als je voltijds prof bent kan je er goed van leven. Op sommige toernooien kan je 50.000 dollar winnen, in Tokio krijgt de winnaar zelfs 150.000 dollar, de verliezende finalist nog 65.000 dollar. In de Verenigde Arabische Emiraten heb ik eens een kilo goud gewonnen. Maar al dat reizen is niet te combineren met een familieleven.''

In Taiwan, waar tot twaalf uur pool per week op de televisie is, kan Lely niet onherkenbaar over straat lopen. In Nederland loopt het ondanks de groeiende populariteit zo'n vaart nog niet. ,,Ik kan zomaar een poolhal binnenstappen. Hoewel, laatst werd ik nog herkend bij het tankstation.'' Toch een beetje Paul Newman dus.