Campagne zonder passie

1 Mei betekende dit jaar voor de PvdA de start van de campagne vóór de Europese Grondwet. Partijleider Bos riep gisteren zijn partijgenoten en PvdA-stemmers in Nijmegen op per 1 juni voor het verdrag te stemmen. Zo werd de Dag van de Arbeid voor één keer de Dag voor Europa. Het werd ook wel tijd dat Bos zijn campagne voor de Europese Grondwet begon. Over vier weken kunnen de kiezers zich uitspreken, en van de grootste oppositiepartij werd in dit verband nog niet veel vernomen. Dat is opmerkelijk, omdat de PvdA in de Tweede Kamer een van de initiatiefnemers was van het komende referendum.

Het CDA, althans premier Balkenende, begon al ruim een week geleden met een soort campagne door met enige welwillende leden van zijn kabinet tussen de afloop van de ministerraad en de gebruikelijke persconferentie daarna foldertjes uit te delen op het Plein in Den Haag. In zijn weblog schreef CDA-fractievoorzitter Verhagen vorige week dat hij een ,,vreemde paradox'' zag: ,,De partijen die gezorgd hebben voor de komst van het referendum laten zich nauwelijks horen en wij als CDA, die tegen een referendum zijn, gaan voluit campagne voeren onder de Nederlandse bevolking.'' Eerder stelde Verhagen zijn collega-fractievoorzitters in de Tweede Kamer voor met z'n allen op de foto te gaan voor de `Ja-campagne'. Maar alleen D66-fractievoorzitter Dittrich ging meteen op zoek naar de camera.

Voor de `vreemde paradox' van Verhagen bestaat echter wel een verklaring. Wat er ook voor Europa op het spel staat per 1 juni, het referendum krijgt onafwendbaar nationaal-politieke consequenties. En dat veroorzaakt het huidige schoorvoeten, schutteren en schijnbewegen in het `ja-kamp'. Dit kamp is geen eenheid. Zowel de partijen van de regeringscoalitie als sommige van de oppositie zitten erin. PvdA en GroenLinks vrezen hun geloofwaardigheid als oppositiepartij te verliezen als zij samen met de regeringspartijen optrekken. Om zich van elkaar te onderscheiden, projecteren partijen het liefst de eigen idealen op de Europese Grondwet. Volgens VVD'er Van Baalen wordt Europa, en dus ook Nederland, economisch sterker door de vrije handel. Maar volgens Bos wordt Europa juist socialer. Bovendien, zo benadrukte de PvdA-voorman, zal de Europese Grondwet de Nederlandse regels over homohuwelijk, euthanasie en drugs niet aantasten. Daar denkt het CDA radicaal anders over.

De kramp van het `ja-kamp' wordt verder gevoed door de omvangrijke steun die anti-establishmentgroepen in de Kamer en daarbuiten in de peilingen krijgen voor een `nee-stem'. Groep Wilders en de net opgerichte partij van misdaadverslaggever Peter R. de Vries zijn tegen, net als de SP. Tegenstanders brengen het referendum over de Grondwet in verband met de dure euro, de toetreding van Turkije of het schrikbeeld dat Nederland wordt opgeslokt door de `superstaat' Europa. Over dit soort thema's moeten de voorstanders het debat niet uit te weg gaan, zoals tot nu toe gebeurt.

De angst voor het dreigende `nee' verlamt het verdeelde ja-front. Daarom is er geen politicus die een bevlogen pleidooi houdt over de historische kans die burgers van Nederland nu hebben zich uit te spreken over het Europese project. Premier Balkenende, wiens handtekening onder het verdrag staat, heeft al gezegd absoluut niet van plan te zijn politieke consequenties te trekken uit een eventueel `nee'. Hij laat de verantwoordelijkheid voor de campagne graag over aan staatssecretaris Nicolaï (Europese Zaken, VVD), die aldus functioneert als een politiek anticonceptiemiddel dat de premier moet beschermen tegen mogelijke negatieve gevolgen van het referendum. Maar een campagne valt zonder passie en betrokkenheid niet te winnen.