Geen Britse database voor gestolen kunst

De Britse regering heeft in stilte een plan laten varen om een database op te zetten over gestolen kunst en antiek. Parlementariërs en deskundigen uit de kunstwereld hebben volgens The Art Newspaper teleurgesteld gereageerd op deze wending in het kabinetsbeleid.

Het ministerie van Cultuur, Media en Sport had eerder aangekondigd dat zo'n database zou worden opgezet ter ondersteuning van een nieuwe wet, die vorig jaar van kracht werd. De wet bekrachtigde de deelname van Groot-Brittannië aan het Unesco-verdrag en beoogt de handel in gestolen kunst en antiek tegen te gaan. Kunsthandelaren zouden de bestanden van de database moeten raadplegen om vast te stellen of bepaalde voorwerpen `besmet' waren. Zouden ze dat nalaten, dan zou dat tegen hen kunnen worden gebruikt bij eventuele rechtszaken naderhand.

Op vragen van het Britse kunstblad gaf het ministerie echter te kennen dat het had besloten af te zien van het project. Uit onafhankelijk onderzoek zou zijn gebleken dat het twijfelachtig was of het de handel in gestolen kunst inderdaad zou kunnen doen afnemen. Ook bestonden er twijfels of het mogelijk is de database voldoende actueel te houden en of er wel voldoende vraag naar een dergelijke dienst is. Bovendien was niet duidelijk wie de naar verwachting hoge kosten van het project voor zijn rekening moest nemen.

De draai in het Britse kabinetsbeleid komt als een verrassing omdat de database tot dusverre steeds was gepresenteerd als een hoeksteen van de strijd tegen de onwettige handel in gestolen kunst en antiek. Professor Norman Palmer, die in 2000 een commissie voorzat die zo'n database nadrukkelijk aanbeval, toonde zich desgevraagd zeer teleurgesteld. Ook de vaste commissie voor cultuur van het Lagerhuis reageerde verontwaardigd op het regeringsbesluit.